Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201530420 nr. 224

30 420 Emancipatiebeleid

Nr. 224 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 mei 2015

Tijdens het VAO Emancipatie op 2 april jl. (Handelingen II 2014/15, nr. 71, item 10) hebben de fracties van D66, PvdA en de VVD moties ingediend met het verzoek de financiering van de Gay-Straight Alliances op scholen te continueren (Kamerstuk 30 420, nr. 214, nr. 217 en nr. 220). Deze moties zijn op mijn verzoek aangehouden om mij in de gelegenheid te stellen met een voorstel te komen dat recht doet aan de verschillende moties en overleg te voeren met COC.

In deze brief informeer ik u over de uitkomsten van het overleg met het COC. Voor 2016 en 2017 wordt, zowel binnen het emancipatiebudget van OCW als binnen de instellingsubsidie van het COC, middels herschikking van middelen de financiering voor de GSA’s gevonden. Ik zal naast de instellingsubsidie een aanvullende projectsubsidie verstrekken van € 150.000 per jaar. Door fasering van onderzoek kan hiervoor dekking gevonden worden, zoals in de moties van de leden Bergkamp, Dijkstra en Yücel wordt voorgesteld. Ook bij het COC zal een beperkte herprioritering plaatsvinden, conform de motie van mevrouw Yücel: binnen de instellingsubsidie zal € 50.000 extra worden aangewend voor de GSA’s. Dit komt bij de € 200.000 uit de instellingsubsidie die jaarlijks al voor de GSA’s wordt bestemd. Op deze manier zorg ik samen met het COC dat de GSA’s op het oude niveau van € 400.000 per jaar kunnen worden voortgezet.

In de motie van mevrouw Van Ark wordt voorgesteld de GSA’s te financieren door meer bundeling van activiteiten en door te stoppen met andere projecten op dit terrein waarvan, in tegenstelling tot de GSA’s, de effecten niet bewezen zijn. De GSA’s zijn echter de enige interventie op scholen die ik subsidieer. En informatie over activiteiten, ondersteuning en lesmateriaal op het bredere terrein van sociale veiligheid wordt al gebundeld aangeboden via de website van de stichting School en Veiligheid. Er zijn dus geen middelen vrij te maken door andere projecten te stoppen of te bundelen. De voorlichters en rolmodellen op het gebied van zelfbeschikking (in het debat mensenrechtenambassadeurs genoemd) worden gefinancierd door mijn collega van SZW; dit geld kan dus niet worden ingezet voor de GSA’s. De inzet van deze ambassadeurs heeft bovendien een bredere focus dan acceptatie van LHBT’s.

De ontwikkelingen binnen de GSA’s en andere jongerenactiviteiten zullen ook in de toekomst onderdeel blijven van gezamenlijk overleg tussen OCW en het COC. Zoals ik ook in mijn brief van 19 december vorig jaar bij de midterm review emancipatie heb aangegeven, zet ik in op samenhang tussen projecten en bewezen werkzaamheid.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker