Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201130234 nr. 36

30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 36 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 april 2011

Aanleiding

Dit kabinet staat voor «Nederland Veiliger»: op straten, in wijken en in de openbare ruimte. Daarbij hoort ook veilig kunnen sporten bij de sportvereniging, zonder last te hebben van intimidatie of geweld. Dit is een verantwoordelijkheid van iedereen.

Veel mensen sporten in Nederland met plezier: 5 miljoen mensen zijn lid van een sportvereniging en 1 miljoen mensen zetten zich als vrijwilliger in voor de sport, bijvoorbeeld als trainer, scheidsrechter, bestuurder of in de kantine. Sporten is niet alleen leuk, het draagt ook bij aan de gezondheid en versterkt sociale vaardig-heden. En een vitale sportvereniging heeft ook een positieve invloed op de buurt.

Maar het is niet alleen goud dat er blinkt. Sportclubs worden geconfronteerd met ongewenst gedrag. Denk bijvoorbeeld aan de grove overtreding op het veld, te fanatieke ouders langs de lijn, schelden, bedreigen en molesteren van scheids-rechters, discriminerende opmerkingen en spreekkoren, sportwedstrijden die uitmonden in vechtpartijen, alcoholmisbruik in de kantine en seksuele intimidatie. Het is voor vrijwilligers in de sport vaak lastig om goed in te grijpen of ongewenst gedrag te voorkomen. Het kan niet zo zijn dat daardoor misdragingen onbestraft blijven.

Wij willen de sport veiliger maken, zodat iedereen met plezier kan sporten en de sport een positieve invloed heeft. Dit draagt ook bij aan het vergroten van de sportparticipatie. Daarvoor hebben wij met de sport (NOC*NSF, KNVB en KNHB), gemeenten (VNG en VSG), en MOgroep Welzijn maatregelen afgesproken die zijn opgenomen in een actieplan. Deze maatregelen zijn gericht op het aanpakken

van ongewenst gedrag en excessen en het creëren van een veiliger sportklimaat. Daarbij geldt «zero tolerance» voor zaken die echt niet kunnen.

De sport heeft reeds een aanzet gegeven ondermeer door actief te participeren in door VWS gesubsidieerde programma’s als «Samen voor Sportiviteit en Respect», «Masterplan Arbitrage» en «Bestrijding Seksuele Intimidatie». Bij de KNVB heeft dit mede geresulteerd in de recent aangekondigde zwaardere tuchtrechtelijke bestraffingen binnen het voetbal. Om dit vraagstuk met elkaar echt serieus op te pakken is meer nodig.

Actieplan

Zoals beloofd stuur ik u dit voorjaar een beleidsbrief Sport. Eén van mijn speerpunten in deze beleidsbrief is dat iedereen kan sporten en bewegen in een veilige omgeving. Ik wil dit vraagstuk samen met de betrokken partners met voorrang oppakken. Daarom bied ik u vooruitlopend op de beleidsbrief Sport, mede namens de minister van Veiligheid en Justitie, het actieplan «Naar een veiliger sportklimaat» aan. Het actieplan kent maatregelen welke in vier hoofdlijnen uiteen gezet kunnen worden. De maatregelen treft u aan in de bijlage bij deze brief. De hoofdlijnen zet ik hieronder kort uiteen.

1 Handhaving spel- en gedragsregels en tuchtrecht

De maatregelen voor deze lijn zijn gericht op de handhaving en het sportbreed invoeren van verbeterde (kennis van) spel- en gedragsregels en het versterken en aanscherpen van het tuchtrecht.

2 Aanpak van excessen bij de sport

De in te zetten maatregelen bij deze lijn zijn zowel gericht op het ontwikkelen van heldere richtlijnen voor het handelen en ondersteunen bij excessen als op de inzet van politie en het zwaarder straffen van daders. Geweld tegen officials wordt net zo zwaar bestraft als geweld tegen overige «ambtsdragers». Politie en Openbaar Ministerie zullen bij strafbare feiten op en naast het veld op dezelfde wijze handelen als bij geweld op straat.

3 Aansluiting van de sport bij het (lokaal) veiligheidsbeleid

De sport wordt geconfronteerd met ongewenst gedrag dat niet sport-gerelateerd is. Het is daarom van belang dat sport wordt opgenomen in het integrale veiligheidsbeleid, zowel dat van gemeenten als van het ministerie van Veiligheid en Justitie. De in het actieplan voorgestelde maatregelen sluiten hier op aan.

4 Vrijwilligers in staat stellen om ongewenst gedrag en excessen aan te pakken en te voorkomen

De voorgestelde maatregelen winnen aan kracht als ook wordt ingezet op bewustwording van het belang van gewenst gedrag bij iedereen die bij de sport is betrokken. Daarnaast is het van belang dat sportbestuurders, trainers, coaches en scheidsrechters ondersteuning krijgen zodat zij in staat zijn om ongewenst gedrag te voorkomen en excessen aan te pakken.

Financieel kader en uitvoering

Voor dit plan stellen we tot en met 2016 € 7 miljoen per jaar ter beschikking aan NOC*NSF, KNVB en KNHB om binnen de georganiseerde sport de maatregelen uit dit actieplan te realiseren, in samenwerking met de Rijksoverheid, VNG en gemeenten en de MOgroep Welzijn.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers

Rode kaart voor ongewenst gedrag.Actieplan «Naar een veiliger sportklimaat»

Dit actieplan zet zich in op het creëren van een veiliger sportklimaat waarbij iedereen met plezier kan sporten zonder last te hebben van intimidatie of geweld. Geheel in lijn met waar dit kabinet voor staat, namelijk «Nederland Veiliger». Met de maatregelen in dit plan wordt enerzijds ingezet op het voorkomen van ongewenst gedrag bij of in de sport en anderzijds op een «zero tolerance» beleid van zaken die niet door de beugel kunnen. De maatregelen zijn onder te verdelen in vier hoofdlijnen welke de komende tijd verder worden uitgewerkt met de partners. Het actieplan en de daarin vervatte maatregelen is tot stand gekomen in overleg met de sport (NOC*NSF, KNVB en KNHB), gemeenten (VNG en VSG), en MO-groep Welzijn.

1. Strakke handhaving van spel- en gedragsregels en het tuchtrecht

Het zich houden aan gedrags-, spel- en wedstrijdregels is een belangrijk element van een goed sportklimaat. Daarbij hoort ook een goed georganiseerd systeem van tuchtrecht. NOC*NSF, KNVB en KNHB zullen zich voor de georganiseerde sport in den brede, in afstemming met de betrokken sportbonden en sportverenigingen, inzetten op de ontwikkeling, implementatie en borging van in ieder geval de volgende maatregelen.

1.1 Maatregelen spelregels

  • Er wordt ingezet op het bevorderen, verduidelijken en aanscherpen van spelregels die een positieve bijdrage leveren aan sportiviteit en respect;

  • nieuwe leden en ouders van jeugdleden worden bekend gemaakt met de spelregels;

  • er worden voor iedereen duidelijke en toegankelijke richtlijnen opgesteld over straftoemeting bij ongewenst gedrag op het veld;

  • er wordt ingezet op het strak handhaven van de spelregels door de arbitrage;

  • er wordt ingezet op de invoering van de zogenaamde «pre match briefing» waarbij voor de wedstrijd met scheidsrechters/officials (en grensrechters), beide aanvoerders en beide coaches afspraken worden gemaakt over mogelijke – ongewenste – situaties in het veld.

1.2 Maatregelen tuchtrecht

  • Voor kleine sportbonden wordt uniform tuchtrechtspraak ingevoerd en wordt aangesloten bij het ISR (instituut sportrechtspraak);

  • strafbepalingen, registratie en uitsluitingen zullen worden aangescherpt;

  • excessen worden verplicht gemeld bij tuchtcommissies;

  • onderzocht wordt of tuchtcommissies eigenstandig aangifte kunnen doen van een strafbaar feit.

Daarnaast heeft de taskforce van de KNVB de volgende maatregelen voorgesteld, waarover de verenigingen zich nog moeten uitspreken:

  • spelers die zich schuldig maken aan geweld tegen scheidsrechters wacht een minimale schorsing van drie jaar tot een maximale straf van ontzetting uit het lidmaatschap;

  • bij collectieve vechtpartijen moet de tuchtcommissie sneller hele teams uit de competitie kunnen nemen;

  • de tuchtcommissie moet sneller uitspraak doen bij wangedrag;

  • de tuchtcommissie moet bij geweld eerder een voorlopige schorsing of opschorting van wedstrijden opleggen.

1.3 Maatregelen gedragsregels

  • Er wordt een sportbreed format opgesteld over gewenst gedrag met aandacht voor verbaal en fysiek geweld van publiek, ouders, spelers, trainers/coaches, verzorgers, scheidsrechters en bestuurders;

  • alle verengingen zetten in op een actief preventief beleid, met gebruikmaking van het sportbrede format over (on)gewenst gedrag;

  • per sportvereniging zullen op basis van en passend binnen het format eigen – aanvullende – gedragsregels worden opgesteld en duidelijk zichtbaar worden gemaakt voor iedereen.

2. Aanpak van excessen bij de sport

Om excessen bij de sport te kunnen aanpakken is het belangrijk om duidelijk met elkaar te omschrijven welke gedragingen we onder excessen en ongewenst gedrag verstaan, maar ook wie welke verantwoordelijkheid heeft en moet nemen om dit gedrag aan te pakken. Het gaat bijvoorbeeld over geweld, agressie en gevaarlijk spel op het veld onderling, maar ook om verbaal en fysiek geweld van sporters, coaches, trainers, ouders richting arbitrage en jegens elkaar. NOC*NSF, KNVB en KNHB zullen zich voor de georganiseerde sport in den brede, in afstemming met de betrokken sportbonden en sportverenigingen, inzetten om deze richtlijnen te ontwikkelen en te verspreiden en zullen daarbij gebruik maken van de inzet en de kennis van de VNG en de politie. Het ministerie van Veiligheid en Justitie onderzoekt of bij strafbare feiten aangifte kan worden gedaan door een ander dan het slachtoffer en ook neemt zij het voortouw bij het opnemen van de setting sport in het integrale (lokale) veiligheidsbeleid.

2.1 Aanpak van excessen door de sport

  • Er worden heldere richtlijnen ontwikkeld en actief verspreid voor het omgaan met excessen (waaronder seksuele intimidatie, bedreigingen en discriminatie) en ook zullen er voldoende vertrouwenspersonen worden gerealiseerd;

  • verenigingen waar excessen (vaker) voorkomen zullen actief worden ondersteund;

  • bij geweld dat heeft plaatsgevonden bij een sportvereniging kan aangifte van een strafbaar feit bij de politie worden gedaan door de vereniging in plaats van door het individu.

2.2 Aanpak van excessen bij de sport op het terrein van politie en Justitie

  • Het oppakken en behandelen van aangiften en inzetten op zwaardere -bestraffing van de dader(s) bij geweld tegen scheidsrechters. Om scheidsrechters betere bescherming te bieden, kan het OM een zwaardere strafeis stellen vergelijkbaar bij geweld gekwalificeerde slachtoffers zoals de slachtoffers die in een afhankelijkheidsrelatie verkeren, slachtoffers van burgermoed, professionals en ambtsdragers.

  • het ontwikkelen en actief verspreiden van heldere richtlijnen voor het omgaan met excessen inclusief het optreden hierbij door de politie;

  • indien door opruiende, discriminerende of intimiderende teksten (spreekkoren) de openbare orde en veiligheid in het geding is, of een strafbaar feit wordt gepleegd, zal er overeenkomstig worden opgetreden door politie en OM.

3. Aansluiting van de sport bij (lokaal) integraal veiligheidsbeleid

Rijk en gemeenten nemen sport mee in de ontwikkeling van het integrale veiligheidsbeleid onder meer door dit op te nemen, dan wel uit te werken met onder andere de VNG en de Rijksoverheid en haar partners.

4. Vrijwilligers in de sport staat stellen om ongewenst gedrag en excessen aan te pakken en te voorkomen

Om gewenst gedrag in de sport te bereiken wordt ook ingezet op de bewustwording van gewenst gedrag, de mogelijkheden om dat gewenste gedrag te bewerkstelligen en over de rol van iedereen die zich op of om het sportveld bevindt. NOC*NSF, KNVB en KNHB zullen zich voor de georganiseerde sport in den brede, in afstemming met de betrokken sportbonden en sportverenigingen, inzetten om deze bewustwording in gang te zetten en zullen daarbij waar nodig samenwerken met de VNG/gemeenten. De hier onder genoemde maatregelen zullen daarbij in ieder geval worden gehanteerd.

4.1 Bewustwording van het belang van gewenst gedrag in de sport bij bestuurders, trainers, coaches, scheidsrechters, ouders, (jeugd)sporters

  • Door het ontwikkelen en opzetten van een communicatiestrategie gericht op bewustwording bij sportkader, (jeugd) sporters en hun ouders;

  • door het creëren van (media)aandacht voor dit thema;

  • door het inzetten van topsporters, topcoaches en topscheidsrechters als rolmodel;

  • een aftrap van dit actieplan in aanwezigheid van de bestuurlijke partners en de gekozen ambassadeurs;

  • het aanbieden van workshops over gewenst gedrag.

4.2 Ondersteunen van bestuurders van bonden en verenigingen

  • Er wordt een handboek/toolkit ontwikkeld voor sportbestuurders met concrete producten, gerichte activiteiten en een duidelijke rolverdeling gericht op iedereen op en rond de sport, in samenwerking met VNG/gemeenten en de Rijksoverheid en haar partners;

  • bestuurders worden geschoold om het handboek of de toolkit goed toe te kunnen passen.

4.3 Ondersteunen van trainers en coaches

  • In reguliere opleidingen van sportkader zal het omgaan met lastig gedrag en het stellen en handhaven van grenzen worden opgenomen;

  • huidige trainers coaches zullen op dit thema worden bijgeschoold, waarbij ook specifiek zal worden ingezet op het omgaan met lastige teams en of groepen.

4.4 Ondersteunen van scheidsrechters

  • Een weerbaarheidstraining wordt opgenomen in het reguliere opleidingsaanbod voor nieuwe scheidsrechters/officials;

  • huidige scheidsrechters worden bijgeschoold in weerbaarheid;

  • er wordt een sportbreed format opgesteld voor de begeleiding van scheidsrechters met daarin aandacht voor de rol van de bond, de clubs en de scheidsrechters;

  • per sportbond wordt ingezet op een begeleidingsprogramma voor scheidsrechters (inclusief praktijkbegeleiding);

  • er wordt ingezet op het werven en behouden van nieuwe scheidsrechters.