Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201130536 nr. 125

30 536 Regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 20..)

Nr. 125 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 oktober 2010

Hierbij bied ik uw Kamer een tweetal rapporten aan, welke door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) zijn opgesteld op basis van artikel 9 en artikel 33 van de Postwet.1 Tevens geef ik een tussenstand in de voortgang van de opening van de postmarkt in de Europese Lidstaten.

Artikel 9 is opgesteld ter bevordering van de concurrentie op de postmarkt en regelt dat andere postvervoerbedrijven toegang kunnen krijgen tot het netwerk van een postvervoerbedrijf dat ten minste 5 dagen per week poststukken bezorgt op alle adressen in Nederland. In artikel 9 lid 5 van de Postwet is opgenomen dat het rapport van OPTA over de toegang tot het netwerk aan de Staten-Generaal wordt gezonden, vergezeld van de bevindingen van de minister van Economische Zaken.

Artikel 33 van de Postwet betreft de rapportage over de werking van de nationale markt voor postvervoerdiensten. In het Algemeen Overleg van 8 april jl. (kamerstuk 30 536, nr. 119) heb ik toegezegd deze rapportage aan uw Kamer te doen toekomen.

In het Algemeen Overleg van 29 juni jl. (kamerstuk 30 536, nr. 124) heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de laatste stand van zaken voor wat betreft de opening van de postmarkt in andere lidstaten van de Europese Unie. Met deze brief wil ik tevens aan deze toezegging voldoen.

Evaluatie artikel 9 Postwet: verslag over de effecten in de praktijk en advies over de wenselijkheid voor aanvullende regels

Met de invoering van de Postwet 2009 heeft de wetgever beoogd meer ruimte voor concurrentie op vooral de zakelijke markt te ontwikkelen. Een aandachtspunt hierbij is dat nieuwe postvervoerbedrijven moeilijk een levensvatbaar netwerk kunnen ontwikkelen voor de bezorging van poststukken, doordat ze in de aanvangsfase een beperkt klantenbestand hebben.

Om de concurrentie op de postmarkt te bevorderen, is artikel 9 opgenomen in de Postwet 2009. De veronderstelling is dat de concurrentie kan worden bevorderd door nieuwe postvervoersdiensten toegang te bieden tot het netwerk waarmee poststukken op ten minste vijf dagen per week kunnen worden bezorgd op alle adressen in Nederland. Momenteel beschikt alleen TNT Post over een dergelijk netwerk (collectie, transport, sortering, distributie en bezorging). Artikel 9 beoogt de toegang van postvervoerbedrijven tot dit netwerk te verbeteren door middel van een verplichting voor TNT Post tot non-discriminatoire en transparante voorwaarden en tarieven bij het openstellen van hun netwerk.

OPTA heeft met onderhavige evaluatie invulling gegeven aan artikel 9, vijfde lid. Daarin is bepaald dat OPTA een jaar na de inwerkingtreding van de Postwet 2009 verslag uitbrengt over de doeltreffendheid en effecten in de praktijk van artikel 9, eerste lid. Ook is bepaald dat het college advies uitbrengt over de wenselijkheid van aanvullende regels om toegang tot het netwerk van TNT Post te bevorderen.

De evaluatie heeft geleid tot twee belangrijke conclusies:

  • 1. OPTA concludeert dat artikel 9, vanwege de beperkte behoefte aan toegang tot het netwerk van de TNT Post bij andere postvervoerbedrijven, slechts een beperkt effect heeft op toegang tot het netwerk van TNT Post en (daarmee) op de concurrentie in de Nederlandse postmarkt. Aanvullende regels in het kader van artikel 9 worden door OPTA beschouwd als niet noodzakelijk.

  • 2. OPTA concludeert dat er wel andere factoren zijn die de ontwikkeling van concurrentie zouden kunnen beperken, zoals mogelijke kruissubsidiëring. OPTA acht het wenselijk om nader onderzoek te doen naar de precieze aard en omvang van de problemen met betrekking tot de verdere ontwikkeling van concurrentie en met behulp van welke instrumenten deze problemen afdoende kunnen worden aangepakt.

Mijn bevindingen naar aanleiding van de belangrijkste conclusies van dit rapport zijn als volgt:

  • 1. Gelet op de bevindingen van OPTA over de doeltreffendheid en de effecten van artikel 9 volg ik het advies van OPTA op om geen aanvullende regels in het kader van artikel 9 op te stellen.

  • 2. Voor wat betreft het door OPTA voorgestelde vervolgonderzoek naar andere belemmeringen op de postmarkt en mogelijke instrumenten om eventuele problemen afdoende te kunnen aanpakken, heb ik in het Algemeen Overleg van 29 juni jl. aangegeven een dergelijk onderzoek van belang te vinden. Ik heb tevens aangegeven dat het onderzoek na de zomer start, hetgeen is gebeurd. Ik heb van OPTA begrepen dat OPTA voornemens is dit onderzoek voor het einde van dit jaar af te ronden. Mede op basis van de resultaten van dit onderzoek zal moeten worden bezien of de Postwet op het terrein van toezicht moet worden gewijzigd. Na het onderzoek van OPTA zal ik uw Kamer informeren over de resultaten van het onderzoek en het eventuele vervolgtraject.

Rapportage artikel 33 over de werking van de nationale markt voor postvervoerdiensten

OPTA heeft in de Postwet de taak gekregen om de ontwikkelingen in de nationale markt voor postvervoerdiensten te volgen, en het Ministerie van Economische Zaken daarover te rapporteren, hetgeen is gebeurd.

Enkele marktgegevens uit de rapportage «De Nederlandse Postmarkt: 2008–2009» zijn:

  • In 2009 zijn in Nederland in totaal 5,1 miljard stukken brievenbuspost2 vervoerd, waarvan 4,8–5,0 miljard voor retailklanten. De respectievelijke omzetten bedroegen ongeveer 1,72 en 1,70 miljard euro. Het totale volume aan nationale brievenbuspost is tussen 2008 en 2009 gedaald met 4,2%. De krimp van de postmarkt heeft alle soorten post geraakt, waarbij volumes van particuliere post en tijdkritische post wel iets sterker zijn gedaald.

  • Ruim 40% van de markt bestaat uit Direct Mail en periodieken (waarvan 55–60% Direct Mail) en de rest (bijna 60%) uit overige brieven. Particulieren versturen slechts 7% van het volume, de rest is zakelijk. Van deze zakelijk post wordt 25–30% verstuurd door 27 grote zakelijke klanten. Op het vervoer van brieven heeft TNT Post 95–100% marktaandeel.

  • Begin 2010 stonden er bij OPTA 112 postvervoerbedrijven geregistreerd. De overgrote meerderheid is klein: 88% van de geregistreerde postvervoerbedrijven had in 2007 minder dan 1 miljoen euro omzet op postvervoerdiensten. Enkele postvervoerders zijn al in de jaren tachtig begonnen met het aanbieden van postvervoerdiensten, maar de meesten zijn na 2000 toegetreden, met een toetredingspiek in 2005 en 2006.

Stand van zaken opening van de postmarkt in andere lidstaten van de Europese Unie

De Postrichtlijn bepaalt dat vanaf 31-12-2010 de Lidstaten hun postmarkt volledig moeten openen. De toenmalige kandidaatlidstaten plus Griekenland en Luxemburg, in totaal elf Lidstaten, hebben twee jaar respijt gekregen en zullen uiterlijk vanaf 31-12-2012 hun postmarkten moeten openen. Dit betekent dat vanaf 31-12-2010 16 Lidstaten van de 27 hun postmarkt volledig moeten openen.

Er zijn op dit moment zes Lidstaten die hun postmarkt, vooruitlopend op de datum van 31-12-2010, al volledig hebben geopend: dat zijn Zweden, Finland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Estland en Nederland.

Er zijn daarnaast vier Lidstaten die de Postrichtlijn al in hun nationale wetgeving hebben opgenomen: dat zijn Frankrijk, Slovenië, Letland en Oostenrijk. De andere Lidstaten hebben de benodigde wetgeving in voorbereiding.

Zoals toegezegd in het Algemeen Overleg van 29 juni jl. zal bij de voorbereiding van de volgende Telecomraad in december 2010 teruggekomen worden op de laatste stand van zaken in de voortgang van de opening van de postmarkt in de Europese Lidstaten.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

Brievenbuspost: poststukken die passen door voor de aflevering van poststukken bestemde brievenbussen.