Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200930315 nr. 8

30 315
Gebruik van grenscontroles bij Terrorismebestrijding

nr. 8
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 juli 2009

Hierbij bied ik u aan het kaderdocument Grenstoezicht.1 In dit document is op hoofdlijnen een visie op het grenstoezicht uitgewerkt. In het kaderdocument Grenstoezicht worden maatregelen voor de middellange en lange termijn voorgesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van technologie en geïntegreerde risico-inventarisaties en -analyses.

Sinds het rapport van de Algemene Rekenkamer (AR) in 2005 over «Het gebruik van grenscontroles bij terrorismebestrijding»2 is fors geïnvesteerd in het grenstoezicht, onder meer door het uitvoeren van het «plan van aanpak verbetering grenscontroles»3.

Voor de komende jaren is het van belang dat in het grenstoezicht sprake is van een goede balans tussen enerzijds het controle- en veiligheidsbelang en anderzijds het economisch belang van Nederland bij een vlotte en klantgerichte afhandeling van personen- en goederenstromen. Het vinden en behouden van de juiste balans ziet het kabinet als zijn belangrijkste uitdaging.

Voor een solide en toekomstgerichte inrichting van grenstoezicht zal het kabinet steeds meer investeren in informatie- en risicogestuurd optreden. Hiervoor is een belangrijke randvoorwaarde dat alle diensten die betrokken zijn bij het grenstoezicht, zoals de Koninklijke Marechaussee, Douane, Zeehavenpolitie en inlichtingendiensten informatie uitwisselen en met elkaar in verband brengen. Op basis daarvan kan een integrale profielschets van een reiziger en diens bagage worden opgesteld. Aan de hand van dergelijk «profiling» kan worden beoordeeld of de desbetreffende persoon extra aandacht behoeft in het grenstoezichtproces zodat illegale immigratie en (georganiseerde) migratiecriminaliteit, zoals mensenhandel- en smokkel van minderjarige kinderen beter kunnen worden bestreden. Profiling maakt differentiatie in passagiersstromen mogelijk.

Door die differentiatie kan de focus in het grenstoezicht worden gelegd op die passagiers met een verhoogd risico in kader van illegale immigratie en georganiseerde criminaliteit en tegelijkertijd de grenspassage van passagiers met een laag risico, de zogenaamde bonafide reizigers, verder worden gefaciliteerd, hetgeen weer een positieve uitwerking heeft op de aantrekkelijkheid van Nederland als zakelijke en toeristische bestemming.

Een belangrijke maatregel om de hier boven geschetste ambitie te verwezenlijken is het inrichten van het programma Vernieuwing Grensmanagement (VGM). Met het programma wordt ook geanticipeerd op de voorstellen van de Europese Commissie met betrekking tot het verbeteren van het grenstoezicht in de Europese Unie1. In het bijgevoegde kaderdocument Grenstoezicht treft u een nadere uitwerking van het programma Vernieuwing Grensmanagement aan.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

TK 2005–2006, 30 315, nrs. 1–2.

XNoot
3

TK 2005–2006, 30 315, nr. 3.

XNoot
1

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio’s inzake de voorbereiding van de volgende stappen in het grensbeheer in de Europese Unie.