Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202030234 nr. 235

30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 235 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 oktober 2019

In juni 2018 hebben de sportsector, gemeenten en ik het Sportakkoord «Sport verenigt Nederland» ondertekend. Daarin zijn zes ambities geformuleerd om de sport in Nederland te versterken. Voor vijf ambities hebben we toen deelakkoorden gesloten die door 40 partijen zijn ondertekend. Inmiddels zijn deze afspraken geïmplementeerd en omgezet in concrete beleidsinstrumenten1. Voorafgaande aan het Wetsgevingsoverleg Sport van 2 december aanstaande zal ik u informeren over de voortgang op deze ambities.

In het Sportakkoord is afgesproken dat de zesde ambitie «Topsport die inspireert!» in 2019 zou worden uitgewerkt. De afgelopen maanden hebben de betrokken partijen gewerkt aan een gezamenlijke visie, missie en afspraken om de inspirerende waarde van topsport in de toekomst te vergroten. Ik heb uw Kamer eerder over dit proces geïnformeerd2.

Op basis van de input van vele partijen zijn zes actielijnen gedestilleerd waarop we ons de komende jaren gaan richten:

  • Een optimaal topsportklimaat in Nederland;

  • Een optimale instroom, ontwikkeling en uitstroom van talentvolle sporters;

  • Een breed gedragen evenementenstrategie;

  • Meer aandacht voor meer sporten in de media;

  • Een programma voor onderzoek en innovatie, gericht op rendement;

  • Versterking van de internationale positie van Nederland in de sport.

Dit alles is vastgelegd in het deelakkoord dat ik u hierbij aanbied3. Ik ga dit deelakkoord op 10 oktober aanstaande met onder andere NOC*NSF/sportbonden, VSG/gemeenten, bedrijfsleven en provincies ondertekenen.

Na de ondertekening worden de afspraken nader uitgewerkt in concrete beleidsinstrumenten. Op basis hiervan wordt duidelijk hoe de bijdragen vanuit verschillende partijen, waaronder de rijksoverheid, gericht worden. De mogelijke financiële consequenties zullen in de VWS-begroting 2021 zichtbaar worden. Hierover zal ik uw Kamer voor de zomer van 2020 informeren.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Kamerstuk 30 234, nr. 211

X Noot
2

Kamerstuk 30 234, nr. 215

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl