Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 april 2013
Hierbij zend ik u mijn reactie op het verzoek van 14 maart jl. van de vaste commissie
voor Economische Zaken over de aangenomen motie door Provinciale Staten van Zeeland
met betrekking tot ontpoldering. Tevens zend ik u mijn reactie, mede namens de minister
van Infrastructuur en Milieu, op het verzoek van 19 maart jl. van de vaste commissie
voor Economische Zaken over de Westerschelde.
Aangenomen motie Provinciale Staten Zeeland
In de begeleidende brief van de provincie staat dat de motie «met name zo gelezen
moet worden dat Provinciale Staten ontpolderingsplannen als alternatief of aanvulling
voor het maatregelenpakket voor het Middengebied, als dat aan de orde zou komen, op
voorhand uitsluit».
In mijn brief2 d.d. 21 december 2012 aan uw Kamer en mijn antwoord3 op een vraag van het lid Van Veldhoven (D66) tijdens de begrotingsbehandeling op
woensdag 23 januari jl. heb ik aangegeven dat, nu het huidige kabinet heeft besloten
tot ontpoldering van de Hedwigepolder, wordt teruggekeerd naar het oorspronkelijke
totaalpakket van ruim 600 hectare nieuwe estuariene natuur.
De Europese Commissie heeft destijds geen opmerkingen geplaatst bij dit totaalpakket
en de wijze waarop dit door de provincie Zeeland voor het middengebied is ingevuld
en sinds 2007 wordt uitgevoerd. Het kabinet gaat er van uit dat Nederland met dit
pakket voldoet aan de verplichtingen op grond van de Habitat- en Vogelrichtlijnen.
Hiertoe zal de effectiviteit van de uitgevoerde natuurbeschermingsmaatregelen worden
gemonitord. Ik verwijs hierbij ook naar het antwoord inzake de ingebrekestellingsprocedure
van de Europese Commissie.
Stand van zaken ingebrekestellingsprocedure Europese Commissie
De Europese Commissie heeft op 21 maart jl. per brief4 gereageerd op het antwoord van het kabinet van 21 december 2012 op het met redenen
omkleed advies.
De Europese Commissie geeft aan dat dit een stap kan zijn in de goede richting om
te voldoen aan de verplichtingen op grond van de Habitat- en Vogelrichtlijnen. Verder
heeft de Europese Commissie aanvullende opmerkingen op drie punten. De Europese Commissie
dringt er, ten eerste, op aan dat alle mogelijke stappen genomen worden om de uitvoering
waar mogelijk te versnellen. De regelmatige rapportering over de voortgang vindt de
Europese Commissie een belangrijk middel om te verzekeren dat er daadwerkelijk voortgang
gemaakt wordt. Ten tweede doet de Europese Commissie de suggestie om een onafhankelijke
commissie in het leven te roepen om het natuurherstel te monitoren. Tenslotte wijst
de Europese Commissie er op dat na aanwijzing van een gebied als een speciale beschermingszone
(voor de Westerschelde was dit december 2009) de nodige instandhoudingsmaatregelen
moeten worden getroffen en dat die maatregelen zonder verdere vertraging moeten worden
uitgevoerd. De Europese Commissie begrijpt echter dat vaststelling van het beheerplan,
waarin is aangegeven hoe, waar en volgens welke tijdfasering de instandhoudings-doelstellingen
voor het Natura 2000-gebied worden gerealiseerd, vertraagd is tot begin 2014. Ik zal
de Europese Commissie antwoorden en u daarover informeren.
Grondverwerving
Om tot uitvoering over te kunnen gaan moeten de gronden verworven worden. Hiertoe
is inmiddels het traject tot minnelijke verwerving opgestart. Gelet op het vertrouwelijk
karakter van deze procedure kan ik hierover geen nadere mededeling doen.
Ecotopenkaarten
In mijn brief5 d.d. 4 maart jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de ecotopenkaarten van 2008 en
2010. Deze ecotopenkaarten zijn met het oog op de vergelijkbaarheid nog «onder bewerking».
Eind 2013 komen hiervan definitieve kaarten beschikbaar. De ecotopenkaart van 2011
en 2012 moeten nog worden gemaakt en er zijn nu nog geen concepten beschikbaar. Deze
zullen naar verwachting eind 2013 eveneens aan uw Kamer worden aangeboden. Aangezien
de ecotopenkaarten dan onderling vergelijkbaar zijn, kan pas op dat moment een nadere
uitspraak worden gedaan over de eventuele trendbreuk zoals genoemd in het Deltares-rapport
«Vervolgonderzoek drie buitendijkse maatregelen voor natuurherstel Westerschelde».
De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma