30 826 Voorstel van wet van de leden Van Gerven en Dijsselbloem houdende een verbod op de pelsdierhouderij (Wet verbod pelsdierhouderij)

Nr. 43 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 februari 2016

Graag wil ik u, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, informeren over de stand van zaken van de juridische procedure en de gevolgen voor de handhaving van Wet verbod pelsdierhouderij.

Op 11 december 2015 heb ik u geïnformeerd over de acties genomen door beide partijen in zake de Wet verbod pelsdierhouderij (Kamerstuk 30 826, nr. 42). Ik heb u daarin toegezegd u op de hoogte te houden van het verdere verloop van deze procedure en de gevolgen voor de handhaving.

Ik kan u melden dat de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders (verder NFE) op 9 februari 2016 cassatieberoep heeft ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag d.d. 10 november 2015. De Wet verbod pelsdierhouderij blijft van kracht en dient te worden nageleefd.

De Wet verbod pelsdierhouderij kent strafrechtelijke handhaving. Dit betekent dat de effectuering van de handhaving in handen is van het Openbaar Ministerie (OM). Ik heb, zoals aangegeven in mijn brief van 11 december 2015, overleg gevoerd met het Openbaar Ministerie. Met het OM is afgesproken dat gedurende de cassatieprocedure de NVWA overtreders van de Wet verbod pelsdierhouderij zal opsporen en proces verbaal zal opmaken. Gedurende de cassatieprocedure zal ik zorgvuldig monitoren op dieraantallen. Naar verwachting zal de Hoge Raad in de loop van 2017 arrest wijzen. Indien het cassatieberoep wordt verworpen, dan gaat dat het OM zaken bij de rechter aanhangig maken.

Zoals eerder aangegeven betekent het arrest van het gerechtshof dat de Wet verbod pelsdierhouderij van kracht is en dat nieuwe nertsenhouderijen, uitbreidingen van bestaande nertsenhouderijen en overname van nertsenhouderijen zonder dat sprake is van een bijzondere omstandigheid, sinds 15 januari 2013 verboden zijn (Kamerstuk 30 826, nr. 41).

Ook als er sinds 15 januari 2013 een omgevingsvergunning is verkregen voor een nieuwe nertsenhouderij of een uitbreiding van een bestaande nertsenhouderij is de opstart of uitbreiding verboden. Zoals aangegeven komen alle overtredingen voor eigen risico van de ondernemer (Kamerstuk 30 826, nr. 36).

Ik zal tevens een wetsvoorstel voorbereiden tot wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij om bestuursrechtelijke herstelsancties mogelijk te maken.

Door middel van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom kan de nertsenhouder bij een uitbreiding in aantallen nertsen gedwongen worden om het aantal nertsen terug te brengen naar het maximaal aantal toegestane nertsen.

Dit is een erg effectief middel. Daarnaast zal in beginsel ook strafrechtelijke handhaving plaatsvinden. Met de voorgestelde wijziging is na de uitspraak in cassatie een complete handhavingsaanpak mogelijk.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Naar boven