Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201230234 nr. 55

30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 55 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 november 2011

Tijdens het algemeen overleg over het sportbeleid op 29 juni 2011

(30 234/32 772, nr. 50) heb ik toegezegd dat ik u mede namens de minister van Veiligheid en Justitie in het najaar van 2011 een verdere uitwerking van het Actieplan: «Naar een veiliger sportklimaat» zou doen toekomen. Dit in vervolg op het op 22 april jl. aan u toegestuurde actieplan op hoofdlijnen (30 234, nr. 36).

Bij deze stuur ik u mede namens de minister van Veiligheid en Justitie de uitwerking van het actieplan. In de uitwerking is rekening gehouden met de door u gedane opmerkingen en voorstellen tijdens het hierboven genoemde algemeen overleg. Daarbij merk ik op dat met name aan de sportbrede zwarte lijst voor langdurige en of permanente uitsluitingen van ernstig overlast gevende personen nog veel haken en ogen zitten die de komende maanden worden onderzocht en uitgewerkt. Met de sport heb ik afgesproken dat in ieder geval de intentie er is om te komen tot een sportbreed registratiesysteem.

Tot slot meld ik u dat ik op 21 november a.s. een aantal aansprekende ambassadeurs uit de sport introduceer die dit actieplan actief gaan ondersteunen.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers

Uitwerking Actieplan «Naar een veiliger sportklimaat»

1. Inleiding

Op 22 april jl. heb ik u mede namens de minister van Veiligheid en Justitie de hoofdlijnen van het Actieplan: «Naar een veiliger sportklimaat» doen toekomen.

In dit document doe ik u namens NOC*NSF, KNVB, KNHB, VNG, MO-groep en de minister van Veiligheid en Justitie de verdere uitwerking van het Actieplan toekomen. Hierbij is rekening gehouden met de opmerkingen en voorstellen die tijdens het AO Sport van 29 juni jl. zijn gemaakt.

Het doel van het Actieplan is het creëren van een veiliger sportklimaat zodat iedereen met plezier kan sporten zonder last te hebben van intimidatie of geweld. Om dit te bereiken wordt enerzijds ingezet op het voorkomen van ongewenst gedrag en op het stimuleren van gewenst gedrag. Anderzijds worden ongewenst gedrag en excessen stevig aangepakt. Bij excessen is «Zero tolerance» het uitgangspunt. NOC*NSF geeft samen met de sportbonden uitvoering aan dit plan met betrokkenheid van de andere partners. Hiervoor stel ik tot en met 2016 € 7 miljoen per jaar beschikbaar aan NOC*NSF.

1.1 Het speelveld van de sport

Het actieplan is gericht op sporten op alle niveaus (zowel top- als breedtesport), voor alle leeftijden en voor alle sporttakken. De maatregelen zijn gericht op alle verschillende actoren binnen de sport; sportverenigingen en -bonden, sportbestuurders, trainers, coaches, scheidsrechters, sporters zelf, ouders en toeschouwers. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen in eerste instantie zelf verantwoordelijk is voor sportief gedrag en daar ook op aangesproken mag worden. De voorgestelde maatregelen zijn hier een aanvulling op. Zo kan een sportvereniging en/of sportbond voorwaarden scheppen waarin het voor iedereen gemakkelijker en vanzelfsprekender wordt om aan (persoonlijk) sportief gedrag te werken. Sportbestuurders hebben binnen hun vereniging een cruciale rol om gewenst gedrag op en rond het sportveld te bewerkstelligen.

Om effectief in te zetten op het voorkomen van, en aanpakken van ongewenst gedrag en het stimuleren van gewenst gedrag worden de maatregelen uit dit actieplan gericht op bonden waar nog veel winst valt te behalen in het bereiken van een veilig sportklimaat of bonden met een groot bereik.1

Enkele acties zoals verbetering van het tuchtrecht zijn gericht op alle 76 sportbonden, aangesloten bij NOC*NSF. Bij excessen in de sport worden acties vooral gericht op die sporten waar excessen veelvuldig voorkomen

Voetbalspecifiek programma

Hoewel voor alle bonden geldt dat sommige delen sportspecifiek worden uitgevoerd, is het op zijn plaats om voor voetbal aparte aandacht te vragen.

Dit is wenselijk omdat in het voetbal molestaties van scheidsrechters en staken van wedstrijden aanzienlijk vaker voor komen dan in andere sporten. Ook gezien het hoge aantal beoefenaars en aanhangers is aparte aandacht nodig. De KNVB zal een van de trekkers van het gezamenlijke programma zijn en daarin volop participeren. Waar wenselijk wordt voor sommige onderdelen voor voetbal een specifiek programma opgezet. Vanzelfsprekend wordt dit voetbaltraject altijd afgestemd met het sportbrede traject. De KNVB heeft al een Taskforce effectieve aanpak excessen ingesteld (hierna: Taskforce). Deze heeft vooral betrekking op de onderdelen tuchtrecht en excessen. De bevindingen van de Taskforce worden op twee manieren in het actieplan verweven. Enerzijds als repressief sluitstuk in het voetbal. Anderzijds worden de lessen die hiermee worden opgedaan vertaald naar toepassingen bij andere bonden.

Ook heeft de KNVB de verschillen in strafmaat binnen het amateur- en betaald voetbal geïnventariseerd. Het idee was om vanuit deze inventarisatie te komen tot zoveel mogelijk uniformiteit in de sanctiemodellen van het amateur- en het betaalde voetbal. De spelregels zijn immers gelijk en de bestraffing van het overtreden hiervan zou dat ook moeten zijn.

Het onderzoek heeft aangetoond dat er een behoorlijke samenhang zit in de strafmaat in het amateur- en het betaalde voetbal. Beide sanctiemodellen voorzien in het opleggen van waarschuwingen, schorsingen, geldboetes, winstpunten in mindering en ontzetting uit lidmaatschap. Voor zover verschillen geconstateerd kunnen worden betreft het met name de langdurige schorsingen in het amateur voetbal. Langdurige schorsingen in het amateurvoetbal worden doorgaans opgelegd wegens collectieve vechtpartijen of molestaties van spelers of scheidsrechters. Dergelijke excessen komen in het betaald voetbal niet of nauwelijks voor.

Voorts is er een verschil in het aantal gele kaarten dat tot een uitsluiting leidt.

In het amateurvoetbal leidt een gele kaart eerder tot een wedstrijd uitsluiting dan in het betaalde voetbal. De verklaring hiervoor is dat er in het betaalde voetbal in de reguliere competitie minimaal 8 wedstrijden meer gespeeld worden dan in de reguliere competitie in het amateurvoetbal. Bovendien is er een aantal jaren geleden onderzoek gedaan naar de «gele kaarten regeling» in het professionele voetbal in de ons omringende landen waaruit bleek dat Nederland strenger was dan andere landen. Op basis van deze vergelijking is de regeling destijds enigszins versoepeld. Dit voetbalseizoen zullen beide sanctiemodellen nogmaals met elkaar worden vergeleken om te inventariseren of er alsnog grote wijzigingen zijn opgetreden. Na deze tweede inventarisatie zal er tevens worden onderzocht hoe de sanctiemodellen in het voetbal in Nederland zich weerhouden tot andere sporten in Nederland en het voetbal in de ons omringende landen. De resultaten van beide onderzoeken zullen besproken worden met de tuchtorganen van zowel amateur- als betaald voetbal en de besturen amateur- en betaald voetbal.

Hier zullen dan de vervolgstappen worden vastgesteld.

De KNVB is zich ervan bewust dat het betaald voetbal een belangrijke voorbeeldfunctie heeft richting de amateurs en de jeugd. In het kader van dit actieplan en in het verlengde van de Taskforce buigt de KNVB zich momenteel over aanscherping van een eerder ingevoerde gedragscode, waarbij misdragingen die niet onder het tuchtrecht vallen, alsnog kunnen worden aangepakt.

Hierbij hebben met name negatieve uitingen in de media ten opzichte van de tegenstander, scheidsrechter of de KNVB de aandacht.

Definitie ongewenst gedrag

Deelnemers aan een sport kunnen tot op zekere hoogte «risicovolle» gedragingen (waartoe het spel uitlokt) over en weer van elkaar verwachten. De acties vanuit dit plan dienen niet ten koste te gaan van de normale uitoefening van een sport. Het gebruik van geweld, gaat vanzelfsprekend te ver. Tijdens het spel beoordeelt de arbitrage wanneer er in spelsituaties sprake is van overtredingen van de door de sport zelf vastgestelde spelregels. Buiten het veld beoordeelt de tuchtcommissie van de betreffende sportbond de ernst van de overtreding.

Bij aangifte van strafbare feiten kan dit ertoe leiden dat het Openbaar Ministerie tot vervolging over gaat. Een derde partij kan altijd melding maken richting de politie van een geconstateerd strafbaar feit.

Onder ongewenst gedrag worden in ieder geval de volgende gedragingen verstaan:

Blijvende effecten

Om blijvende effecten van dit actieplan ook na 2016 te realiseren wordt vanaf het begin van dit traject ingezet op implementatie en borging bij de sportbonden en andere organisaties die een product/dienst gaan inzetten in de reguliere werkzaamheden. Dit betekent dat bonden zich de thematiek eigen moeten maken én zelf de kracht en ervaring moeten opbouwen om de benodigde acties in de toekomst te blijven uitvoeren (zonder externe financiële of persoonlijke ondersteuning).

2. Maatregelen uitgewerkt

Om tot een veiliger sportklimaat te komen zijn enerzijds maatregelen nodig ter voorkoming van ongewenst gedrag en ter stimulering van gewenst gedrag. Anderzijds zijn maatregelen nodig om ongewenst gedrag en excessen in de sport aan te kunnen pakken. De maatregelen worden als volgt ingedeeld:

  • 1. Maatregelen gericht op spelregels.

  • 2. Maatregelen gericht op het tuchtrecht.

  • 3. Maatregelen gericht op gedragsregels.

  • 4. Maatregelen van de sport gericht op excessen.

  • 5. Maatregelen van politie en Justitie gericht op excessen.

  • 6. Aansluiting van sport bij (lokaal) integraal veiligheidsbeleid.

  • 7. Maatregelen gericht op vrijwilligers in de sport.

2.1 Spelregels

Het kennen van de spelregels en het begrijpen van het belang ervan is een belangrijk element van een goed en veilig sportklimaat. Bonden kunnen de rol van spelregels verbeteren door spel/wedstrijdregels verder te verduidelijken of aan te scherpen, of mogelijk zelfs aan te passen2. De reeds uitgevoerde «Analyse van spel- en gedragsregels» vanuit het programma «Samen voor Sportiviteit & Respect» biedt daar voldoende aanknopingspunten voor.

Ambitie

Sporters, ouders, trainers en coaches hebben kennis genomen van de spelregels die gelden in de sport. Bovendien worden spelregels gewijzigd ter bevordering van de veiligheid op het veld en het spelplezier.

Spelregelkennis

Per sportbond wordt een structureel systeem ontwikkeld voor het bijbrengen en onderhouden van spelregelkennis bij leden. Hiervoor worden de volgende acties uitgevoerd:

  • het publiceren van de spelregels op de websites van bonden en clubs (met link naar bondsite);

  • het aanbieden en implementeren van cursussen spel- en gedragsregels voor nieuwe (jeugd)spelers en ouders, trainers en coaches, bij alle bonden met spelregels/wedstrijdreglementen;

  • het invoeren van een verplicht spelregelbewijs, spelbewijs en/of scheidsrechterslicentie voor (jeugdige) sporters.

Spelregels en de toepassing ervan

Wangedrag van sporters, trainers, scheidsrechters of toeschouwers3 doet afbreuk aan de plezierbeleving van sportliefhebbers en is een grote ergernis voor hen. Daarom worden de volgende acties uitgevoerd:

  • het per sport vaststellen van een de top 10-ergernissen tijdens wedstrijden. Dit gebeurt in de eerste helft van het seizoen 2011/2012.

  • waar mogelijk het doorvoeren van spelregelwijzigingen of een andere toepassing van bestaande spelregels om de top 3 van deze ergernissen terug te dringen.

  • voor de start van het nieuwe seizoen een voorlichtingscampagne starten richting deelnemers en toeschouwers. Hierbij bijzondere aandacht voor een gelijkluidende instructie van scheidsrechters en coaches. Dit alles om iedere betrokkene op de hoogte te stellen van de gewijzigde spelregels.

  • het invoeren van een «pre match briefing», waarbij een bespreking tussen scheidsrechters, coaches en aanvoerders voor de wedstrijd om kennis te maken, afspraken over mogelijke situaties te maken, en een contact na de wedstrijd om feedback te geven.

  • Jaarlijkse evaluatie van de genomen maatregelen.

2.2 Tuchtrecht

Om daadwerkelijk tot een veiliger sportklimaat te komen is het essentieel dat spelers die zich op en rond het sportveld misdragen volgens een transparant en uniform tuchtsysteem en door een goed georganiseerd tuchtcollege op consistente wijze worden vervolgd en gestraft. Het uitgangspunt hierbij is collectief organiseren van het tuchtrecht waar dit kan, wenselijk en mogelijk is en het aan individuele bonden overlaten wanneer dit noodzakelijk is. De doelgroepen zijn alle bij NOC*NSF aangesloten sportbonden en het Instituut Sport Rechtspraak (ISR). Het ISR staat kleine bonden terzijde bij het uitoefenen van de tuchtreglementen voor algemene zaken, tuchtreglementen doping en seksuele intimidatie. Mogelijk kan uit de eerste acties blijken dat er meerdere partijen betrokken moeten worden.

Ambitie

Elke bij NOC*NSF aangesloten sportbond heeft een transparant en uniform systeem van reglementen met bezwaar- en beroepsprocedures, zowel voor competitie als voor algemeen tuchtrecht, doping en seksuele intimidatie, gebaseerd op een sportbrede blauwdruk tuchtrecht.

Om dit te bewerkstelligen worden de volgende acties uitgevoerd:

  • Een inventarisatie van de reglementen en procedures bij alle 76 bij NOC*NSF aangesloten sportbonden.

  • Een inventarisatie van de organisatie, kosten, cultuur en dienstverlening van het ISR ten behoeve van een goed tuchtrechtsysteem voor de aangesloten bonden.

  • Een advies aan de Algemene Leden Vergadering van NOC*NSF over wat wenselijk is om collectief te organiseren en wat de bonden zelf kunnen organiseren.

  • Aan de hand van dit advies die bonden ondersteunen met de organisatie en invoering van tuchtrecht die dit nodig hebben.

  • Tuchtrechtspraak collectief organiseren waar het mogelijk en wenselijk is. De organisatie hiervoor inrichten, versterken en financieren.

  • Ontwikkelen blauwdruk(ken) tuchtreglement.

  • Instellen auditcommissie per tuchtrechtonderdeel die gevolgde procedures toetst aan de reglementen en waar mogelijk aan de blauwdruk.

  • Onderzocht wordt of tuchtcommissies eigenstandig aangifte kunnen doen bij het constateren van een strafbaar feit.

  • Uitbreiding samenwerking met het overig vrijwilligerswerk in tuchtrechtspraak en registratiesysteem voor seksuele intimidatie.

2.3 Gedragsregels

Bestuurders moeten leren het voortouw te nemen bij het maken van afspraken over gedrag binnen de eigen sportvereniging. Het afspreken van gedragsregels zorgt er enerzijds voor dat mensen weten welk gedrag van hun verwacht wordt en anderzijds geeft het houvast om mensen op ongewenst gedrag aan te spreken of daar andersoortige acties op te ondernemen (zoals gesprek met ouders, schorsing lid, ontslag, trainer, werktaak, etc.). Voor het hele proces is het belangrijk om bestuurders aan te leren daadwerkelijk op te treden bij ongewenst gedrag. Zij moeten deze verantwoordelijkheid durven nemen en weten hoe ze dat het best kunnen doen.

Ambitie

Gedragsregels nemen een prominente plaats in om ongewenst gedrag in de sport aan te pakken en te vóórkomen.

De volgende acties worden uitgevoerd:

  • Het opstellen van een sportbreed format voor gedragsregels in de sport.

  • Het ontwikkelen van een methodiek om gedragsregels en omgangsvormen per sport zowel lokaal als nationaal uit te kunnen rollen.

  • Sportverenigingen hebben een actief preventief beleid en maken gebruik van het sportbrede format over (on)gewenst gedrag.

  • Per sportvereniging worden op basis van het format eigen (aanvullende) gedragsregels opgesteld en duidelijk zichtbaar gemaakt voor iedereen.

  • Het aanbieden van cursussen spel- en gedragsregels voor nieuwe (jeugd)spelers en ouders, trainers en coaches.

3. Aanpak van excessen in de sport

Aanpak door de sport

Excessen in de sport lopen uiteen van agressie, bedreiging en geweld (richting scheidsrechters of andere betrokkenen) tot seksuele intimidatie. De sport wil hard optreden tegen een ieder die de sport op deze wijze schade toebrengt. Hiervoor is het noodzakelijk dat de sport over goede en effectieve procedures beschikt, al dan niet ondersteund door de inzet van politie en justitie. Bovendien moet worden geprobeerd om excessen te vóórkomen. Juist omdat excessen incidenteel zijn, is het belangrijk dat bestuurders, trainers en scheidsrechters weten hoe ze het beste kunnen handelen en dat er maatregelen zijn om zo effectief mogelijk te kunnen reageren en sanctioneren.

Ambitie

Sportverenigingen en tuchtcommissies kunnen aangifte doen van een geconstateerd strafbaar feit bij de politie en sancties voor excessieve overtredingen sluiten beter aan bij de verwachtingen uit de sport en de maatschappij. Daarnaast kan het OM een zwaardere strafeis stellen waardoor scheidsrechters/officials een extra beschermde positie genieten vergelijkbaar aan die van ambtsdragers.

De acties bestaan uit:

  • In kaart brengen welke bonden met (welke) excessen worden geconfronteerd.

  • Ontwikkelen en implementeren van een effectieve aanpak excessen (korte procedure, mondelinge behandeling, gespecialiseerde medewerkers begeleiden proces, kwaliteitsverbetering en verder gaande professionalisering), zowel op bonds- als verenigingsniveau. Bij excessen wordt aangifte bij politie verplicht gesteld en altijd aangegeven bij tuchtcommissies.

  • Er wordt een registratiesysteem voor excessen ontwikkeld en ingevoerd waarbij risicovolle verenigingen gestraft dan wel begeleid zullen worden (naar voorbeeld integraal meldsysteem van de KNVB). Dit systeem gaat samen met het verplicht aanmelden van ernstige incidenten, de verplichte analyse door de bond van de voorgevallen incidenten (kaarten, strafzaken, excessen) en de daarop volgende actie richting verenigingen of personen die veelvuldig of zware overtredingen maken.

  • De sport zet zich in op het ontwikkelen van een sportbreed registratiesysteem (zwarte lijst) voor langdurige en/of permanente uitsluitingen van personen die ernstig ongewenst gedrag vertonen. Indien mogelijk afgestemd op het registratiesysteem van plegers van seksuele intimidatie en rekening houdend met de regels van het College Bescherming Persoonsgegevens.

  • Onderzoek naar strafmaat in verschillende sporten bij overtredingen op het gebied van geweld jegens de arbitrage, seksuele intimidatie en discriminatie. Dit moet leiden tot een sportbrede samenhang van de strafmaat bij excessen (blauwdruk). Voor topsporters wordt een sportbreed strafsysteem voor excessieve overtredingen opgezet waarbij in de strafmaat tot uitdrukking komt dat het om een professional met een voorbeeldfunctie gaat. Een voorbehoud wordt gemaakt ten aanzien van strafmaten die internationaal worden bepaald.

  • Het uitbreiden van de opleiding van vertrouwenscontactpersonen naar grensoverschrijdend gedrag en omgaan met excessen.

  • Zorgdragen voor voldoende opgeleide vertrouwenscontactpersonen voor sportverenigingen en haar leden.

  • Checklist opstellen waarmee de risicofactoren van sportevenementen en sportwedstrijden kunnen worden getoetst en daarnaar handelen.

  • Ontwikkelen en uitrollen van persprotocollen voor de woordvoering omtrent excessen.

Aanpak van excessen op het terrein van politie en justitie

Om Nederland veiliger te krijgen, ook op en rond het sportveld is het van belang dat er heldere richtlijnen worden ontwikkeld voor het handelen en ondersteunen bij excessen. Maar dat niet alleen. Ook zal in het kader van «verbetering voor onze professionals» geweld tegen gezagsdragers en hulpverleners hard moeten worden aangepakt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Openbaar Ministerie zetten in op een verzwaring van strafeisen tegen officials. Daarnaast zullen politie en het Openbaar Ministerie bij strafbare feiten op en naast het sportveld op dezelfde wijze handelen als bij geweld op straat.

Acties bestaan uit:

  • Het oppakken en behandelen van aangiften en inzetten op zwaardere bestraffing van de dader(s) bij geweld tegen scheidsrechters. Om scheidsrechters betere bescherming te bieden, kan het OM een zwaardere strafeis stellen vergelijkbaar bij geweld gekwalificeerde slachtoffers (zoals de slachtoffers die in een afhankelijkheidsrelatie verkeren, slachtoffers van burgermoed, professionals en ambtsdragers) of vergelijkbaar met geweld in samenhang met een sportevenement.

  • Het departement van Veiligheid en Justitie en het Openbaar Ministerie zetten in op de mogelijkheid van feitelijke aangifte door de sportvereniging waar het feit zich heeft voorgedaan, als een individueel persoon zich bijvoorbeeld bedreigt voelt.

  • Het ontwikkelen en actief verspreiden van heldere richtlijnen voor het omgaan met excessen inclusief het optreden hierbij door de politie;

  • Indien door opruiende, discriminerende of intimiderende teksten (spreekkoren) de openbare orde en veiligheid in het geding is, of een strafbaar feit wordt gepleegd, zal er overeenkomstig worden opgetreden door politie en OM.

  • Ontwikkelen van heldere procedures voor het handelen en ondersteunen bij excessen door de inzet van politie en justitie.

4. Aansluiting bij integraal veiligheidsbeleid

Dit kabinet staat voor «Nederland Veiliger»: op straten, in wijken en in de openbare ruimte. Daarbij hoort ook veilig kunnen sporten bij de sportvereniging, zonder last te hebben van intimidatie of geweld.

De Rijksoverheid zal daarom sport opnemen in het veiligheidsdomein integraal veiligheidsbeleid. De Rijksoverheid zal faciliteren daar waar nodig richting lokale overheden en sportbonden én optreden daar waar feitelijke strafbare feiten worden geconstateerd. Gemeenten werken dikwijls volgens de methode Kernbeleid Veiligheid. Kernbeleid Veiligheid is een methode die gemeenten in staat stelt aan de hand van een stappenplan een integraal veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Afhankelijk van de lokale situatie en de lokale veiligheidsanalyse kan het noodzakelijk zijn dat sport bij dit proces worden meegenomen. Gemeenten maken hierbij zelf de afweging. Gemeenten moeten hierbij afspraken kunnen maken met de sport om ongewenst gedrag tegen te gaan.

Ambitie

Sport, politie, welzijnorganisaties en hulpverleners op lokaal niveau werken samen. Daar waar wenselijk zijn afspraken vastgelegd in een integraal veiligheidsbeleid gericht op het voorkomen en het aanpakken van ongewenst gedrag en excessen in de sport.

De acties om bovenstaande te bereiken bestaan uit:

  • Samenwerking tussen de sport en politie/justitie, onder andere bij dusdanige bedreigingen en verbaal en fysiek geweld waarbij de sport niet in staat is deze alleen aan te pakken.

  • Opnemen van de setting sport door Veiligheid en Justitie in het werkprogramma van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.

  • Lokale afspraken tussen de sport en politie, welzijnsorganisaties (buurt- en jongerenwerk) en/of andere relevante hulpverleners om ongewenst gedrag snel aan te pakken en te voorkomen. In samenwerking met de VSG wordt gekeken naar de werkzaamheid van het protocol Vrolijk en Veilig zoals dit op dit moment in de zwembadbranche wordt gehanteerd.

  • Indien aan de orde, moeten gemeenten hierbij afspraken kunnen maken met de sport om ongewenst gedrag tegen te gaan.

5. Ondersteuning vrijwilligers in de sport

5.1 Bewustwording van gewenst gedrag

Om gewenst gedrag in de sport te bereiken moet worden ingezet op bewustwording van het belang van gewenst gedrag én het verstrekken van informatie over ieders rol en mogelijkheden om dat gewenste gedrag te bewerkstelligen, richting alle partijen binnen de sport.

Ambitie

Alle bij NOC*NSF aangesloten sportbonden zijn op de hoogte van het actieplan «naar een veiliger sportklimaat» en bestuurders, trainers, coaches, scheidsrechters, ouders, (jeugd)sporters zijn zich bewust van het belang van gewenst gedrag in de sport.

Om dit te bereiken worden de volgende acties uitgevoerd:

  • Organiseren van workshops, gesprekken, bijeenkomsten met sportverenigingen door hun bonden en/of sportbreed, om over het thema te spreken en draagvlak te creëren; regionaal/lokaal.

  • Communicatie met en naar sportverenigingen om hen aan de slag te laten gaan en ter ondersteuning van hun acties.

  • Het aanstellen van een persoon binnen verenigingen die het thema in portefeuille krijgt.

  • Per bond de nationale teams (dames en heren) bij het thema betrekken en hen vragen ambassadeur/rolmodel te zijn, variërend van «zelf het goede voorbeeld geven» tot «af en toe uitspraken voor de media te doen» of een «interview te geven» tot «inzetbaar voor presentaties» e.d.

  • Inzet van ambassadeur/rolmodel voor nationale profilering (sportspecifiek; naast topsporters ook topcoaches, toparbiters, topbestuurders, media).

  • Persprotocollen wanneer het gaat om ongewenst gedrag en excessen.

  • Sportbreed communicatiemiddelen ter beschikking stellen – in combinatie met de interventies uit de deelprogramma’s – aan verenigingen ter ondersteuning van hun acties (bijvoorbeeld een verenigingshandboek).

  • Ontwikkeling en verspreiding communicatiemiddelen gericht op sporters en ouders, meestal via de verenigingen, soms rechtstreeks (bijvoorbeeld via social media en publicaties), met als doel de acties van verenigingen te ondersteunen en te vergemakkelijken.

5.2 Ondersteuning van sportbestuurders

Alle partijen in de sport spelen een rol op het gebied van een veiliger sportklimaat. De sportbestuurder vervult echter een sleutelrol. Hij of zij staat in direct contact met alle betrokkenen en kan andere partijen in staat te stellen om ook bij te dragen aan veilig klimaat op en rond het sportveld.

De bestuurder moet daarvoor een goed voorbeeld zijn (voorbeeldrol), moet beleid maken ten aanzien van het bevorderen van sportiviteit en respect (beleidsrol), moet het belang ervan actief uitdragen (communicatierol) en moet vooral weerbaar zijn (durven en kunnen ingrijpen).

Ambitie

Bestuurders van 30 bonden maken gebruik van de principes vanuit de modules «Sportief Besturen». Daarnaast maken bestuurders binnen deze bonden gebruik van de ontwikkelde handboeken en toolkits.

Uit te voeren acties hierbij zijn:

  • Ontwikkelen van een handboek «Sportief Besturen» voor sportbestuurders, met concrete handvatten voor het aansturen van de vereniging.

  • Ontwikkelen van een toolkit «Sportief Besturen» voor sportbestuurders, met concrete producten/activiteiten gericht op alle doelgroepen van het speelveld.

  • Voor ondersteuning bij aanpakken van ongewenst gedrag kan iedere vereniging terecht bij een aanspreekpunt/meldpunt.

  • Aanbieden van netwerkbijeenkomsten voor bestuurders van bonden en verenigingen.

  • Ontwikkelen opleidingsmodules «Sportief Besturen», waaronder een masterclass «Sportief Besturen» voor bondsbestuurders en regio-/districtsbestuurders.

  • Het breed aanbieden van de modules «Sportief Besturen» voor zowel de bonden als voor de verschillende niveaus binnen een bond (club-/ regio-/ bondsbestuurder), waarbij aandacht is voor de vraagstukken waar bestuurders tegen aanlopen.

5.3 Ondersteunen van trainers en coaches

Het is van belang dat trainers, coaches en begeleiders in staat zijn om een veiliger sportklimaat te creëren waarin sporters zich op hun gemak voelen, gewenst gedrag vertonen en op een sociale manier met elkaar omgaan. Trainers, coaches en begeleiders kunnen een sterke bijdrage leveren aan het voorkomen en aanpakken van ongewenst gedrag en het stimuleren van de persoonlijke ontwikkeling van sporters. Bijvoorbeeld als het gaat om sociaal gedrag, zelfvertrouwen, welzijn, het omgaan met autoriteit en doorzettingsvermogen.

Ambitie

Trainers, coaches en jeugdleiders van de relevante sportbonden/partijen hebben de benodigde vaardigheden om te functioneren in een veiliger sportklimaat en de bonden hebben dit verankerd in hun opleidingsaanbod. Bovendien zijn de huidige trainers, coaches en begeleiders van deze bonden bijgeschoold op deze vaardigheden.

De bijbehorende acties bestaan uit:

  • Het organiseren van bijscholingsmodules/opleidingen met de principes van positief coachen en het voorkomen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast zullen thema’s van andere modules worden vastgesteld (denk aan doping, seksuele intimidatie, omgaan met ADHD, autisme). Hierbij wordt waar mogelijk aangesloten bij de bestaande generieke leertrajecten van de Academie voor Sportkader.

  • Hierbij wordt gebruik gemaakt van de lokale sociaal-pedagogische expertise (zowel uitvoerend als beleidsmatig) die aanwezig is bij welzijnsorganisaties en Centra voor Jeugd en Gezin.

  • Het inbedden van deze vaardigheden in de reguliere opleidingen voor trainers/coaches van de sportbonden, sportoverkoepelende organisaties, in het aanbod van de Academie voor Sportkader en in de samenwerking met welzijnsorganisaties en Centra voor Jeugd en Gezin.

  • Doorontwikkelen van het licentiesysteem voor scholing en bijscholing, inclusief een systeem van verplichte bijscholing en studiepunten. Binnen dit systeem moeten bovengenoemde bijscholingsmodules een prominente (verplichte) plek krijgen om trainers, coaches en begeleiders kennis en vaardigheden bij te brengen om een rol te kunnen spelen in een veiliger sportklimaat.

  • Het opstellen van kwaliteitseisen met betrekking tot trainers, coaches en jeugdleiders die functioneren in het veiliger sportklimaat van de sportvereniging.

5.4 Ondersteunen van scheidsrechters

Steeds vaker krijgen scheidsrechters/officials te maken met ongewenst gedrag en excessen tijdens wedstrijden. Het is van belang dat er voldoende competente scheidsrechters, assistent-scheidsrechters en juryleden zijn, dat ze goed zijn opgeleid en dat ze voldoende ondersteuning krijgen. Dit geldt zowel voor de bondsscheidsrechters/officials als voor de scheidsrechters/officials, die voor een vereniging actief zijn. Een belangrijk thema, zowel binnen de maatschappij als bij de sport, is weerbaarheid.

Ambitie

Nieuwe officials worden standaard geschoold in weerbaarheid en huidige officials van de bond (niveau 3 en hoger) zijn bijgeschoold. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een sportbreed format waarin scheidsrechters worden begeleid met het omgaan van ongewenst gedrag en escalaties op en rondom het veld.

De in te zetten acties bestaan uit:

  • Ontwikkelen van een module weerbaarheid voor het opleiden van verenigingsscheidsrechters.

  • Inbedden module weerbaarheid in opleidingsprogramma van sportbonden Hiermee komen alle deelnemers aan opleidingen met weerbaarheid in aanraking.

  • Ontwikkelen van een module e-learning weerbaarheid, waar alle leden van sportbonden profijt van kunnen hebben.

  • Ontwikkelen van bijscholingsmodule weerbaarheid voor de bestaande groep bondsscheidsrechters.

  • Opstellen sportbreed format voor begeleiding van scheidsrechters van de bond, waarin verschillende vormen van begeleiding staan uitgewerkt op het omgaan met ongewenst gedrag en het voorkomen van escalaties.

  • Opstellen sportbreed format voor begeleiding van scheidsrechters/officials door sportverenigingen, waarin verschillende vormen van begeleiding staan uitgewerkt. Bewezen best-practices bij clubs vormen het uitgangspunt bij het ontwikkelen van het sportbrede format.

  • Het opstellen van een protocol bij molestaties en hieraan uitvoering geven. In het protocol is de procedure beschreven, die gevolgd wordt bij molestaties, en is vastgelegd op welke wijze nazorg wordt verleend aan de betrokken scheidsrechters/officials. Deze werkwijze dient voor zowel scheidsrechters/officials van de bond te gelden als voor die van sportverenigingen.

  • Werven van gekwalificeerde «scheidsrechterscoaches» (praktijkbegeleiders).


X Noot
1

Wanneer gesproken wordt over 30 sportbonden en uitgegaan wordt van de 25 grootste bonden (2** en 3***-bonden) en 5 kleine(re) bonden bij wie de thematiek sterk speelt, dan vertegenwoordigen deze dertig sportbonden 75% van het aantal leden/sporters (= 3 555 405 sporters) en 78% van het aantal sportverenigingen (= 19 633 verenigingen).

X Noot
2

Aanpassing alleen voor zover de nationale bond daar toe is bevoegd, zo kunnen bijvoorbeeld sommige spelregels voor bepaalde groepen als jeugd worden aangepast.

X Noot
3

Supporters/toeschouwers van het betaald voetbal vallen binnen het «Kader voor beleid, voetbal en veiligheid».