30 312 Algemene bepalingen betreffende de toekenning, het beheer en het gebruik van het burgerservicenummer (Wet algemene bepalingen burgerservicenummer)

M VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 21 oktober 2010

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis der Koningin1 heeft in haar vergadering van 14 september 2010 gesproken over de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 augustus jl.2 over de toegezegde rapportage overkoepelend beoordelingskader burgerservicenummer. Deze brief hing samen met toezegging T002853, die op 21 april 2008 aan de Eerste Kamer is gedaan.

Naar aanleiding daarvan heeft zij de staatssecretaris op 28 september 2010 een brief gestuurd.

De staatssecretaris heeft op 13 oktober 2010 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis der Koningin,

Ida Petter

BRIEF AAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Den Haag, 28 september 2010

In haar vergadering van dinsdag 14 september 2010 heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis der Koningin gesproken over uw brief van 25 augustus jl. (kenmerk: 2010-0000546862) over de toegezegde rapportage overkoepelend beoordelingskader burgerservicenummer. Deze brief hing samen met toezegging T002853, die op 21 april 2008 aan de Eerste Kamer is gedaan. In uw brief constateert u dat er geen wetsvoorstellen zijn ingediend betreffende een nieuw gebruik van het burgerservicenummer door niet-overheidsorganen in een sector en concludeert u dat er dus geen basis bestaat om te komen tot een overkoepelend beoordelingskader.

De commissie wil u laten weten dat zij u erkentelijk is voor uw brief. Zij hernieuwt daarnaast het verzoek om over circa twee jaar geïnformeerd te worden of een overkoepelend beoordelingskader gerealiseerd kan worden op basis van sectorale wetgeving die in de genoemde periode van twee jaar ingediend wordt. De commissie verwijst in dit verband ook naar haar eerdere brief van 25 maart 2008 (Kamerstukken 1 2007/08,30 312, J). De commissie verneemt graag van u of u bereid bent aan haar verzoek te voldoen.

Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis der Koningin,

L. M. L. H. A. Hermans

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 oktober 2010

In reactie op uw brief van 28 september jl. met kenmerk 146974.01u, betreffende het hernieuwde verzoek van de commissie om over circa twee jaar haar te informeren of een overkoepelend beoordelingskader burgerservicenummer kan worden gerealiseerd op basis van sectorale wetgeving die in de genoemde periode van 2 jaar wordt ingediend, bevestig ik u, dat ik bereid ben om aan het verzoek van de commissie te voldoen.

Ik zal de commissie uiterlijk in het najaar van 2012 hierover nader informeren.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten


XNoot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Bemelmans-Videc (CDA), Dölle (CDA), Meindertsma (PvdA), Eigeman (PvdA), Putters (PvdA), vicevoorzitter, Kox (SP), Ten Hoeve (OSF), Westerveld (PvdA), Engels (D66), Van Bijsterveld (CDA), Hendrikx (CDA), De Vries-Leggedoor (CDA), Duthler (VVD), Hermans (VVD), voorzitter, Van Kappen (VVD), Schaap (VVD), K.G. de Vries (PvdA), Ten Horn (SP), Quik-Schuijt (SP), Vliegenthart (SP), De Boer (CU), Lagerwerf-Vergunst (CU), Böhler (GroenLinks), Laurier (GL), Koffeman (PvdD) en Yildirim (Fractie-Yildirim).

XNoot
2

Kamerstukken I, vergaderjaar 2009–2010, 30 312, L.

XNoot
3

Zie www.eerstekamer.nl

Naar boven