30 844
Regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht)

nr. 38
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER STAAIJ TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 14

Ontvangen 3 december 2007

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel 5.16 komt te luiden:

Artikel 5.16

In gevallen waarin vanuit een inrichting of mijnbouwwerk afvalwater of andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater worden gebracht tengevolge waarvan:

a. de doelmatige werking van het zuiveringstechnisch werk wordt belemmerd, of

b. de krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer gestelde grenswaarden voor de kwaliteit van het oppervlaktewater worden overschreden, is tevens het bestuursorgaan dat zorg draagt voor het beheer van het zuiveringstechnisch werk of het oppervlaktewater waarop het afvalwater vanuit de voorziening wordt gebracht, bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang voor zover dat nodig is om die gevolgen te beperken of weg te nemen.

II

In artikel 5.22, derde lid, wordt «een verzoek doen, als bedoeld in het eerste lid» vervangen door: een verzoek doen tot wijziging of intrekking van de vergunning of ontheffing aan het op grond van dit hoofdstuk daartoe bevoegde bestuursorgaan.

Toelichting

Het amendement voorziet erin dat de waterschappen als beheerders van rioolwaterzuiveringsinrichtingen en watersysteembeheerders de handhavingsinstrumenten behouden die nodig zijn om direct en deskundig te kunnen optreden en niet afhankelijk te zijn van de medewerking van andere overheden. Het belang van de bescherming van rioolwaterzuiveringsinrichtingen en watersystemen maakt het noodzakelijk om rechtstreekse en deskundige interventie door de waterbeheerder richting vervuiler c.q. overtreder te behouden. Nederland ziet zich immers gesteld voor de opgave om op grond van de Kaderrichtlijn Water in 2015 een goede toestand van het water te bereiken. Daarbij is gebleken dat de deskundigheid van de waterschappen zo goed mogelijk moet worden benut. Een bindend adviesrecht richting gemeenten en provincies komt onvoldoende tegemoet aan de in het geding zijnde belangen. Met dit amendement krijgen de waterschappen de bevoegdheid tot het opleggen van een dwangsom en een last onder bestuursdwang. Voor het wijzigen of intrekken van een vergunning of voor ontheffing blijft het bindend adviesrecht van kracht.

Van der Staaij

Naar boven