Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201330872 nr. 146

30 872 Landelijk afvalbeheerplan

Nr. 146 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2013

Tijdens het algemeen overleg grondstoffen en afval van 29 mei 2013 heb ik enkele toezeggingen gedaan. In deze brief informeer ik u over de stand van zaken van de uitvoering van twee van deze toezeggingen (grondstoffenlabel en hoogwaardige recycling). Ook ga ik in op de Verduurzamingsagenda verpakkingen en het Basisdocument monitoring verpakkingsafval.

Ik heb toegezegd om de haalbaarheid van een grondstoffenlabel te onderzoeken en de Kamer hierover te informeren. Inmiddels ben ik in overleg met initiatiefnemers over de contouren van een haalbaarheidstudie. Het voornemen is om deze studie in de tweede helft van dit jaar te starten. Het bedrijfsleven, kennisinstituten en maatschappelijke organisaties worden hierbij betrokken. Het grondstoffenlabel is immers in eerste instantie de verantwoordelijkheid van marktpartijen zelf, waarbij de Rijksoverheid kan faciliteren en stimuleren.

Verder vind ik het belangrijk om de internationale dimensie niet uit het oog te verliezen. Er zijn immers weinig tot geen producten die alleen voor de Nederlandse markt worden geproduceerd. Daarom moet bij een Nederlands idee of initiatief voor een grondstoffenlabel goed rekening worden gehouden met de internationale markt en de concurrentiepositie van bedrijven.

Daarnaast heb ik toegezegd met het bedrijfsleven en wetenschap te kijken hoe hoogwaardige recycling bevorderd kan worden en de Kamer hierover te informeren. Ook voor dit onderwerp geldt dat ik het in de tweede helft van dit jaar met genoemde partijen zal oppakken. En net als bij het grondstoffenlabel geldt ook hier dat rekening moet worden gehouden met de internationale dimensie, met name de positie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Tijdens het AO werd mij gevraagd wanneer de Verduurzamingsagenda verpakkingen openbaar wordt. Deze Verduurzamingsagenda wordt opgesteld door het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken. De agenda wordt waarschijnlijk in juli door het bestuur van het kennisinstituut vastgesteld. Daarna zal ik deze agenda direct naar de Kamer sturen.

Het laatste onderwerp betreft de monitoring van verpakkingsafval. Daarvoor is door een werkgroep onder leiding van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een basisdocument opgesteld. Gelet op het belang en de gevoeligheid van het onderwerp heb ik de werkgroep de tijd gegeven die nodig is om tot een goed en door iedereen gedragen stuk te komen. Het stuk ligt nu voor advies bij het bestuur van het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken.

Mijn streven was om het basisdocument nog vóór het zomerreces 2013 aan uw Kamer aan te bieden. Ik wil het kennisinstituut echter voldoende tijd geven om het document te beoordelen en, indien nodig, de werkgroep voldoende tijd geven om eventuele adviezen van het instituut te verwerken. Om die reden zal ik het basisdocument voor het eind van het zomerreces aan uw Kamer aanbieden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld