30 429
Wijziging van de Kernenergiewet (beperking geldingsduur vergunningen, beïnvloeden keuze van opwerking, financiële zekerheidstelling en vereenvoudiging van het bevoegd gezag)

nr. 12
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER EN VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 september 2008

Op het verzoek van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 september 2008 met als kenmerk 08-VROM-B-051 berichten wij als volgt.

In het kader van de in het Energierapport aangekondigde «no-regret» maatregelen om een volgend kabinet in staat te stellen een weloverwogen besluit over kernenergie te nemen, heeft het kabinet besloten dat het voorliggende wetsvoorstel tot wijziging van de Kernenergie aanpassing behoeft. In een brief die één dezer dagen aan de Tweede Kamer wordt verzonden, wordt dit verder toegelicht. Ook zal in dit verband binnenkort een Nota van Wijziging bij de Tweede Kamer worden ingediend. Wij kunnen ons voorstellen dat de Kamer de behandeling van het wetsvoorstel na ontvangst daarvan voortzet.

Zoals aangegeven in onze brief d.d. 10 september 2008, kamerstuk 30 429, nr. 11, blijft het uitgangspunt dat tijdens deze kabinetsperiode geen nieuwe kerncentrale wordt gebouwd. Wij hebben kennisgenomen van het voornemen van Delta om de aanvraagprocedure van de bouwvergunning te starten. Het staat een ieder vrij om een aanvraag om een vergunning in te dienen. Het kabinet zal een vergunningsaanvraag voor de bouw van een nieuwe kerncentrale in behandeling nemen, maar wil geen voorschot nemen op de uitkomst hiervan. Gelet op de lengte van procedures rond een vergunningsaanvraag is het de vraag of tijdens deze kabinetsperiode een besluit daarover genomen zou kunnen worden.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

Naar boven