30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 232 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU EN VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 februari 2014

Op 17 september 2012 heeft u een brief ontvangen over de voortgang van duurzaam inkopen1. In onderhavige brief willen wij u informeren over de ontwikkelingen sindsdien.

In de brief komen achtereenvolgens aan de orde:

  • 1. Voortgang sinds de brief van 17 september 2012

  • 2. Verschuiving van taken en verantwoordelijkheden

  • 3. Ex post beleidsevaluatie

  • 4. Resultaten voorbeeldprojecten Rijk2

1. Voortgang sinds de brief van 17 september 2012

In voornoemde brief van voormalig Staatssecretaris Atsma bent u geïnformeerd over de uitvoering van het Advies Duurzaam Inkopen3. Kern van het advies was om af te stappen van het sec toepassen van de minimummilieueisen en de stap te maken naar professioneel duurzaam inkopen.

Dit Advies wordt door ons ondersteund. Er zijn vanuit de sector Rijk het afgelopen jaar tal van acties ondernomen om verdere stappen te zetten met de uitvoering van het Advies. Om de belangrijkste te noemen:

  • meerdere Green Deals zijn gesloten, o.a. de Green Deal Duurzame Grond, Weg- en Waterbouw (GWW), de Green Deal Bevorderen Duurzaam Bosbeheer en recent de Green Deal Circulair Inkopen;

  • een tool over functioneel specificeren is ontwikkeld en beschikbaar gesteld voor inkopers;

  • een kader voor biobased duurzaam inkopen wordt ontwikkeld;

  • een communicatie- en implementatieplan is opgesteld en er zijn acties uitgevoerd ter vergroting van de bekendheid van het Advies zoals de roadshow duurzaam inkopen en de checklist professioneel duurzaam inkopen;

  • binnen de sector Rijk zijn voorbeeldprojecten geselecteerd waarin ervaring wordt opgedaan met de toepassing van het Advies (zie paragraaf 4 van deze brief);

  • er wordt gewerkt aan de inrichting van één centraal loket voor duurzaam inkopen voor de sector Rijk en medeoverheden;

  • een onderzoek wordt uitgevoerd naar een wijziging van het criteriastelsel waarin een ambitieuzere aanpak via professioneel duurzaam inkopen prioriteit krijgt.

In de Monitor Duurzaam Inkopen 2010 werden reeds zeer hoge percentages gerealiseerd voor het toepassen van minimummilieueisen. Bovendien reiken de huidige ambities van de sector Rijk en de mogelijkheden en ambities van de markt tegenwoordig verder dan de minimumeisen voorschrijven. Wij zullen dan ook de kwantitatieve monitoring van het gebruik van minimumeisen niet meer voortzetten. Er is nu een kwalitatieve ex-post beleidsevaluatie uitgevoerd. Bij deze evaluatie zijn ook decentrale overheden en marktpartijen betrokken4.

2. Verschuiving van taken en verantwoordelijkheden

Om de volgende redenen hebben wij besloten om de instandhouding van het duurzaam inkopen instrumentarium dichter bij de inkoop te brengen en sterker te verbinden aan de professionalisering van de inkoopfunctie:

  • Op het gebied van duurzaam inkopen is de afgelopen jaren vanuit het Ministerie van IenM beleid opgesteld, is een inkoopinstrumentarium ontwikkeld en is breed bewustzijn gecreëerd over nut en noodzaak van duurzaam inkopen. Het beleid staat. Het komt nu aan op het verder implementeren hiervan in de inkooppraktijk. Dat vraagt om een andere rolverdeling tussen beleidsdepartementen enerzijds en de sector Rijk anderzijds, en tussen het Rijk enerzijds en de medeoverheden anderzijds. Dit past ook binnen de modernisering van het milieubeleid waarover u door de Staatssecretaris van IenM binnenkort wordt geïnformeerd.

  • Ook is er in toenemende mate behoefte om het inkoopinstrumentarium te gebruiken voor de realisatie van andere beleidsdoelstellingen dan alleen milieu. Denk daarbij aan het stimuleren van innovatie, het bevorderen van social return en (internationale) sociale voorwaarden, het streven naar de aanschaf van open source software en open standaarden en andere mede via inkoop te realiseren beleidsdoelen.

  • Tot slot is in het Regeerakkoord de door het vorige kabinet ingezette lijn van de compacte Rijksdienst herbevestigd. Daarmee is ook de in gang gezette richting van de inkoopfunctie en het daarmee samenhangende inkoopinstrumentarium herbevestigd.

Dit brengt een verschuiving van taken en verantwoordelijkheden met zich mee voor de betrokken departementen en medeoverheden. Vanaf januari 2014 is de verantwoordelijkheidsverdeling als volgt:

Minister voor Wonen en Rijksdienst en beleidsdepartementen

De Minister voor Wonen en Rijksdienst coördineert en faciliteert dat rijksinkopers duurzaam inkopen toepassen en stelt de hiervoor benodigde kaders op. De verantwoordelijkheid voor duurzaam inkopen door de rijksoverheid omvat: borging van een systematiek met tools en handvatten voor rijksinkopers om duurzaam in te kopen, waaronder de instandhouding van de voor de sector Rijk relevante criteriadocumenten; rapportage over de toepassing van duurzaam inkopen binnen de Rijksinkoop in de jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk en de verdere implementatie van het Advies van marktpartijen binnen de Rijksinkoop5.

Ten aanzien van het instandhoudingproces van de criteriadocumenten ten behoeve van toepassing binnen de sector Rijk zal de Minister voor W&R de regierol op zich nemen. De door de sector Rijk ontwikkelde tools, kennis en ervaring zullen via PIANOo beschikbaar worden gesteld aan medeoverheden6. Tot slot zal ook de sector Rijk een bijdrage verlenen aan de inrichting van een centraal loket duurzaam inkopen.

De betrokken beleidsdepartementen zoals IenM, EZ, SZW en BZ zijn en blijven beleidsverantwoordelijk voor de binnen hun portefeuille vallende thema’s. Daarbij hebben zij tot taak om (ten behoeve van de rijksinkoop) de sector Rijk te voeden met de te ondersteunen beleidsdoelen, de formulering van de relevante aspecten en de hierbij na te streven ambities.

Medeoverheden

Vooropgesteld dat de medeoverheden hun eigen verantwoordelijkheid nemen voor het toepassen van duurzaamheidcriteria, voorzien wij dat zij inhoudelijk en budgettair bijdragen aan de inrichting en instandhouding van een centraal loket voor duurzaam inkopen bij PIANOo.

Met VNG, IPO en UvW bekijken we hoe we de gezamenlijke verantwoordelijkheid kunnen invullen. Deze samenwerking zal in 2014 worden gecontinueerd.

3. Ex post beleidsevaluatie

Ter afronding van haar rol in de implementatie van duurzaam inkopen en ter afsluiting van een reeks van kwantitatieve monitors uit het verleden, heeft het Ministerie van IenM een ex-post evaluatie laten uitvoeren naar het duurzaam inkopen beleid van de afgelopen jaren. In de bijlage treft u beide deelrapporten aan: een rapport van het RIVM naar de kwantitatieve milieueffecten van het duurzaam inkopenbeleid7 en een rapport van Ecorys over de kwalitatieve effecten van het beleid, waaronder de doelmatigheid en doeltreffendheid8.

Het RIVM concludeert dat het toepassen van minimumeisen in de periode 2010–2013 per productgroep heeft geleid tot milieuwinst voor de helft van de productgroepen. Het gaat om vermeden CO2-uitstoot, vermeden uitstoot van toxische stoffen en vermeden gebruik van grondstoffen. De analyse laat zien dat een brede toepassing van ambitieuze minimumeisen per productgroep kan leiden tot flinke milieuwinst. Voor de helft van de productgroepen geldt dat de eisen niet leiden tot milieuwinst. De belangrijkste reden hiervoor is dat een groot deel van de minimumeisen relatief snel «veroudert». De ontwikkelingen in de markt en de EU regelgeving gaan regelmatig sneller dan de mate waarin de minimumeisen sinds 2010 zijn aangescherpt9.

Ecorys concludeert dat het beleid ertoe geleid heeft dat duurzaam inkopen stevig op de kaart staat bij alle overheidslagen en het bedrijfsleven en dat de minimumcriteria breed worden toegepast. Dit heeft geleid tot milieuwinst en heeft bijgedragen aan de versnelling van innovaties. In 2011 is er beleid ingezet om duurzaam inkopen verder te professionaliseren en af te stappen van het uitsluitend toepassen van de minimum milieueisen. Beleidsmatig zijn er flinke stappen gezet om deze ontwikkeling te faciliteren, maar volgens de markt bereiken deze nog onvoldoende de uitvoeringspraktijk.

Wij onderschrijven de conclusies van beide rapporten dat het beleid zijn verdiensten heeft gehad, maar dat het nu tijd is voor een verschuiving van beleidsontwikkeling naar beleidsimplementatie en van focus op minimumeisen naar focus op verdere professionalisering. In lijn met deze ontwikkelingen laten we onderzoek doen naar de mogelijkheden voor aanpassing van de criteriastructuur, zodat deze beter aansluit bij de mogelijkheden voor inkopers om professioneel duurzaam in te kopen. Ook neemt de Minister voor Wonen en Rijksdienst de uitkomsten mee in de verdere professionalisering van de rijksinkoop.

4. Resultaten voorbeeldprojecten sector Rijk

De aanbevelingen uit het Advies sluiten goed aan bij de voor de sector Rijk ingezette richting van duurzaam en professioneel inkopen. Eerder in deze brief zijn hier al voorbeelden van gegeven. De afgelopen periode is een aantal aanbestedingen van de Rijksoverheid als voorbeeldtraject benoemd. Doel van deze voorbeelden was om in de praktijk samen met marktpartijen nieuwe benaderingen te ontdekken en de resultaten daarvan als zichtbare leerervaringen te delen. Deze werkwijze slaat aan. Daarom is besloten ook in de toekomst aanbestedingen in te zetten als leertraject. «Learning by doing», om vervolgens de opgedane ervaringen te bundelen, te delen en indien relevant een plek te geven in het curriculum en de professionalisering van (rijks)inkopers.

Op deze wijze worden de uitgangspunten van het Advies verankerd in het inkoopbeleid van de Rijksoverheid en ontstaat zowel bij de inkopers als bij de leveranciers een permanente leercurve vanuit praktische en gezamenlijke ervaringen.

In de volgende jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk zult u opnieuw worden geïnformeerd over de voortgang van duurzaam inkopen binnen de sector Rijk.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok


X Noot
1

Brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, 17 september 2012, Kamerstuk 30 196, nr. 184.

X Noot
2

Motie Wiegman-van Meppelen Scheppink, Kamerstuk 30 196, nr. 167.

X Noot
3

Advies Duurzaam Inkopen van VNO-NCW, MKB Nederland, MVO Nederland, De Groene Zaak, NEVI, juni 2011.

X Noot
4

beleid ondersteund door de motie Van Veldhoven, Kamerstuk 33 750 XII, nr. 38.

X Noot
5

Op 20 november 2013 hebben IenM en BZK dit met de partijen van het Advies besproken.

X Noot
6

PIANOo is het expertisecentrum inkopen en aanbesteden en is een dienstonderdeel van EZ.

X Noot
7

Milieuwinst van Duurzaam Inkopen, een quickscan van de minimumeisen, RIVM. Rapport 250005001/2013, ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
8

Ex post beleidsevaluatie duurzaam Inkopen, Ecorys, november 2013, ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
9

De green deal Duurzaam GWW is een voorbeeld van hoe marktpartijen en de overheid samen optimale oplossingen kunnen zoeken bij de afwegingen tussen kosten en te behalen milieuwinst. Dit gebeurt niet door het voorschrijven van minimumeisen, maar door vanaf de initiatieffase van GWW projecten duurzaamheid mee te nemen.

Naar boven