Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202030196 nr. 703

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 703 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Ter griffie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 29 januari 2020.

De wens om over de voorgenomen voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door of namens de Kamer of door ten minste dertig leden van de Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 10 maart 2020.

De voordracht voor de vast te stellen ministeriële regeling kan niet eerder worden gedaan dan op 11 maart 2020 dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen.

Bij de termijnen is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 januari 2020

De subsidie voor Hernieuwbare Energie [HER] richt zich op innovatie bij de productie van hernieuwbare energie. Voorbeelden die via de HER gesubsidieerd zijn bijvoorbeeld nieuwe technieken om windmolens op zee sneller en met minder geluid te heien of het op efficiënter omzetten van afvalstromen zoals rioolwaterslib naar groen gas. De HER kan gezien worden als voorportaal van de SDE+, innovaties leiden ertoe dat er voor de productie van duurzame energie (in de exploitatiefase) minder subsidie nodig is. De subsidie van de HER is kleiner of gelijk aan de potentiele besparing.

Uit de beleidsevaluatie (Kamerstuk 30 196, nr. 572) blijkt dat projecten die HER subsidie krijgen binnen enkele jaren een bijdrage leveren aan duurzame energieopwekking en dat de HER (ook voor het midden- en kleinbedrijf) een toegankelijk subsidie-instrument is en dat de HER conform de doelstellingen wordt ingezet voor innovatieprojecten.

De HER heeft een vervaldatum van 31 december 2020.

In de Comptabiliteitswet 2016 is bepaald dat subsidieregelingen een vervaltermijn van maximaal vijf jaren bevatten.

Gezien het belang van innovatie voor kostenefficiënte opwekking van duurzame energie, ben ik voornemens om de HER in lijn met de afspraken in het Klimaatakkoord tot 31 december 2023 te verlengen (zoals eerder aangekondigd in mijn brief van 17 december 2019 (Kamerstuk 32 813, nr. 440).

Om die reden leg ik de regeling die strekt tot wijziging van het moment dat de HER vervalt aan u voor1 en zal ik deze regeling niet eerder vaststellen dan 30 dagen na verzending van deze brief conform artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Met de verlenging van de HER wordt een substantiële bijdrage geleverd aan kennis- en technologieontwikkeling en draag ik bij aan het kosteneffectief realiseren van de klimaatdoelen in 2030.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl