Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200730674 nr. 16

30 674
Wijziging van de Militaire ambtenarenwet 1931 en intrekking van de Wet voor het reservepersoneel der Krijgsmacht in verband met onder andere de invoering van een flexibel personeelssysteem voor de krijgsmacht

nr. 16
AMENDEMENT VAN HET LID POPPE

Ontvangen 14 juni 2007

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel I, onderdeel F, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «worden zes nieuwe artikelen» vervangen door: worden zeven nieuwe artikelen.

2. Voor artikel 12h wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12ga

Het ontslag bedoeld in de artikelen 12, onder f, 12quinquies, onder d, en 12g, tweede lid, wordt zonder toestemming van de militair ambtenaar slechts verleend indien

a. de militair ambtenaar ten minste beschikt over een diploma op het niveau van één van de opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waarmee in een arbeidsplaats in de maatschappij kan worden voorzien met een positie overeenkomstig met leeftijdgenoten met een vergelijkbare beroepsopleiding, praktijkkennis en loopbaanontwikkeling, en

b. de militair ambtenaar de beschikking heeft over een vervangende arbeidsplaats.

Toelichting

Dit amendement regelt dat het ontslag van militair ambtenaren aan voorwaarden gebonden is. Zonder toestemming van de militair ambtenaar mag aan hem geen ontslag worden verleend tenzij aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de militair beschikken over een diploma op minimaal het niveau van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Ten tweede moet er voor de militair ambtenaar een vervangende arbeidsplaats zijn.

Poppe