Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 april 2014
Met mijn brief van 20 september 2013 (Kamerstuk 30 234, nr. 88) heb ik u geïnformeerd over het voornemen van de KNVB om in 2020 een viertal wedstrijden
te organiseren in het kader van de eindronde van het Europees Kampioenschap voetbal
van de UEFA (hierna: EURO2020). De veranderde opzet van dat toernooi, die in 2020
voor het eerst zijn beslag zal krijgen, betekent dat het gehele toernooi zich uitstrekt
over 13 landen en 13 speelsteden. Inmiddels hebben 32 landen aangegeven een deel van
het toernooi te willen organiseren.
De afgelopen maanden heeft de KNVB in nauwe samenwerking en afstemming met de gemeente
Amsterdam, Amsterdam Arena, Luchthaven Schiphol en het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport de mogelijkheden onderzocht om een bid in te dienen bij de UEFA in
april 2014.
Nadat ook de Gemeenteraad van Amsterdam op woensdag 23 april jl.1 akkoord is gegaan met de financiële bijdrage van de gemeente, is deze week definitief
besloten het bid in te dienen.
Het bid is gericht op het organiseren van een zogenaamd standaard pakket.
Dat betekent drie groepswedstrijden en een achtste finale. De vier wedstrijden worden
alle in de Amsterdam Arena gespeeld. Qua omvang gaat het dus om een beperkt en overzichtelijk
evenement, dat echter, naar verwachting, wel veel publiciteit en maatschappelijke
en economische activiteiten met zich mee zal brengen. Een evenement kortom, dat past
binnen de kaders van het u vorig najaar toegestuurde Beleidskader Sportevenementen
(Kamerstuk 30 234, nr. 94).
Ondanks die beperkte opzet hecht ik er aan u daarover nader te informeren.
Immers, onderdeel van het bidbook vormen de garanties die de UEFA vraagt van diverse
partijen: de KNVB, de gemeente Amsterdam, de Arena en het Rijk.
Met betrekking tot de garanties van de kant van het Rijk, is in goed en constructief
overleg met de betrokken ministeries (Financiën, Economische Zaken, Buitenlandse Zaken,
Veiligheid en Justitie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Infrastructuur en Milieu)
een set van garanties opgesteld. Vertrek- en ijkpunt voor de garanties die de UEFA
vraagt voor EURO2020 zijn de Modelgaranties voor Grote Internationale Sportevenementen.
Deze laatste heb ik u op 5 juli 2012 toegezonden (Kamerstuk 30 234, nr. 71).
Met de geformuleerde garantieteksten voor EURO2020 is zo dicht mogelijk gebleven bij
de tekst van de «templates», zoals die door de UEFA zijn opgesteld. Op sommige plaatsen
waren wijzigingen noodzakelijk, omdat de wet -en regelgeving, zoals onder andere neergelegd
in de Modelgaranties voor Grote Internationale Sportevenementen, dat vereist. De opgestelde
garantieteksten passen derhalve binnen de Nederlandse en de EU wet- en regelgeving.
Het gaat hierbij om zaken als: Bescherming van commerciële en andere rechten van de
UEFA, Douane, Ticketing en toegang tot stadions, Visa en werkvergunningen, Geldverkeer,
Belastingen (BTW zaken e.d.), Antidoping en Veiligheid. Deze laatste garantie wordt
ook ondertekend door de Burgemeester van Amsterdam. Verder gaat het om een aantal
technische zaken als beschikbaarheid van voldoende vluchtverkeer en radiofrequenties.
Bijgaand treft u de door mij, namens het Rijk, ondertekende garanties, die onderdeel
uitmaken van het bidbook2. Dit bidbook zal uiterlijk op vrijdag 25 april bij de UEFA worden ingediend. De UEFA
zal in september 2014 een beslissing nemen over de toewijzing van het toernooi aan
de 13 speellanden.
De totale op dit moment verwachte kosten voor EURO 2020 worden geschat op € 16–19
mln. Verder hebben PricewaterhouseCoopers (PwC) en Sport2B (second opinion) een inschatting
gemaakt van de netto baten van EURO 2020.
Deze variëren tussen de € 55 mln. en € 75 mln. Een mogelijke financiële bijdrage van
de zijde van het Rijk voor de organisatie van het evenement valt binnen de kaders
van het beleid voor sportevenementen van het Ministerie van VWS (maximaal € 2 mln.
voor de organisatie van het evenement en € 0,5 mln. voor de organisatie van side events
gericht op het realiseren van maatschappelijke en economische spin-off). De aan dit
toernooi verbonden financiële aspecten worden meer concreet uitgewerkt, nadat het
bid is toegewezen.
Tenslotte is met de betrokken partijen (KNVB, gemeente Amsterdam, Amsterdam Arena
en VWS) gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst. Hierin wordt afgesproken in partnerschap
op te trekken en daardoor gezamenlijk een kansrijk bid in te dienen bij de UEFA.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers