30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

33 118 Omgevingsrecht

Nr. 863 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI

Ontvangen ter Griffie op 1 september 2026.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 29 september 2026.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 30 september 2026.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 september 2026

Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met de actualisatie van de plicht ter verduurzaming van het energiegebruik. Zoals aangegeven in de Kamerbief van 10 juli 2026 jl.1 heeft de actualisatie van de energiebesparingsplicht tot doel om de impact te vergroten en tegelijkertijd de regeldruk te verminderen, de naleving te verhogen en toezicht en handhaving te verbeteren. Voor de energiebesparingsplicht wordt in dit actualisatietraject voorgesteld om de plicht te versimpelen, te stroomlijnen en te standaardiseren en om daarnaast toezicht en handhaving te verbeteren. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting in de bijlage.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure in artikel 23.5, eerste lid, van de Omgevingswet, en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.

Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Kamerstukken II, 2025/26, 30 196, nr. 861.

Naar boven