Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 oktober 2018
Hierbij bied ik uw Kamer de volgende adviezen van de NLsportraad aan:
In de adviezen staan verschillende aanbevelingen voor het sportevenementenbeleid.
Een aantal daarvan heeft betrekking op de herziening van het Beleidskader subsidiëring
sportevenementen (hierna: beleidskader) voor de periode 2019–2020. Deze herziening
heb ik separaat aan uw Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 234, nr. 198) en per 1 oktober 2018 zal daarvan de voorhangprocedure starten, zodat het herziene
beleidskader per 1 januari 2019 in werking kan treden.
Vanwege de gelijktijdigheid van de voorhangprocedure en de aanbieding van de adviezen
van de NLsportraad meen ik er goed aan te doen in de aanbiedingsbrief meteen mijn
inhoudelijke reactie op de aanbevelingen voor het herziene beleidskader op te nemen.
De aanbevelingen die betrekking hebben op het toekomstige sportevenementenbeleid neem
ik mee in de totstandkoming van het zesde deelakkoord «Topsport die inspireert» van
het Nationale Sportakkoord.
Aanbevelingen volgend uit de Voortgangsbrief
De eerste aanbeveling uit de Voortgangsbrief luidt: «de NLsportraad constateert een
behoefte uit het veld om gezamenlijke Nederlandse Kampioenschappen (NK’s) te organiseren
en doet de aanbeveling deze subsidiabel te maken».
Dit advies werpt een nieuw perspectief op het huidige evenementenbeleid en de daarmee
samenhangende doelstellingen. De focus ligt nu op het organiseren van internationale
sportevenementen (in combinatie met side events) om zo Nederland als sportland op
de kaart zetten. Daarnaast is een belangrijke doelstelling het verder optimaliseren
van de economische en maatschappelijke impact van evenementen. Door het openstellen
van het huidige beleidskader voor het organiseren van NK’s zouden er fundamenteel
andere doelen nagestreefd worden die meer in de lijn liggen van vitale sportaanbieders
en talentontwikkeling. Ik wil een dergelijke koerswijziging graag zorgvuldig onderzoeken
en daarom meenemen in de verdere uitwerking van het zesde deelakkoord.
De tweede aanbeveling luidt: «Met het oog op Tokyo 2020 adviseert de NLsportraad u
om bij subsidieverlening voor 2019–2020 voorrang te geven aan internationale sportevenementen
met de status van Olympische kwalificatietoernooien (OKT’s).»
Ik onderschrijf de mogelijkheid dat het organiseren van kwalificatietoernooien op
Nederlandse bodem een thuisvoordeel creëert voor Nederlandse sporters. In het beleidskader
wordt hierin voorzien. De NLsportraad werkt op dit moment aan een beoordelingskader
voor de categorie internationaal aansprekende sportevenementen, zodat een onafhankelijke
beoordelingscommissie van de NLsportraad dit kan wegen en mij hierover kan adviseren.
Aanbevelingen volgend uit het advies Open kaart bij impact
De NLsportraad geeft in het advies «Open kaart bij impact» een drietal aanbevelingen
gericht op de subsidievoorwaarden:
-
– evenementenorganisatoren met hun partners formuleren vooraf hun doelen scherp en verantwoorden
achteraf de bereikte resultaten;
-
– evenementenorganisatoren stellen sportontwikkeling altijd als beleidsdoel bij sportevenementen;
-
– evenementenorganisatoren gebruiken de in opdracht van de NLsportraad ontwikkelde MKBA
als instrument.
Voor de eerste twee aanbevelingen ben ik van mening dat deze voldoende helder naar
voren komen in het beleidskader. Wel zal ik deze punten verder expliciteren in het
zogeheten «inhoudelijk vragenformulier» dat elke aanvrager als onderdeel van de subsidieaanvraag
moet invullen.
Voor de laatste aanbeveling geldt dat ik op dit moment geen verplichting wil opleggen
aan aanvragers om van één specifiek instrument gebruik te maken.
De subsidieaanvrager is al verplicht een schriftelijke rapportage te overleggen van
een door een onafhankelijke persoon of instantie getoetst haalbaarheidsonderzoek waaruit
blijkt dat het sportevenement financieel en organisatorisch kan worden gerealiseerd.
Hoewel ik van mening ben dat het vooraf uitvoeren van een MKBA een goede basis kan
bieden voor een volledige en kwalitatief goede subsidieaanvraag, wil ik de subsidieaanvrager
in het gebruik daarvan vrijlaten.
Ik ben bereid om bij de uitwerking van het zesde deelakkoord te verkennen of een dergelijk
type instrument verplicht moet worden.
De Minister voor Medische Zorg,
B.J. Bruins