Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 november 2013
In de antwoorden op vragen van de leden Marcouch en Van Dekken inzake de problematiek
van full contact vechtsporten heb ik toegezegd u nader te informeren over mijn positie
in dit dossier (Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 1451). Meer recent heeft u gevraagd om een brief over dit onderwerp.
Naar aanleiding daarvan deel ik u, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie,
het volgende mede.
Zoals aangekondigd is er in de afgelopen periode met een aantal relevante stakeholders
overleg gepleegd over de problematiek van de betreffende vechtsporten en wat er zou
moeten gebeuren om te komen tot een veilige en gezonde beoefening ervan. De gesprekken
zijn gevoerd met een tweetal gemeenten (Amsterdam en Hoorn, die beide veel ervaring
hebben met deze activiteiten), NOC*NSF, de Federatie Oosterse Gevechtskunsten (FOG)
en het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij (NIVM). De FOG is aangesloten
bij NOC*NSF. Het NIVM kan het keurmerk Fight Right op aanvraag toekennen aan bijvoorbeeld
lokale verenigingen die onder andere naar het oordeel van het NIVM een goed pedagogisch
didactisch klimaat en goed opgeleide leraren/trainers hebben.
Vechtsporten als vorm van vrijetijdsbesteding en lichaamsbeweging zijn populair bij
veel mensen, waaronder veel jeugd. In de gesprekken, maar ook uit beschikbare onderzoeken
is dat steeds weer gebleken en bevestigd.
Feit is ook dat de wereld van de vechtsporten, waarover het hier gaat, slecht is georganiseerd
en in het algemeen geen goed imago heeft. Belangrijk gevolg hiervan is, is dat er
geen eenduidige regelgeving is omtrent de registratie, niveau van leraren en trainers,
veiligheid met betrekking tot de gezondheid van de vechtsporters, het pedagogisch
klimaat, en dergelijke.
De overleggen, de beschikbare onderzoeksgegevens en de verschillende ervaringen hebben
aannemelijk gemaakt dat de weg van zelfregulering moeilijk en complex is. Er zijn
veel deelbelangen die zich niet makkelijk onder een noemer laten scharen en er ontbreekt
in deze sector – zoals men zelf aangeeft – een autoriteit die regels kan stellen.
Daartoe is inzet van buitenaf nodig om een veilige, gereguleerde en goed georganiseerde
sector van full contact vechtsporten te kunnen realiseren.
Daarom heb ik NOC*NSF gevraagd met een plan van aanpak te komen. NOC*NSF heeft aangegeven
op dit verzoek te willen ingaan en heeft inmiddels een voorstel gedaan. Daarin komen
alle inhoudelijke en formele aspecten aan de orde die nodig zijn om een goed georganiseerde
en transparante sector te realiseren. Dat daarbij prominente aandacht aan jeugdige
beoefenaren zal worden gegeven, zal duidelijk zijn. Een recente TV uitzending over
gala’s voor kinderen heeft de noodzaak daartoe indringend bevestigd.
De betrokkenheid van gemeenten betreft vooral het vergunningen beleid ten aanzien
van de organisatie van de zogenaamde vechtsport gala’s. In eerder genoemde antwoorden
is ook ingegaan op het gegeven dat in Noord Holland, op initiatief van de burgemeester
van Hoorn, een groot aantal gemeenten, waaronder Amsterdam, tot een uniform vergunningenbeleid
heeft besloten door een aanpassing en uniformering van de Algemene Plaatselijke Verordeningen
(APV).
Dit beleid ziet er op toe om aanvragers van evenementenvergunningen voor vechtsportgala’s
op levensgedrag te kunnen toetsen en deze vergunningen desgewenst vervolgens aan een
Bibob-toets1 te kunnen onderwerpen. Op deze wijze kunnen gevallen waarin criminele activiteiten
in of rond de organisatie aan de orde zijn in het vergunningsproces tot weigering
leiden. Met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt besproken hoe gemeenten
buiten Noord-Holland kunnen worden gefaciliteerd bij een aanpassing van de APV op
dit specifieke punt. Door de ingezette APV artikelen via de VNG te delen kan landelijk
gebruik worden gemaakt van de in Noord-Holland opgedane ervaring.
NOC*NSF verwacht rond de zomer van 2014 duidelijk te hebben hoe de regulering van
de sector er uit zal kunnen zien. De complexiteit van de materie maakt geen snelle
oplossingen mogelijk. Met het steunen van de inzet van NOC*NSF, die uiteraard gebruik
maakt van alle (onderzoeks-) informatie die al over de sector bekend is en ook zal
samenwerken met verschillende organisaties en instanties die betrokken zijn – de genoemde
gesprekspartners hebben in ieder geval al bereidheid getoond te willen meewerken –
verwacht ik een bijdrage te kunnen leveren aan de benodigde en ook door de sector
gewenste regulering.
Ik verwacht dat deze inzet tot noodzakelijke verbeteringen binnen deze sector als
mede tot een positiever imago ervan zal leiden.
Ik stel mij voor u – zo nodig – tussentijds over de voortgang te berichten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers