30 234 Toekomstig sportbeleid

N VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 februari 2022

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 heeft kennisgenomen van de brief van 29 november 2021 met de reactie op de vragen van de commissie van 26 oktober jl.2 over het werkprogramma van de Nederlandse Sportraad voor 20223. De leden van de fractie van de PvdD hebben naar aanleiding hiervan nog een nadere vraag.

Naar aanleiding hiervan is op 21 december 2021 een brief gestuurd aan de toenmalige Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport heeft op 1 februari 2022 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 21 december 2022

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft met belangstelling kennisgenomen van de brief van 29 november 2021 met de reactie op de vragen van de commissie van 26 oktober jl.4 over het werkprogramma van de Nederlandse Sportraad voor 20225. De leden van de fractie van de PvdD hebben naar aanleiding hiervan nog een nadere vraag.

U geeft in uw reactie aan dat gedragsverandering een lange adem vergt. Er is de afgelopen jaren internationaal en nationaal onderzoek gedaan naar op gedragseconomie geïnspireerde methoden om mensen te helpen meer te bewegen. Daaruit zijn interventies naar voren gekomen die effectief zijn, weinig financiële investering vergen en niet ingrijpen op de keuzevrijheid. De leden van de PvdD-fractie vragen of het kabinet en de Nederlandse Sportraad van deze interventies op de hoogte zijn en zo ja, of en op welke wijze zij deze willen implementeren.

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag bij voorkeur voor 28 januari 2022.

Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.A.M. Adriaansens

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR LANGDURIGE ZORG EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 februari 2022

Ik ga hierbij in op het verzoek van de commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport en beantwoord de nadere vragen hieronder.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder

Nadere vraag van de leden van de PvdD fractie

U geeft in uw reactie aan dat gedragsverandering een lange adem vergt. Er is de afgelopen jaren internationaal en nationaal onderzoek gedaan naar op gedragseconomie geïnspireerde methoden om mensen te helpen meer te bewegen. Daaruit zijn interventies naar voren gekomen die effectief zijn, weinig financiële investering vergen en niet ingrijpen op de keuzevrijheid. De leden van de PvdD-fractie vragen of het kabinet en de Nederlandse Sportraad van deze interventies op de hoogte zijn en zo ja, of en op welke wijze zij deze willen implementeren.

Reactie op de nadere vraag en opmerkingen van de leden van de PvdD fractie

Er zijn in Nederland veel verschillende beweeg- en sportinterventies die door professionals op lokaal niveau in de praktijk tot stand komen. Lang niet altijd is duidelijk welke effecten dergelijke interventies hebben.

Om informatie en kennis over effectieve beweeginterventies te verzamelen en te ontsluiten, beheert het Kennis Centrum Sport en bewegen (KSCB) in samenwerking met het Centrum Gezond Leven (CGL) voor de overheid een database die voortdurend met actuele informatie over interventies wordt gevuld:

Database sport en beweeginterventies (www.kenniscentrumsportenbewegen.nl).

Deze database bevat een overzicht van beoordeelde en erkende beweeg- en sportinterventies. Dat wil zeggen dat ze bijdragen aan het in beweging krijgen of houden van (bepaalde groepen van) mensen. Door gebruik te maken van de kennis en informatie in de database hoeft niet iedere professional op lokaal niveau opnieuw het wiel uit te vinden.

Op landelijk niveau zet de overheid waar mogelijk in op het stimuleren van effectieve programma’s en interventies, waarbij rekening wordt gehouden met (gedrags-)inzichten uit (nationale of internationale) onderzoeken.

Een voorbeeld hiervan is de implementatie van de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). Dit is een traject van circa twee jaar voor mensen met overgewicht, dat gericht is op het realiseren van een gedragsverandering waar bewegen een onderdeel van is. De oorsprong van de GLI ligt in het buitenland. Onder meer naar aanleiding van de buitenlandse positieve resultaten is de GLI in 2019 in Nederland geïntroduceerd.


X Noot
1

Samenstelling:

Ganzevoort (GL), Gerkens (SP), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Bredenoord (D66), Koole (PvdA), De Bruijn-Wezeman (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD) (voorzitter), Vos (VVD), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Prast (PvdD), Van Pareren (Fractie-Nanninga) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van der Voort (D66), Keunen (VVD), Hermans (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA).

X Noot
2

Verslag schriftelijk overleg (Kamerstukken I 2021/22, 30 234, M).

X Noot
3

Kamerstukken I 2021/22, 30 234, L en bijlage.

X Noot
4

Verslag schriftelijk overleg (Kamerstukken I 2021/22, 30 234, M).

X Noot
5

Kamerstukken I 2021/22, 30 234, L en bijlage.

Naar boven