30 308
Regels inzake inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering)

nr. 91
MOTIE VAN HET LID LAMBRECHTS C.S.

Voorgesteld 27 juni 2006

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat nog veel zaken geregeld en uitgevoerd moeten worden om de invoering van de Wet Inburgering per 1 januari 2007 ook daadwerkelijk met vertrouwen tegemoet te kunnen zien;

overwegende, dat uit het rapport «Risicoanalyse met betrekking tot de uitvoering van het voorstel voor de Wet Inburgering» van BMC blijkt dat er uitvoeringsrisico’s bestaan op de volgende onderdelen:

– de staat van voorbereiding van gemeenten;

– de staat van voorbereiding bij de IBG;

– informatievoorziening en automatisering, zeer speciaal de nog te bouwen ICT-systemen BPI (Bestand Potentiële Inburgeraars) en ISI (Informatiesysteem Inburgeraars);

– de ministeriële regeling en de AMvB’s;

– het transitiebudget voor de bve;

– het keurmerk;

verzoekt de regering rond 1 november 2006 de Kamer op de genoemde onderdelen te rapporteren over de stand van de voorbereiding met het oog op de invoering van de Wet Inburgering per 1 januari 2007,

en gaat over tot de orde van de dag.

Lambrechts

Dijsselbloem

Vergeer

Huizinga-Heringa

Van der Staaij

Azough

Naar boven