30 674
Wijziging van de Militaire ambtenarenwet 1931 en intrekking van de Wet voor het reservepersoneel der Krijgsmacht in verband met onder andere de invoering van een flexibel personeelssysteem voor de krijgsmacht

nr. 10
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 januari 2007

In het wetgevingsoverleg op 16 oktober 2006 m.b.t. de bevindingen van de commissie Staal heb ik de Kamer toegezegd te bezien, of in de Militaire ambtenarenwet een norm kan worden gesteld en daarin middelen worden opgenomen om excessief alcholgebruik tegen te gaan.

Hierin kan worden voorzien, door het bestaande voorstel van wet uit te breiden met het invoeren van de verplichting voor militairen om – naast een onderzoek van de urine op de aanwezigheid van drugs – zich te onderwerpen aan een onderzoek op het gebruik van alcohol. Teneinde de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer in evenredigheid te doen zijn aan het beoogde doel, namelijk waarborgen van de inzetbaarheid van de krijgsmacht, wordt de verplichte alcoholcontrole beperkt tot militairen die dienst moeten verrichten en wordt als norm de norm van artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet gehanteerd.

Ik bied u dan ook hierbij een Nota van wijziging aan met betrekking tot het voorstel van wet tot wijziging van de Militaire ambtenarenwet 1931 en intrekking van de Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht etc. (Kamerstuk 30 674, nr. 11). De Nota is voorzien van een toelichting.

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Naar boven