Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201330196 nr. 201

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 201 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 augustus 2013

Op het verzoek van de algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst geef ik u met deze brief een nadere schriftelijke onderbouwing van de voortgang van het wetsvoorstel ter implementatie van de herziene Energy Performance of Buildings Directive (EPBD).

Het wetsvoorstel om de aanvullende bepalingen van de herziene EPBD richtlijn te implementeren is in november 2012 verworpen door de Tweede Kamer. Daarmee heeft de implementatie van verschillende onderdelen van de herziene EPBD vertraging opgelopen. Nederland doet er alles aan om de herziene richtlijn alsnog zo snel mogelijk te implementeren op een manier die zowel voor de Tweede Kamer als Europese Commissie acceptabel is.

De herziene EPBD bevat bepalingen over minimumeisen aan nieuwbouw en grootschalige renovatie van bestaande gebouwen, keuring van installaties, het proces naar bijna energieneutrale gebouwen en het energielabel.

Nederland hanteert al sinds 1995 minimumeisen voor nieuwbouw. Aanvullend zijn sinds 1 juli 2013 ook de minimumeisen voor ingrijpende renovaties en technische bouwsystemen van kracht.

De regelgeving die tegemoet komt aan eisen ten aanzien van keuring van koelinstallaties wordt naar verwachting eind dit jaar van kracht. Er zijn inmiddels concrete afspraken met de branches voor installateurs en ketelfabrikanten dat voor het eind van het jaar een vrijwillig systeem voor EPBD conform keuring van verwarminginstallaties wordt opgestart.

Nederland heeft vorig jaar als een van de weinige lidstaten het plan van aanpak voor bijna-energieneutrale gebouwen op tijd naar de Europese Commissie gestuurd. De Nederlandse bouwsector loopt bovendien in Europa voorop met zeer energiezuinig bouwen, waardoor de eisen voor bijna-energieneutraal bouwen in 2020 binnen handbereik lijken.

Het oorspronkelijke voorstel voor energielabels utiliteitsgebouwen van november 2012 wordt, zoals voorgesteld in de brief over de hoofdlijnen van het energielabel van 16 mei 2013 (Kamerstuk 32 757, nr. 63), ongewijzigd ingevoerd. Voor het energielabel voor utiliteitsgebouwen is veel draagvlak in de markt. Veel professionele gebouweigenaren zien dit energielabel als een nuttig instrument bij de verkoop en verhuur van utiliteitsgebouwen. Het streven is nu om 1 juli 2014 de aanvullende wet- en regelgeving (sanctie, het zichtbaar ophangen van het energielabel en het energielabel voor nieuwe utiliteitsbouw) in werking te laten treden. U wordt hier in het eerste kwartaal van 2014 nader over geïnformeerd.

Het voorstel op hoofdlijnen voor vereenvoudiging van het energielabel voor woningen heb ik op 23 mei 2013 met de Tweede Kamer besproken. Zoals aangegeven in een brief aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 32 757, nr. 74) heb ik op 13 juni 2013 een positief gesprek gevoerd met de Europees Commissaris voor Energie, de heer Oettinger. Ik heb in het gesprek de zorg van de Nederlandse Tweede Kamer naar voren gebracht over de administratieve lasten die de herziene EPBD meebrengt, mede gelet op de situatie waarin de Nederlandse huizenmarkt verkeert. Volgens Commissaris Oettinger beweegt het Nederlandse voorstel voor vereenvoudiging van het energielabel zich in de goede richting.

Verschillende fracties hebben tijdens het debat van 23 mei 2013 gevraagd om te zoeken naar verdere vereenvoudiging, met name waar het gaat om de sanctie. Een mogelijkheid is het toepassen van een last onder dwangsom bij het ontbreken van een energielabel voor woningen op transactiemomenten. Dit geeft de verkopende of de verhurende partij de mogelijkheid om een boete te vermijden door binnen een bepaalde periode alsnog een energielabel te registreren. Bijkomend voordeel hiervan is dat een wetswijziging niet meer noodzakelijk is voor de implementatie van het energielabel voor woningen, waardoor Nederland de vertraging met de implementatie van de herziene richtlijn enigszins kan terugbrengen.

Naar verwachting kan ik u aan het eind van dit jaar een tussentijdse stand van zaken sturen over de vereenvoudiging van het energielabel voor woningen. In het eerste kwartaal van 2014 hoop ik u een uitgewerkt voorstel te sturen, waarna het vereenvoudigde energielabel in 2015 kan worden ingevoerd.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok