Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201730872 nr. 209

30 872 Landelijk afvalbeheerplan

Nr. 209 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 23 februari 2017

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over de brief van 2 januari 2017 over het ontwerpbesluit inzake gescheiden aangeleverd afval gescheiden houden door inzamelaar en enkele andere verbeteringen en reparaties (Kamerstuk 30 872, nr. 208).

De vragen en opmerkingen zijn op 31 januari 2017 aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu voorgelegd. Bij brief van 22 februari 2017 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Van Dekken

Adjunct-griffier van de commissie, Jansma

De leden van de PvdA-fractie vragen of nog verdere voorwaarden vastzitten aan het hoogwaardig verwerken van afvalstoffen. Zo ja, dan vragen de leden van de PvdA-fractie wat deze voorwaarden zijn en waarom hiervoor gekozen is.

Nee, er worden geen verdere voorwaarden gesteld aan de verwerking van afvalstoffen. Verwerking dient enkel plaats te vinden in overeenstemming met de minimumstandaard voor verwerking in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Voor het overige gelden er geen aanvullende voorwaarden met betrekking tot hoogwaardige verwerking. Vergunningen worden in principe alleen verleend als de aangevraagde activiteit minstens even hoogwaardig is als de minimumstandaard, dat wil zeggen als de activiteit een milieudruk veroorzaakt die gelijk is aan of minder is dan die van de minimumstandaard. Bij het vaststellen van de minimumstandaarden in het LAP zijn de volgende aspecten in beschouwing genomen: milieueffecten, kosten, haalbaarheid, uitvoerbaarheid, consequenties voor grensoverschrijdend transport van afvalstoffen, de hanteerbaarheid en effectiviteit bij vergunningverlening en de stimulans die uitgaat voor de afvalverwerkingssector tot het verhogen van het milieurendement van de verwerking en de ontwikkeling van nieuwe technieken.

De leden van de PvdA-fractie vragen of er voor het verlenen van een vergunningswijziging ook een vergelijking gemaakt wordt met de situatie als samenvoeging van reeds gescheiden afvalstoffen niet is toegestaan. In aanvulling hierop vragen de leden van de PvdA-fractie wat er gebeurt indien het verlenen van een vergunning tot het verlagen van de minimumstandaard leidt en wat het milieueffect hiervan is.

Vanzelfsprekend wordt er bij vergunningverlening een vergelijking gemaakt met de situatie dat mengen van afvalstoffen niet wordt toegestaan. Als verlenen van een vergunning voor het mengen leidt tot een minder hoogwaardige verwerking dan mogelijk zou zijn bij het gescheiden houden van de afvalstoffen, wordt de vergunning niet verleend. Ook uit milieu of veiligheidsoogpunt kan mengen van bepaalde afvalstoffen onwenselijk zijn. In het LAP is beschreven welke criteria – naast de hoogwaardige verwerking – nog meer een rol kunnen of moeten spelen bij de besluitvorming.

De leden van de PvdA-fractie vragen wat de gevolgen zijn voor het milieu en het hergebruik van autowrakken door de wijziging van het Besluit beheer autowrakken van 2009 terug te draaien.

De recente wijziging behelst enkel een verandering van volgorde in de opsomming van hetgeen in het besluit onder een «voertuig» wordt verstaan.

Voor het milieu en het hergebruik brengt deze wijziging geen verandering in de huidige praktijk. De wijziging betreft slechts een juridisch herstel van de oude situatie.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom besloten is om de regie voor het up-to-date houden van de lijst van inzamelaars bij de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) te beleggen door deze de opdracht te geven achter de schermen te toetsen of (bedrijfs)gegevens zijn gewijzigd. Voorts vragen de leden van de ChristenUnie-fractie of in de huidige situatie bedrijven op de lijst van inzamelaars blijven staan, ook als de maximale geldingsduur van vijf jaar is overschreden.

De verantwoordelijkheid voor het up-to-date houden van de lijst van vervoerders, inzamelaars, handelaren en bemiddelaars van afvalstoffen (VIHB-lijst) was al belegd bij de NIWO. Op dit moment moet steeds na vijf jaar een aanvraag bij de NIWO worden gedaan voor verlenging van de plaatsing op de VIHB-lijst. De NIWO controleert, met name bij de Kamer van Koophandel, of de overgelegde gegevens (nog) juist zijn. Als dat niet zo is, verzoekt de NIWO om aanvulling of herstel van de aanvraag. De vermelding op de VIHB-lijst wordt beëindigd indien onjuiste gegevens zijn verstrekt. Met de voorgestelde wijziging komt het vereiste van het periodiek indienen van een aanvraag te vervallen. De NIWO blijft wel elke vijf jaar controleren of een persoon of bedrijf nog aan de eisen voor plaatsing op de lijst voldoet.

Indien de NIWO constateert dat de eerder verstrekte gegevens niet meer kloppen, wordt het bedrijf verzocht recente gegevens aan te leveren. Indien dit niet gebeurt, wordt de vermelding op de VIHB-lijst beëindigd.