Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201230950 nr. 36

30 950 Rassendiscriminatie

Nr. 36 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2011

Naar aanleiding van de berichtgeving over discriminatie op basis van etniciteit door Nederlandse uitzendbureaus heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken bij brief van 14 november 2011 aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om een reactie verzocht. De minister van BZK heeft op mijn verzoek deze brief ter beantwoording aan mij overgedragen. De beantwoording is mede namens hem.

Het kabinet wijst elke vorm van discriminatie af. Elke discriminatoire handeling is onacceptabel en dient met kracht te worden voorkomen en bestreden. De overheid schept de voorwaarden om discriminatie tegen te gaan. Als voorbeelden kunnen worden genoemd de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen en de extra aandacht voor discriminatie bij politie en Openbaar Ministerie. Verder hebben de ministers van Veiligheid en Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 7 juli 2011 aan uw Kamer een brief gestuurd (Kamerstukken II 2010/11, 30 950, nr. 34) over de aanscherping van de maatregelen in het actieprogramma «Bestrijding van discriminatie».

De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) heeft aangekondigd de ABU-Gedragsregels ter voorkoming van discriminatie onder de aandacht van haar leden te brengen. Hierin zijn onder meer antidiscriminatiebepalingen opgenomen. In de cao van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU) staat uitdrukkelijk dat discriminatie verboden is.

Naar aanleiding van de berichtgeving over discriminatie bij uitzendbureaus heb ik op 19 januari 2012 een overleg gepland met de ABU, de NBBU en het Landelijk Overleg Minderheden (LOM).

Ik verwijs u tevens naar mijn brief van 25 november 2011 aan uw Kamer met antwoorden op de Kamervragen over dit onderwerp (Aanhangsel Handelingen II 2011/12, nrs. 766 en 767).

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Krom