Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201930420 nr. 298

30 420 Emancipatiebeleid

Nr. 298 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 januari 2019

Op 18 januari 2018 heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken mij verzocht om een afschrift van mijn reactie op de brief die het COC op 20 december 2017 aan mij zond. Het COC heeft in deze brief enkele punten onder mijn aandacht gebracht die de emancipatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele personen, transgender personen en intersekse personen (lhbti) betreffen.

Naar aanleiding van deze brief heb ik het COC uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. Dit gesprek heeft op 26 juni 2018 plaatsgevonden. Bij gebrek aan een schriftelijke reactie op de brief, treft u hieronder een resumé van het gesprek en de opvolging daarvan.

In het kennismakingsgesprek zijn de verschillende onderwerpen uit de brief van het COC aan de orde gekomen. Zo hebben wij gesproken over artikel 1 van de Grondwet en het initiatiefwetsvoorstel-Bergkamp c.s. (Kamerstuk 34 650) tot wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). In dat kader is ook de motie-Jasper van Dijk c.s.1 aan de orde gekomen, die ziet op de wenselijkheid van het wijzigen van de term homo- of heteroseksuele gerichtheid in de Awgb in de term seksuele gerichtheid. Ook hebben wij gesproken over het onderzoek dat ik laat uitvoeren naar de zogenaamde «homolijsten» en over de wensen van het COC ten aanzien van de registratie van het geslacht op officiële documenten.

Tijdens ons gesprek heb ik het COC uitgenodigd om deel te nemen aan de begeleidingscommissie bij het nadere historische onderzoek naar de zogenaamde «homolijsten». U bent recent separaat geïnformeerd over de reikwijdte van dit onderzoek, in reactie op de brief die het COC u en mij daarover op 5 oktober jl. stuurde.2 Over de reikwijdte van het onderzoek heb ik ook ambtelijk contact met het COC.

Ook heb ik het COC toegezegd dat het betrokken zal worden bij het onderzoek ter uitvoering van de motie-Jasper van Dijk, naar de toegevoegde waarde van het vervangen van de term «homo- of heteroseksuele gerichtheid» door de term «seksuele gerichtheid». Dit onderzoek zal ik op korte termijn laten uitvoeren. Over de uitkomsten van het onderzoek organiseer ik in het voorjaar van 2019 een bijeenkomst, waarvoor het COC uitgenodigd zal worden. Het streven is om de resultaten van het onderzoek en de bijeenkomst mee te nemen in de jaarlijkse voortgangsrapportage over het Nationaal Actieprogramma tegen Discriminatie (april 2019).

Ten aanzien van geslachtsregistratie heeft zich sinds het kennismakingsgesprek een nieuwe ontwikkeling voorgedaan. U bent hierover geïnformeerd door de Staatssecretaris van BZK en de Minister voor Rechtsbescherming.3 Dit staat overigens los van de inspanning van het kabinet, onder de coördinatie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, om onnodige geslachtsregistratie te verminderen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Kamerstuk 34 650, nr. 11. De motie «Verzoekt de regering, juridisch te onderzoeken wat de toegevoegde waarde van een wijziging van de woorden «hetero of homoseksuele gerichtheid» in «seksuele gerichtheid» zou zijn, of deze wijziging mogelijk is en vervolgens een voorstel daartoe naar de Tweede Kamer te sturen; Verzoekt de regering tevens de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren, bij voorkeur uiterlijk eind 2018.»

X Noot
2

2018Z23991.

X Noot
3

Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 1255