Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201230825 nr. 129

30 825 Ecologische hoofdstructuur

Nr. 129 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND

Voorgesteld 8 december 2011

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat Nederland via internationale verdragen verplicht is het uitsterven van soorten binnen Nederland te voorkomen en via Europese verdragen verslechtering van Europese natuurwaarden te voorkomen;

constaterende, dat 80% van de Nederlandse natuur in een ongunstige staat verkeert, waarbij het tegengaan van verdere verslechtering volgens het Planbureau voor de Leefomgeving al niet gewaarborgd is en het realiseren van herstel al helemaal onzeker is;

constaterende, dat op een moment dat de natuur er slecht voorstaat, de regering bezuinigt op en verboden heeft afgekondigd op de maatregelen die nodig zijn om de natuurverplichtingen te vervullen, en provincies verantwoordelijk wil maken voor het realiseren van de natuurdoelen;

constaterende, dat uit de analyse van het PBL van het voorliggende Natuurakkoord blijkt dat er zelfs bij de meest optimistische inschatting van het akkoord sprake zal zijn van forse achteruitgang in natuurgebieden;

constaterende, dat er geen enkele duidelijkheid is over de vraag of en hoe het Rijk het nakomen van internationale natuurverplichtingen zou kunnen afdwingen bij de provincies;

concludeert dat het voorliggende Onderhandelingsakkoord Decentralisatie Natuur een goede sturing op het realiseren van de natuurdoelen onmogelijk maakt;

draagt de regering op het Onderhandelingsakkoord Decentralisatie Natuur in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ouwehand