nr. 11
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 maart 2008
In reactie op het verzoek van 31 januari 2008 van de vaste commissie
voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de vaste commissie voor
Verkeer en Waterstaat (V&W) (08-LNV-B-13) bericht ik u, mede namens de
staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, als volgt.
Allereerst bied ik u mijn excuses aan voor het feit dat ik niet binnen
de gestelde termijn aan uw verzoek kon voldoen.
Ik heb kennisgenomen van de bezwaren van de werkgroep Zoet Flakkee en
van de onrust die door dit project in de streek is ontstaan. Ik ben mij ervan
bewust dat de omzetting van landbouwgrond in natuur voor de direct betrokken
ondernemers en bewoners ingrijpend is en weerstand oproept.
Het project Zuiderdieppolders is gebaseerd op het Kabinetsbesluit ICES
1999, waarin is besloten tot het realiseren van 3000 hectare natte natuur
mede ten behoeve van waterberging en recreatie in de Zuidhollandse delta.
In de brief van oktober 1999 van de staatssecretarissen van LNV en VenW aan
de Tweede Kamer (Kamerstuk 25 017, nr. 25) zijn de doelen en middelen
voor Deltanatuur vastgelegd en werd opdracht gegeven aan de Stuurgroep Deltanatuur
voor de uitwerking en invulling van de plannen. De Zuiderdieppolders zijn
in de Nota Ruimte begrensd op PKB Kaart 5 EHS en opgenomen in het Streekplan
Zuid-Holland Zuid.
Het Rijk is eindverantwoordelijk voor de realisatie van de Ecologische
Hoofdstructuur (EHS). Rijk en provincies hebben in het kader van het Investeringsbudget
Landelijk Gebied (ILG) afspraken gemaakt over de uitvoering van de EHS. Deltanatuur
maakt onderdeel uit van die afspraken, waarmee de uitvoeringsverantwoordelijkheid
van het project bij de provincie Zuid-Holland ligt. Over de bezwaren heb ik
overleg gevoerd met de provincie. De provincie Zuid-Holland heeft gelijkluidende
brieven van de werkgroep Zoet Flakkee ontvangen. Daarnaast hebben de gemeenten Goedereede en Dirksland, op basis van moties in de gemeenteraden,
een verzoek tot heroverweging gedaan bij de minister van LNV en Gedeputeerde
Staten van Zuid-Holland.
Vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor de doelstellingen en de instrumenten
van beleid deel ik u het volgende mee.
Bij de realisatie van het EHS-beleid wil het kabinet concrete stappen
zetten naar een duurzame samenleving. De verschillende belangen die in een
gebied samenkomen, worden afgewogen teneinde duurzaamheid en leefbaarheid
zoveel mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Het kabinetsbeleid is gericht
op het realiseren van de EHS om de biodiversiteit veilig te stellen en om
de recreatiemogelijkheden te vergroten. Gebieden rond de grote steden hebben
daarbij prioriteit. Ook wordt gestreefd naar een integrale aanpak, waarbij
gezamenlijk meerdere problemen worden opgelost. De realisatie van de Zuiderdieppolders
past binnen dit beleid.
Door de realisatie van het project Zuiderdieppolders ontstaat 400 hectare
natte natuur. De recreatieve wensen uit de streek worden in het plan opgenomen.
In combinatie met de investeringen voor een nieuwe zoetwatervoorziening voor
de landbouw als gevolg van het Kierbesluit Haringvliet, ontstaat er een aantrekkelijke
recreatieve zone aan de noordzijde van Goeree-Overflakkee. Juist dicht bij
de Randstad, met een toenemende behoefte aan natuur voor mensen is, dit van
belang.
De motivatie voor de natuurontwikkeling in de Zuiderdieppolders is gelegen
in het feit dat alleen op deze locatie aan het Haringvliet een uniek zout-brak
getijdengebied kan ontstaan, zonder dat hiervoor hoeft te worden ingegrepen
in de primaire waterkering. Ik ben mij ervan bewust dat een onvermijdelijke
consequentie van de realisatie van de EHS is, dat landbouwgrond wordt omgezet
in natuur.
Het Zuiderdiep wordt op dit moment gebruikt als innamepunt van zoet water
uit het Haringvliet en als afvoer voor (brak) polderwater. De voortdurende
wisseling van het zoutgehalte resulteert in een slechte waterkwaliteit. Een
situatie die niet past in de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelstelling. Door
het Kierbesluit Haringvliet ontstaat een brakwaterzone in de monding van het
Haringvliet en moeten waterinnamepunten worden verlegd. Door de uitvoering
van het project Zuiderdieppolders, in combinatie met de compenserende maatregelen
van het Kierbesluit, wordt een knelpunt in de waterhuishouding opgelost en
wordt bijgedragen aan de KRW-doelstelling.
Ten aanzien van de werkwijze van Deltanatuur en de Dienst Landelijk Gebied
(DLG) merk ik het volgende op.
Met het ILG heeft het Rijk de regie voor de realisatie van het project
bij de provincie Zuid-Holland gelegd, omdat de provincie in staat is om met
de regio tot een goede afweging van belangen te komen. De provincie voert
de communicatie met de direct betrokkenen, de agrarisch ondernemers en grondeigenaren,
de lokale overheden en belangenorganisaties. Ook de aansturing van DLG gebeurt
door de provincie. In alle fasen van het project is door de provincie Zuid-Holland
overleg gevoerd met lokale overheden en belanghebbenden.
De verwerving van gronden vindt plaats op basis van een door Gedeputeerde
Staten van Zuid-Holland vastgesteld aankoopstrategieplan (ASP). Gelet op de
gewenste realisatietermijn van het project, maar ook op de wens van de ondernemers,
is in het ASP opgenomen dat aankoop op basis van «volledige schadeloosstelling»
mogelijk is. De daaraan gekoppelde mogelijkheid tot onteigening biedt een
legitieme basis voor de aankoop op basis van volledige schadeloosstelling.
Het aankoopbeleid blijft gericht op vrijwillige verwerving. Het aankoopbeleid
is erop gericht de agrarisch ondernemers de mogelijkheid te bieden om op een
andere locatie een vergelijkbaar bedrijf voort te zetten. Door de inzet van
ruilgrond blijkt dit in de praktijk vaak mogelijk. Van de 400 hectare is op
dit moment 140 hectare verworven.
Betreffende de aanwijzing van de Zuiderdieppolders in het kader van Natura
2000 het volgende.
In het ontwerpaanwijzingsbesluit Haringvliet dat in procedure is gebracht,
zijn de Zuiderdieppolders begrensd en tegen het meebegrenzen zijn zienswijzen
ingebracht. Dit gebied valt onder de categorie «nieuwe natuur»
waarover ik u in mijn brief van 13 februari 2008 heb bericht. Met name
voor de niet verworven landbouwgronden zal ik, mede op basis van de ingediende
zienswijzen, het nut en de noodzaak van het begrenzen kritisch bezien. Daarbij
zijn de volgende criteria leidend:
1. wanneer er natuurwaarden zijn of worden ontwikkeld die overeenkomen
met de rest van het Natura 2000-gebied;
2. wanneer de nieuwe natuur noodzakelijk is om de instandhoudingsdoelstelling
te kunnen realiseren.
Het uit de begrenzing halen van nieuwe natuur is aan de orde indien deze
niet (meer) voldoet aan de bovenvermelde criteria.
Ik ben tot de conclusie gekomen dat het project Zuiderdieppolders vanuit
het rijksbeleid degelijk is gemotiveerd.
Ten aanzien van de Natura 2000 begrenzing van de Zuiderdieppolders zal
bij de afhandeling van de zienswijzen, het nut en de noodzaak van de begrenzing
op basis van de vermelde criteria kritisch worden bezien. Uiteraard voer ik
daarover intensief overleg met de provincie.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg