Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031058 nr. 24

31 058
Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de regeling voor besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht)

nr. 24
AMENDEMENT VAN DE LEDEN TANG EN IRRGANG

Ontvangen 14 december 2009

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I wordt «Afdeling 2 van titel 3» en B [ vervallen] vervangen door:

AFDELING 5 VAN TITEL 4

B

Aan artikel 129 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

7. Indien aandelen van de vennootschap of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen daarvan zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en een bestuurder aandelen heeft in de vennootschap of hem rechten zijn toegekend om aandelen in het kapitaal van de vennootschap te nemen of te verkrijgen, wordt door de vennootschap, indien zij openbaar maakt dat zij een besluit heeft genomen als bedoeld in onderdeel a, b of c van artikel 107a lid 1, of dat een openbaar bod aangekondigd wordt als bedoeld in artikel 5 van het Besluit openbare biedingen Wft, de waarde vastgesteld die de aandelen of rechten van de bestuurder, na beurs, hadden vier weken voor de dag waarop dit besluit genomen wordt of een openbaar bod aangekondigd wordt. Vier weken na dit besluit, danwel indien er een openbaar bod is aangekondigd, vier weken na de beëindiging van dit openbaar bod, wordt, na beurs, de waarde van de aandelen of rechten opnieuw vastgesteld. Indien de waarde is gestegen ten opzichte van de eerdere waardering, betaalt de bestuurder de waardevermeerdering aan de vennootschap. De raad van commissarissen stelt de waardevermeerdering vast. Indien toepassing gegeven wordt aan art. 129a, stelt het bestuur de waardevermeerdering vast, waarbij de uitvoerende bestuurders niet aan de besluitvorming deelnemen.

Toelichting

Dit amendement beoogt een aanvulling te zijn op de bepaling die tegenstrijdig belang tegengaat (het nieuwe art. 2: 129 lid 6 BW). De indieners achten het onwenselijk dat leden van de raad van bestuur, met aandelen, of certificaten van aandelen of opties in de eigen vennootschap, een (groot) financieel belang zouden laten meewegen bij het wel of niet doorgaan van een fusie of overname, of andere transactie als bedoeld in art. 2:107a BW, of bij de aankondiging van een openbaar bod. De indieners achten het, indien er sprake is van een groot persoonlijk financieel belang, vrijwel onmogelijk dat betreffende leden van de raad van bestuur nog een objectieve weging kunnen maken van het belang van de vennootschap, en dus van alle belangen van diegenen die bij de vennootschap als samenwerkingsverband betrokken zijn. Met dit amendement wordt beoogd dat de waarde van de aandelen wordt bevroren, zodat er geen persoonlijk financieel belang meer meeweegt bij fusie of overname. De bepaling m.b.t. tegenstrijdig belang van art. 129 lid 6 blijft daarnaast onverkort van toepassing.

Indien het besluit tot fusie of overname genomen is, dan wel een openbaar bod aangekondigd wordt, wordt de waarde van de aandelen van vier weken voor dit besluit vastgesteld. Vier weken na het bestuursbesluit , danwel vier weken na beëindiging van het openbaar bod, indien er een openbaar bod is aangekondigd, wordt de waarde opnieuw vastgesteld. De vaststelling van de waarde gebeurt door de raad van commissarissen, eventueel ondersteund door een accountant. Het positieve saldo komt de vennootschap toe, waarbij de bestuurder het verschuldigde bedrag overmaakt aan de vennootschap. Een negatief saldo levert geen vordering op voor de bestuurder, omdat anders een onvoldoende prikkel zou ontstaan om de waarde van de vennootschap op peil te houden.

Een eventuele waardevermeerdering leidt tot een vordering van de vennootschap op de bestuurder. Wanneer en op welke manier precies de vordering aan de vennootschap wordt betaald, wordt overgelaten aan de vennootschap zelf, die daarover afspraken kan maken met de bestuurder. Het is daarbij denkbaar dat de bestuurder betaalt met aandelen, die hij of zij overdraagt aan de vennootschap. Een aparte, door de raad van commissarissen toe te kennen, beloning voor het succesvol afronden van de fusie of overname moet wel mogelijk blijven, voor zover deze beloning past binnen het algemene bezoldigingsbeleid.

Voor de naleving van deze wetsbepaling wordt uitgegaan van civiele handhaving. De raad van commissarissen, accountant en algemene vergadering van aandeelhouders zien toe op de juiste uitvoering van deze bepaling.

Tang

Irrgang