Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 juni 2013
Uw Kamer heeft voor het vervolg van het nota-overleg over de hervorming van de langdurige
zorg en ondersteuning om een reactie verzocht op het artikel uit Trouw getiteld «Verdriet
en angst in verzorgingstehuizen». Hierbij voldoe ik aan dat verzoek.
Eerst de casus:
Opella realiseert op de plek van het oude verzorgingshuis gefaseerd kleinschalige
verpleeghuiszorg en zelfstandige appartementen. Bestaande bewoners hebben de keuze
gehad om nog te blijven wonen op de huidige locatie zolang deze nog niet is gesloopt,
te verhuizen naar een locatie in een ander verzorgingshuis (eventueel ook een verzorgingshuis
van een andere zorgaanbieder) of op dit moment al een keuze te maken om in een nieuw
appartement te gaan wonen. Er is geen sprake van dat mensen gedwongen worden om weer
zelfstandig te gaan wonen. Uit contact met Opella is gebleken dat de verhuizing in
goed overleg is gegaan met de zittende bewoners.
Ik besef dat verhuizing voor oudere mensen emotioneel kan zijn en onzekerheid met
zich mee kan brengen. Ik zie echter ook dat instellingen zich tot het uiterste inspannen
om in overleg met de cliënt te zoeken naar een passende oplossing.
De honderdjarige mevrouw die in het artikel wordt genoemd, heeft ook een aantal keuzes
voorgelegd gekregen en heeft zelf besloten om meer zelfstandig te gaan wonen met zorg
aan huis. Ik heb begrepen dat de betrokken mevrouw en haar familie tevreden zijn met
de nieuwe woonplek en de wijze waarop zij en haar familie zijn begeleid door de instelling.
Het beleid van langer thuis wonen sluit aan op een trend die al langer zichtbaar is
en waarop instellingen zich ook al langer voorbereiden. Mensen blijven langer thuis
wonen en de mensen die nog wel naar een zorginstelling verhuizen, zijn de mensen die
gemiddeld genomen een zwaardere zorgvraag hebben.
Het al door het vorige kabinet ingezette beleid van extramuralisering van de lichte
zorgzwaartepakketten maakt het voor zorginstellingen des te belangrijker om na te
denken over de kwaliteit van de geboden zorg en huisvesting.
De trend van langer thuis wonen is al langer zichtbaar en ook in het verleden zijn
zorginstellingen bezig geweest om zich daar naar te richten.
Tussen 1980 en 2010 is het aantal plekken in verzorgingshuizen afgenomen van 150.000
tot 84.000. Het aantal verpleeghuisplekken is in dezelfde periode gestegen van 46.000
naar 74.000. Deze bewegingen hebben renovatie, sluiting en verhuizingen tot gevolg
gehad. Zorginstellingen zijn continu bezig met de kwaliteit van de woonomgeving in
verzorgingshuizen. Instellingen besluiten op enig moment tot renovatie, sloop of (ver)nieuwbouw
indien zij tot de conclusie komen dat het aanbod niet meer aansluit op de vragen van
de huidige tijd. Zorginstellingen hebben hier ervaring mee en zoeken in overleg met
de cliënt, familie en cliëntenraden naar passende oplossingen.
In de uitwerking van het extramuraliseren van de lichtere zorgzwaartepakketten door
het vorige kabinet1 en in de maatregelen uit het regeerakkoord is altijd sprake geweest van invoering
voor nieuwe cliënten. Ik heb al een aantal keren vanaf mijn aantreden in oktober 2012
aangegeven dat het extramuraliseren betrekking heeft op nieuwe cliënten en dat bestaande
cliënten recht houden op verblijf in een instelling.2 Ook in mijn recente brief over de hervorming van de langdurige zorg en ondersteuning
van 25 april 2013 heb ik aangegeven dat de huidige cliënten recht hebben op verblijf
in een instelling.3 Tijdens het debat afgelopen maandag over de hoofdlijnen van de hervorming van de
langdurige zorg en ondersteuning heb ik nogmaals benadrukt dat het extramuraliseren
van de lichtere zorgzwaartepakketten alleen betrekking heeft op de nieuwe instroom.
Bestaande cliënten behouden hun recht op verblijf in een zorginstelling (ook bij een
eventuele herindicatie). In het geval van sluiting of verbouwing van een instelling
kan dit betekenen dat mensen (tijdelijk) in een andere instelling gaan wonen.
In het artikel in Trouw wordt aangegeven dat het inkoopbeleid van Achmea voor veel
onrust heeft gezorgd. Dit zou suggereren dat Achmea de bestaande rechten van cliënten
niet zou respecteren. Achmea heeft in een tweede brief die ze naar alle instellingen
in de sector verpleging en verzorging hebben gestuurd, aangegeven dat ze de rechten
van bestaande cliënten op verblijf in een instelling zullen respecteren.
Ik heb al eerder aangegeven dat ik stevige regie wil voeren op de transitie van de
hervorming van de langdurige zorg en ondersteuning. In dat kader heb ik een transitieplan
aangekondigd voor het einde van de zomer. Tevens heb ik in dit kader deze maand overleg
met alle betrokken partijen over de zorginkoop voor het jaar 2014.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn