Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202130196 nr. 755

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 755 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 april 2021

Bij het Klimaatakkoord is besloten om de lastenverdeling van de Opslag Duurzame Energie (ODE) aan te passen ten gunste van huishoudens. Hierdoor dragen bedrijven voortaan twee derde van de ODE-lasten bij en huishoudens een derde, in plaats van de helft. Naar aanleiding van twee moties, aangenomen door het parlement (motie van het lid Essers c.s., Kamerstuk 35 304, nr. F en motie van het lid Lodders, Kamerstuk 35 302, nr. 42) is nader onderzoek gedaan naar de gevolgen van de in het Klimaatakkoord afgesproken aanpassingen van de Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE). Over de resultaten van deze onderzoeken is uw Kamer geïnformeerd in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel ODE-tarieven 2021 en 2022 (Kamerstuk 35 579).

Uit deze onderzoeken komt naar voren dat de gemiddelde lastenstijging voor de verschillende sectoren beperkt is. Wel zijn er enkele specifieke sub-sectoren in de glastuinbouw, de chemie en de papier- en voedselindustrie, waarin bedrijven te maken hebben met een significante lastenstijging. Voor deze gevallen heeft het kabinet aanvullende middelen beschikbaar gesteld om het handelingsperspectief voor de genoemde sectoren te verbeteren. De afgelopen maanden is in overleg met deze sectoren gewerkt aan de uitwerking van de compensatieregelingen. Middels deze brief informeren wij uw Kamer hoe wij voornemens zijn invulling te geven aan deze regelingen.

Zoals vastgesteld in de Miljoenennota (Kamerstuk 35 570), stelt het kabinet de komende 2 jaar € 25 miljoen per jaar aan aanvullende middelen beschikbaar om bedrijven in de genoemde sectoren tegemoet te komen in de energiekosten. Wij zijn overeengekomen dat van de € 25 miljoen jaarlijks € 11 miljoen beschikbaar zal worden gesteld voor het deel van de glastuinbouwsector dat geraakt wordt door de significante lastenstijging en € 14 miljoen voor de industriële sectoren in die situatie. Aangezien de behoeften van de glastuinbouwsector en de industrie van elkaar verschillen en lastig te verenigen zijn in één regeling, zullen aparte compensatieregelingen worden ingesteld.

Compensatieregeling industrie

Eerder dit jaar heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) een marktconsultatie gehouden naar de mogelijkheden en het stimuleringsbeleid van procesefficiëntie in de industrie. Uit deze consultatie is gebleken dat veel sectoren ruimte zien voor procesefficiëntie, maar ook dat het bestaande instrumentarium hier onvoldoende op aansluit. Zo is bijvoorbeeld de SDE++ niet geschikt voor het stimuleren van procesefficiëntie of energiebesparende maatregelen. De verhoogde ODE-heffing is een prikkel om te investeren in procesefficiëntie. Met deze verhoging zijn er echter ook bedrijven die onvoldoende tijd hebben gehad om te investeren in procesefficiëntie en zo een stijging in hun energiekosten te voorkomen. Om het handelingsperspectief van deze bedrijven te verbeteren, is het belangrijk dat investeringen in procesefficiëntie met een terugverdientijd van meer dan vijf jaar aantrekkelijker worden gemaakt. Daarom wordt op dit moment naar verschillende opties gekeken om de benodigde eigen investering voor dit soort maatregelen naar beneden te brengen, waaronder de inzet van de regeling Versnelde Klimaatinvestering Industrie (VEKI). Met enkele aanpassingen van de bestaande versnelde klimaatinvestering industrie (VEKI) is het relatief eenvoudig om ervoor te zorgen dat deze investeringen ook een betere terugverdientijd krijgen.

De komende twee jaar zal er € 14 miljoen beschikbaar gesteld worden aan de industrie middels, bij voorkeur, de verbeterde VEKI-regeling. Hiermee worden bedrijven tegemoet gekomen in het versnellen en naar voren halen van investeringen in procesefficiëntie en energiebesparende maatregelen. Met deze investeringen kunnen bedrijven hun energieverbruik verlagen en daarmee besparen op de energierekening en hun ODE-lasten. De regeling zorgt ervoor dat het rendement van de investeringen verbetert, waardoor de kans op financiering groter is. Daarnaast zal er de komende tijd verder worden gewerkt aan de brede aanpak voor procesefficiëntie in de industrie zoals die is afgesproken in het Klimaatakkoord. Voor bedrijven die dat nodig hebben, verken ik, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de mogelijkheid voor extra ondersteuning bij het maken van investeringsplannen. Een goed investeringsplan zal nodig zijn voor het aantrekken van externe financiering.

Compensatieregeling glastuinbouwsector

In de hierboven genoemde onderzoeken is geconstateerd dat de kosten van de energiebelasting (EB) en ODE voor o.a. de glastuinbouw een negatieve prikkel geeft richting elektrificatie. Het kabinet acht het ongewenst dat glastuinbouwbedrijven terugschakelen naar gasgebruik met een toename van CO2-emissies tot gevolg. Ik, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verken momenteel wat de mogelijkheden zijn om een compensatievoorziening te treffen die past binnen de Europese staatssteunkaders. Daarin ligt onder andere de randvoorwaarde dat bedrijven een (tegen)prestatie moeten leveren voor het verkrijgen van overheidssteun. Ook moet de te compenseren activiteit plaatsvinden ná het moment dat de steun van een goedkeuring is voorzien. Binnen deze randvoorwaarden wordt gekeken naar een compensatieregeling waarmee voorlopers en belichtende bedrijven gedeeltelijk kunnen worden gecompenseerd voor kostenstijging door verhoogde ODE-heffing in de derde schijf elektriciteit. In de uitwerking van de diverse mogelijkheden wordt de glastuinbouwsector betrokken. Omdat momenteel nog onzeker is of een dergelijke regeling passend binnen het staatssteunkader kan worden vormgegeven, worden ook terugvalopties in beeld gebracht.

Lange termijn

Het doel is dat de EB en ODE op termijn prikkels geven die de transitie en meer specifiek de gewenste omslag van aardgas naar elektriciteit ondersteunen. In de eerdergenoemde onderzoeken is geconstateerd dat het totaal van de EB en de ODE voor enkele sectoren, waaronder de glastuinbouw, geen prikkel geeft voor elektrificatie, terwijl dat wel gewenst is met het oog op CO2-reductie. Daarom worden voor de langere termijn opties in kaart gebracht voor structurele hervormingen in het fiscale kader. Zo wordt er binnenkort een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) naar de financiering van de energietransitie aan uw kamer gestuurd en daarnaast is er een evaluatie van de ODE uitgebracht. Door de Staatssecretaris van Financiën heeft er daarnaast een evaluatie van de EB plaats gevonden. Op basis van deze trajecten kunnen aanpassingen in de EB en ODE worden overwogen, met als doel effectievere fiscale prikkels voor verduurzaming met behoud van verdienvermogen en concurrentiepositie. Wij informeren uw Kamer voor de zomer over de uitwerking van de ODE compensatieregelingen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, B. van ’t Wout

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten