Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 november 2022
Met deze brief informeer ik u mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane over de
uitkomsten van de tweede vervolganalyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek
(CBS) van het aantal uithuisplaatsingen bij gezinnen dat gedupeerd is in de kinderopvangtoeslagenaffaire.
De uitkomsten van deze analyse zijn vandaag gepubliceerd op www.cbs.nl.
Kortgezegd laat deze vervolganalyse in samenhang met de eerdere analyses zien dat
een toename van het aantal minderjarige kinderen van gedupeerde ouders (door een toename
van het aantal aanmeldingen als gedupeerde) een naar rato toename van het aantal uithuisplaatsingen
en lopende uithuisplaatsingen oplevert.
Eerdere analyses
Op 11 mei heb ik uw Kamer geïnformeerd over de eerste actualisatie (ten opzichte van
de initiële analyse van 21 oktober 20211) van het CBS naar het aantal kinderen van gedupeerde ouders waarbij sprake is (geweest)
van een uithuisplaatsing in het kader van een jeugdbeschermingsmaatregel.2 Het CBS toetste hiervoor op samenloop met jeugdbescherming3 en jeugdhulp met verblijf.4
De analyse van 11 mei had betrekking op 59.805 minderjarige kinderen van gedupeerde
ouders die op 1 april 2022 bekend waren bij de UHT. De analyse wees uit dat er in
de periode 2015 tot en met 2021 1.675 kinderen uit huis geplaatst zijn. Op peildatum
30 december 2021 waren er nog 555 lopende uithuisplaatsingen.
Huidige vervolganalyse
De huidige vervolganalyse heeft betrekking op 68.165 minderjarige kinderen van gedupeerde
ouders van de kinderopvangtoeslagenaffaire die in oktober 2022 bekend waren bij de
UHT. De analyse wijst uit dat er in de periode 2015 tot en met 30 juni 2022 2.090
kinderen uit huis geplaatst zijn. Op peildatum 30 juni 2022 waren er nog 645 lopende
uithuisplaatsingen.
Deze vervolganalyse geeft een actueel beeld van het aantal uithuisplaatsingen onder
kinderen van gedupeerde ouders naar de stand van 30 juni 2022. Ten opzichte van de
eerdere analyse van 11 mei jl. hebben zich tussen oktober 2021 en juni 2022 meer ouders
als gedupeerde gemeld waardoor meer kinderen van gedupeerden in beeld zijn bij de
UHT. Ook zijn in deze analyse de uithuisplaatsingen tot 30 juni 2022 (in plaats van
tot 30 december 2021) toegevoegd. Dit kunnen zowel uithuisplaatsingen in 2022 zijn
bij gedupeerde gezinnen die in oktober 2021 al in beeld waren bij de UHT, als uithuisplaatsingen
in 2022 bij gedupeerde gezinnen die na december 2021 in beeld zijn gekomen bij de
UHT.
De CBS-cijfers geven geen volledig beeld van het totaal aantal uithuisplaatsingen
onder kinderen van gedupeerde ouders. Het CBS beschikt niet over jeugdhulpcijfers
van vóór 2015 en beschikt ook niet over betrouwbare en volledige gegevens over de
uithuisplaatsingen in vrijwillig kader of in het zogenoemde «drangkader». In mijn
brief d.d. 9 mei 2022 heb ik dit nader toegelicht.5
Breder beeld
Het cijfermatige beeld dat de drie opvolgende analyses geven, is dat een toename van
het aantal minderjarige kinderen van gedupeerde ouders een naar rato toename van het
aantal uithuisplaatsingen en lopende uithuisplaatsingen oplevert. Deze actuele cijfers
doen niet af aan de recente conclusie van de Inspectie Justitie en Veiligheid (op
basis van een CBS-onderzoek naar de kwantitatieve samenhang tussen de toeslagaffaire
en kinderbeschermingsmaatregelen) dat de kinderopvangtoeslagenaffaire de kans om een
kinderbeschermingsmaatregel opgelegd te krijgen niet heeft vergroot.6
Tot besluit
Voor de gedupeerde ouders en kinderen die te maken hebben (gehad) met een uithuisplaatsing
zal dit geen verschil gaan maken. Voor hen zet ik in op de best mogelijke ondersteuning,
zodat zij zich gezien en gehoord voelen en vooral geholpen worden.
De Minister voor Rechtsbescherming,
F.M. Weerwind