30 585
Wijziging van de Wet op de Raad van State in verband met de herstructurering van de Raad van State

nr. 15
AMENDEMENT VAN DE LEDEN GRIFFITH EN WOLFSEN

Ontvangen 27 juni 2007

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel A, wordt aan artikel 2 een zesde lid toegevoegd, luidende:

6. In bijzondere gevallen kan van het vierde lid worden afgeweken.

II

In artikel I, onderdeel A, wordt artikel 41 gewijzigd als volgt:

A. In het eerste lid wordt «de leden van de Afdeling bestuursrechtspraak» vervangen door: de leden van de Afdeling bestuursrechtspraak die voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid,.

B. In het derde lid wordt «een ander lid van de Afdeling bestuursrechtspraak» vervangen door: een ander lid van de Afdeling bestuursrechtspraak dat voldoet aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid.

III

In artikel I, onderdeel A, wordt, onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, na artikel 42, tweede lid, een lid tussengevoegd, luidende:

3. Leden van de Afdeling bestuursrechtspraak die niet voldoen aan het vereiste, gesteld in artikel 2, vierde lid, kunnen:

a. geen zitting hebben in een enkelvoudige kamer en

b. niet de meerderheid vormen van de leden van de meervoudige kamer.

Toelichting

Dit amendent beoogt de mogelijkheid om in bijzondere gevallen af te wijken van de regel dat slechts juridisch geschoolde staatsraden deelnemen aan de rechtsprekende taak van de Raad van State te herstellen. In de nota van wijziging van het Kabinet (stuk nr. 7) is deze mogelijkheid ten onrechte zonder nadere motivering geschrapt.

Griffith

Wolfsen

Naar boven