30 252 Toekomstvisie agrarische sector

Nr. 24 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2018

Boeren, tuinders en vissers zetten zich elke dag, onder soms moeilijke omstandigheden, in om ons van voedsel te voorzien. Deze inzet is van groot belang voor de Nederlandse samenleving. De moeilijke omstandigheden waarmee boeren, tuinders en vissers soms te maken krijgen, leidt in sommige gevallen tot grote psychosociale druk. Deze psychosociale problematiek raakt daarbij niet alleen de boer in kwestie, maar vaak ook zijn of haar gezin en omgeving. Het kabinet vindt het belangrijk om oog te hebben voor deze moeilijke omstandigheden en tijdig voor professionele hulp te zorgen als dat nodig is.

Tijdens de begrotingsbehandeling op 7 december 2017 heeft het lid Geurts hiervoor aandacht gevraagd en verzocht om erop toe te zien dat er in crisissituaties vanaf het begin aandacht is voor de ondernemer en zijn omgeving en daarbij na te gaan of de juiste stappen worden genomen.

Ik heb uw Kamer op 4 juli 2018 geïnformeerd dat er voldoende aanbod is van (en doorverwijzing naar) psychosociale hulpverleningsinstanties, maar dat hulpverleningsinstanties en de agrarische sector onvoldoende van elkaars bestaan op de hoogte zijn en niet alle hulpverleningsinstanties even goed bekend zijn met de doelgroep agrariërs (Kamerstuk 30 252, nr. 22). Daarom heb ik onlangs, op 31 oktober jl. een bijeenkomst georganiseerd over hulpverlening aan agrarische ondernemers in crisissituaties.

De opzet van deze bijeenkomst is in nauwe afstemming met LTO Nederland, Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), Zorg om Boer en Tuinder (ZOB) en het Ministerie van VWS tot stand gekomen. Aan de bijeenkomst hebben ook vertegenwoordigers van organisaties van erfbetreders, vertegenwoordigers van hulpverleningsinstanties, agrarische coaches, NVWA en RvO deelgenomen.

Het programma van de bijeenkomst bestond uit drie onderdelen: schetsen van de kloof tussen de agrariërs en (psychosociale) hulpverleningsinstanties, leren van aanpakken die nu in de praktijk worden toegepast én zoeken van oplossingsrichtingen om de kloof tussen agrariërs en hulpverleningsinstanties te verkleinen. Voor het eerste en tweede deel van de bijeenkomst waren sprekers uitgenodigd.

Uitkomsten van de bijeenkomst

De betrokkenheid bij het onderwerp van de organisaties die deelnamen aan de bijeenkomst op 31 oktober jl. was groot. De bijeenkomst heeft ertoe bijgedragen dat de contacten tussen de vertegenwoordigers van agrarische organisaties en erfbetreders met vertegenwoordigers van hulpverleningsinstanties (Stichting 113, GGD en GGZ) zijn versterkt. Een belangrijke eerste stap waardoor deze betrokken partijen elkaar nu makkelijker weten te vinden en de eerder genoemde onbekendheid van elkaars bestaan verkleind is. Om het contact tussen alle betrokken partijen verder te versterken heb ik LTO Nederland, NZO en ZOB gevraagd om een werkgroep van vertegenwoordigers van agrariërs en erfbetreders en hulpverleningsinstanties in te stellen. Deze organisaties hebben aangegeven daartoe bereid te zijn. Tijdens de bijeenkomst is verder een inventarisatie gemaakt van bestaande initiatieven die al op lokaal niveau plaatsvinden. Afgesproken is dat gekeken zal worden hoe deze initiatieven ook in andere regio’s door sectoren en andere hulpverleningsinstanties opgepakt kunnen worden, waarbij ik dit graag wil ondersteunen waar nodig. De volgende initiatieven zijn geïdentificeerd:

  • Het project Agrozorgwijzer (initiatief van NZO, Zuivel NL, ZOB en het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren) is in 2018 gestart. Binnen dit project wordt gewerkt aan:

    • bieden van handvatten aan erfbetreders voor signaleren, voeren van gesprekken en inzicht geven in netwerk hulpverleners;

    • bespreekbaar maken van psychosociale problematiek;

    • verkleinen kloof reguliere hulpverlening;

    • verbinden van reguliere zorg met sociaal netwerk.

    Voor digitale ondersteuning is www.Agrozorgwijzer.nl ontwikkeld voor melkveehouders en de medewerkers, erfbetreders en vrijwilligers van projectpartners, waarbij voorzien is in doorontwikkeling en uitrol naar andere sectoren.

  • Enkele gemeenten hebben agrarische coaches aangesteld, om keukentafelgesprekken met agrariërs aan te gaan. De rol van de coaches is vooral om in gesprek te gaan met agrarische gezinnen en in kaart te brengen of en zo ja, welke hulp ingeschakeld moet worden. Samenwerking met het netwerk (bestaand aanbod van hulp- en dienstverlening) is hierbij van groot belang aangezien er dan zorg wordt gedragen voor structurele aandacht en oplossingen. De coaches kunnen de agrariër doorverwijzen naar danwel contact leggen met huisarts, POH-GGZ (Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg), ZOB, gemeente, sociale wijkteam en zoeken eventueel contact met GGZ.

  • Er zijn momenteel twee netwerken, genaamd BoerenKans Achterhoek en Noord, actief. Deze netwerkenkomen voort uit het project BoerenKans, dat gericht was op ondersteuning van boeren en tuinders die zich bezinnen op de toekomst van hun bedrijf. Deze netwerken zijn succesvol, omdat ze door deelnemers van het netwerk zelf worden georganiseerd, waarbij het zorgdragen voor continuïteit een aandachtspunt is.

  • Stichting 113 Zelfmoordpreventie voert in opdracht van en afstemming met het Ministerie van VWS een lokale aanpak suïcide preventie uit in een zestal regio’s in Nederland (Suïcide Actie Preventie Netwerk: Supranet). Centraal in deze aanpak staat de community. De groep van agrariërs is hier als één van de risicogroepen geïdentificeerd. Familie en naasten, GGD’en, wijk- en buurtteams, huisartsen, scholen, politie, (sport)verenigingen en GGZ-instellingen werken intensief samen. Belangrijk hierin is het breder leren herkennen van signalen en het openen van het gesprek over suïcidale gedachten. Door hierover te spreken, kan ook ruimte komen voor een ander perspectief. Deze aspecten komen aan bod in de scholing en training tot zogenoemde gatekeeper die wordt aangeboden door Stichting 113.

In de bijeenkomst die 31 oktober jl. heeft plaatsgevonden, zijn ook twee vraagstukken benoemd die nader verkend zullen worden. Allereerst betreft het de mogelijke registratie van suïcide naar beroepsgroep. De vraag is of het mogelijk en wenselijk is om aanvullend op de huidige informatie die door het CBS wordt geregistreerd ook de beroepsgroep te gaan registreren. Ik zal dit vraagstuk in overleg met de Minister van VWS nader onderzoeken. Het tweede vraagstuk is het openen van een landelijk loket waar (anonieme) meldingen door erfbetreders gedaan kunnen worden. Niet alle erfbetreders zijn in staat om zelf een gesprek te voeren met een agrariër die psychosociale problemen heeft, hetzij omdat ze het emotioneel zwaar vinden danwel vanwege hun economische relatie. Een loket waar erfbetreders meldingen kunnen doen zou van toegevoegde waarde kunnen zijn. Dit ga ik daarom ook nader verkennen. Daarbij zullen we uiteraard goed nadenken over de privacyaspecten die dit met zich meebrengt.

Psychosociale problematiek in zijn algemeenheid en specifiek voor boeren, tuinders en vissers is een veelomvattend vraagstuk dat niet zo maar opgelost is. Het is van belang om deze problematiek goed in kaart te brengen, zodat mensen de goede hulp geboden kan worden. Het is daarom goed dat er vanuit de agrarische sector en hulpverleningsorganisaties de nodige initiatieven zijn om boeren in nood te bereiken en te helpen. Ik heb er vertrouwen in dat de vertegenwoordigers van de agrariërs, erfbetreders en hulpverleningsinstanties in goed contact met elkaar aan de slag gaan, door onder andere de genoemde lokale initiatieven op te pakken in andere regio’s. Daar wil ik waar nodig graag bij ondersteunen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Naar boven