Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201330977 nr. 61

30 977 AIVD

Nr. 61 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 september 2013

Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Defensie, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie, de kabinetsbrede reactie aan op de onthullingen van dhr. Snowden. Uw Kamer heeft hierom verzocht op 4 juli jl.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Aanleiding

De Tweede Kamer heeft op 4 juli jl. verzocht om een kabinetsbrede reactie op de onthullingen van de heer Snowden en de gezamenlijke Europese reactie richting de Verenigde Staten. In deze brief wordt de stand van zaken weergegeven.

Op 21 juni jl. heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op verzoek van de Kamer mede namens de minister van Defensie en de minister van Veiligheid en Justitie een brief gestuurd over de taken en bevoegdheden van de AIVD en de MIVD (Kamerstuk 30 977, nr. 56). Daarbij is onder meer aandacht besteed aan de kaders voor de internationale samenwerking van de diensten. Op 3 juli jl. is nadere informatie verstrekt over de internationale samenwerking van de AIVD en de MIVD, en de vermeende spionage van EU-diplomaten (Kamerstuk 309 77, nr. 59). Op 9 juli jl. zijn de vragen beantwoord van de leden Schouw en Sjoerdsma over afgeluisterde EU-diplomaten (Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 2791).

CTIVD

De Tweede Kamer heeft op 16 juli jl. de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) verzocht een onderzoek te beginnen naar de gegevensverwerking van de AIVD en de MIVD op het gebied van telecommunicatie. De CTIVD is inmiddels gestart met het onderzoek.

Reactie op onthullingen Snowden

Het kabinet volgt met aandacht de reactie van de Verenigde Staten op de onthullingen van de heer Snowden. Het kabinet hecht, zoals eerder gemeld, zeer aan zorgvuldige en deugdelijke bescherming van persoonsgegevens. Het is daarom noodzaak om waar nationale veiligheid en privacybescherming elkaar raken, zo transparant mogelijk te zijn over procedures, bevoegdheden, waarborgen en toezichtmaatregelen. Het kabinet acht het in dat verband bemoedigend dat Amerikaanse Congresleden juist over die onderwerpen debatteren en voorstellen doen voor wijziging van de regelgeving en dat ook president Obama in zijn persconferentie van 9 augustus jl. heeft verklaard meer transparantie en toezicht na te streven. Het is tevens verheugend dat de Amerikaanse regering hiermee inmiddels een begin heeft gemaakt door meer inzicht te geven in de bevoegdheden en door publicatie van de juridische onderbouwing van enkele programma’s. Nederland is hierover in gesprek met de Verenigde Staten.

Overleggen met de Verenigde Staten

Na het initieel overleg in Dublin op 14 juni 2013 met de Eurocommissarissen van Justitie en van Binnenlandse zaken, Reding en Malmström, heeft de Amerikaanse Minister van Justitie Holder in een brief van 1 juli 2013 toegezegd dat de Verenigde Staten de EU nader zullen informeren over PRISM en vergelijkbare programma’s. De Verenigde Staten verwachtten overigens ook informatie van de EU-(lidstaten) over de juridische basis voor inlichtingenvergaring over het buitenland en de toezichtmaatregelen die daarop van toepassing zijn.

Een EU–VS expertgroep buigt zich momenteel over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van elektronische gegevens van burgers, met als doel wederzijds inzicht in elkaars programma’s en de wijze waarop deze zijn verankerd in de rechtstaat (wetgeving en toezicht op I&V-diensten). De lidstaten van de EU, waaronder dus ook Nederland, de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) en de Europese Commissie hebben de afgelopen periode in overleg met de VS gewerkt aan de start van deze expertgroep, onder andere tijdens een bijeenkomst in Washington DC op 8 juli 2013. Het huidig Litouwse voorzitterschap van de Raad, de Europese Commissie, de EU-coördinator voor contraterrorisme, de EDEO en de zogenaamde Artikel 29-werkgroep van de EU voor dataprotectie zijn in de expertgroep vertegenwoordigd. Daarnaast zijn er tien afgevaardigden van de lidstaten lid van de expertgroep. De expertgroep heeft op 22 en 23 juli jl. een eerste bijeenkomst gehad. Een tweede bijeenkomst is voorzien op 19 september 2013 in Washington.

Aangezien het verzamelen van informatie ten behoeve van de nationale veiligheid een exclusieve competentie van de lidstaten is, is afgesproken dat EU-lidstaten zelf hierover afspraken met de Verenigde Staten maken.

Resultaten van de overleggen

In een verklaring enkele dagen voor de eerste vergadering van de expertgroep is het Office of the Director of National Intelligence (ODNI) uitgebreid ingegaan op de inlichtingenprogramma’s van de Verenigde Staten, in het bijzonder op de wettelijke basis en het toezicht.

In de bijeenkomst van de EU–VS expertgroep gaven de Verenigde Staten informatie over PRISM (gericht onderzoek op niet Amerikaanse burgers), gebaseerd op de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA). In deze wet is het toezicht geregeld door in totaal elf rechters, die verzoeken steeds met drie rechters beoordelen. Tevens is uitleg gegeven over de mogelijkheden die de FISA biedt om metagegevens van telecomverkeer in de Verenigde Staten te verzamelen en over het toezicht dat daarop wordt uitgeoefend.

In het vervolgtraject zal onder meer worden gesproken over het gebruik van het programma XKeystore door de Amerikaanse National Security Agency (NSA) bij de verwerking van grote databestanden. Tevens zal worden stilgestaan bij de maatregelen die president Obama heeft aangekondigd op het gebied van dataprotectie en inlichtingenvergaring, waaronder de evaluatie en beoogde aanpassingen van de FISA en de Patriot Act (artikel 215). Daarnaast zal antwoord worden gegeven op vragen van Amerikaanse zijde vooral gericht op wetgeving inzake de mogelijkheden van inlichtingenvergaring van en het toezicht op inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de EU-lidstaten.

Over de bijeenkomsten van de expertgroep wordt verslag gedaan in besloten (restreint) zittingen van het COREPER. Tevens kunnen EU-lidstaten in deze zittingen melding maken van gesprekken met de Verenigde Staten in het bilaterale traject.

Daarnaast heeft de voorzitter van de Artikel 29-werkgroep, de heer Kohnstamm, in een brief aan Eurocommissaris Reding te kennen gegeven dat de Artikel 29-werkgroep zich niet alleen zal richten op de inlichtingenprogramma’s die door de Verenigde Staten worden gebruikt, maar zich ook zal inzetten om binnen zijn mandaat de impact van PRISM te onderzoeken, inclusief het gebruik van de van PRISM afgeleide informatie op Europees grondgebied. Bovendien zal de werkgroep onderzoeken in hoeverre de programma's van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de lidstaten stroken met de dataprotectieprincipes en de wetgeving van de EU. De Artikel 29-werkgroep neemt deze initiatieven naar aanleiding van de gesprekken in de EU–VS expertgroep, waar de Artikel 29-werkgroep in deelneemt.

Ten slotte heeft het Europees Parlement (EP) het initiatief genomen om de Amerikaanse activiteiten voor het verzamelen van buitenlandse inlichtingen nader te onderzoeken. Vanaf september 2013 voorziet het EP twaalf bijeenkomsten over dit onderwerp.

Vervolg

De Kamer zal worden geïnformeerd over nieuwe ontwikkelingen.