Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201630950 nr. 82

30 950 Rassendiscriminatie

29 628 Politie

Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 november 2015

Bijgaand bied ik u de rapporten Discriminatiecijfers Politie 2014 en Cijfers in Beeld 2014 aan1. Daarnaast zal ik in deze brief in gaan op de toezegging uit het Algemeen Overleg Discriminatie van 9 september jongstleden over het visiedocument van de politie aangaande diversiteit en discriminatie.

Discriminatiecijfers Politie 2014

Jaarlijks ontvangt uw Kamer een rapport met cijfers over door de politie geregistreerde discriminatie-incidenten. In het Algemeen Overleg Politie van 14 oktober jongstleden heb ik toegezegd het rapport met de nieuwste cijfers voor de begrotingsbehandeling van Veiligheid en Justitie aan uw Kamer toe te sturen.

Met deze brief doe ik die toezegging gestand.

De politie heeft een forse verbeterslag gemaakt in de gegevensverzameling en analyse van discriminatiezaken. Dit rapport is hiervan een eerste resultaat. Er is ten opzichte van voorgaande jaren veel meer inzicht verkregen in de aard en omvang van door de politie geregistreerde discriminatie-incidenten.

Vanwege de nieuwe, landelijke werkwijze kan een vergelijking met cijfers van voorgaande jaren veelal niet worden gemaakt. In de volgende jaren wordt aan de hand van de nieuwe, landelijk eenduidige werkwijze gerapporteerd, waardoor een vergelijking wel mogelijk zal zijn. Er wordt dan ook meer kwantitatieve en kwalitatieve informatie op belangrijke deelterreinen opgenomen.

Er zijn over 2014 in totaal 5.721 discriminatoire incidenten geïdentificeerd. De discriminatiegronden ras (2.987) en seksuele gerichtheid (1.403) komen het meeste voor bij de door de politie geregistreerde discriminatoire incidenten.

De politie registreerde daarnaast 358 incidenten met een antisemitische grondslag en 279 incidenten met godsdienst als grondslag. Bij discriminatie op grond van godsdienst gaat het hoofdzakelijk om discriminatie van moslims. Ten aanzien van het aantal gericht antisemitische incidenten (van 61 in 2013 naar 76 in 2014) en moslimdiscriminatie (van 150 in 2013 naar 206 in 2014) is een stijging waarneembaar. Op deze gronden is een vergelijking met voorgaande jaren wel mogelijk vanwege de beschikbaarheid van eerdere rapporten, waarbij ten opzichte van onderhavig rapport een vrijwel identieke methode is gehanteerd.

De discriminatiegronden geslacht, handicap en levensovertuiging komen respectievelijk 68, 54 en 4 keer voor. De meest voorkomende verschijningsvorm over alle discriminatiegronden betreft belediging (37%), gevolgd door vernieling/bekladding (19%), bedreiging (7%) en mishandeling (4%).

Visiedocument politie over diversiteit en discriminatie

De verbeterslag van de politie in de gegevensverzameling en de analyse van discriminatiezaken staat niet op zichzelf. Hij maakt deel uit van het door de korpsleiding op 15 september jongstleden vastgestelde visiedocument «De Kracht van het Verschil» over diversiteit en de aanpak van discriminatie. In het Algemeen Overleg Discriminatie van 9 september jongstleden werd dit document reeds aan de orde gesteld in de vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft toen toegezegd dat ik uw Kamer hierover nader informeer. Met deze brief doe ik die toezegging gestand.

De politie stelt zich binnen genoemd visiedocument de volgende vier doelen: meer verbinding met de samenleving, een meer inclusieve werkcultuur, een betere aanpak van discriminatie in de samenleving en meer variëteit in het personeelsbestand. U treft daarvan in de bijlage een beknopte versie aan2.

De visie is gebaseerd op lessen uit het verleden (zoals de inzichten uit de WODC-evaluatie van het Landelijke Expertisecentrum Diversiteit3) en sluit aan op de ontwikkelingen in de samenleving. Een diverse politieorganisatie met een inclusieve werkcultuur is beter in staat haar werk te doen in een steeds pluriformer wordende samenleving. Uitgangspunt is en blijft dat de kwaliteit van iedere politiemedewerker voorop staat. Het gaat erom dat de samenstelling van de politieteams aansluit bij de veiligheidsvraagstukken in de wijk. De teamleden samen dienen over de juiste kennis, ervaring en vaardigheden te beschikken om hun werk te kunnen doen. Binnen de vernieuwde aanpak is de verantwoordelijkheid nadrukkelijk in de lijn belegd.

Het visiedocument en het rapport Discriminatiecijfers Politie 2014 wordt in de herijking van het interdepartementale Actieprogramma Discriminatie verwerkt, zodat de inzet van de politie op het terrein van discriminatie is ingebed in een kabinetsbrede integrale aanpak.

Rapport Cijfers in Beeld 2014

Het rapport Cijfers in beeld 2014, opgesteld door het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie (LECD) van het OM, bevat een overzicht van het aantal discriminatiefeiten dat in de afgelopen vijf jaar bij de parketten is ingestroomd en afgedaan. Tevens wordt ingegaan op de aard en verschijningsvorm van deze discriminatiefeiten en de wijze van afdoening.

Na een periode waarin het aantal ingestroomde discriminatiefeiten jaarlijks daalde, is er in 2014 sprake van een stijging van het aantal ingestroomde discriminatiefeiten: van 88 feiten in 2013 naar 142 in 2014. Daar waar conclusies worden getrokken op grond van de bevindingen wordt dit vanwege de relatief kleine aantallen met enige terughoudendheid gedaan.

Vanaf 1 april 2015 registreert het OM ook commune delicten met een discriminatoir aspect. Commune delicten zijn onder andere belediging en bedreiging, vermogensdelicten (vernieling, diefstal) en geweldsdelicten (beroving, mishandeling). Door het registreren van de discriminatiegronden bij discriminatiefeiten en commune delicten ontstaat een beter zicht op de aard en omvang van strafbare discriminatie.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 29 628, nr. 510