Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201230196 nr. 148

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 148 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2011

Op 25 oktober heeft uw Kamer mij gevraagd om een schriftelijke reactie te geven op de uitzending van Zembla «Shampoo met een luchtje» van 14 oktober jl.

In deze brief zal ik reageren op de uitzending en ook kort ingaan op de werking van de Round Table on Sustainable Palm Oil (RSPO) en het Nederlandse beleid gericht op verduurzaming van palmolie in den brede.

De uitzending van Zembla en de aantijgingen jegens het bedrijf IOI Group (IOI) op het gebied van onder meer schending van mensenrechten en illegaal pesticidegebruik hebben ook mij bereikt en roepen een gevoel van onrecht op.

In dit kader is het relevant om te melden dat een aantal maatschappelijke organisaties (NGO’s) en de lokale gemeenschap van Long Teran Kanan in Sarawak een klacht hebben ingediend bij het «RSPO Grievance Panel». Deze wordt momenteel behandeld volgens de afspraken van het «RSPO Grievance Panel». De voortgang daarvan wordt regulier openbaar gemaakt via de website van de RSPO (www.RSPO.EU).

De tegen IOI ingediende klacht heeft ertoe geleid dat met onmiddelijke ingang de certificering van IOI plantages is opgeschort. Het bedrijf mag op dit moment dus geen nieuwe plantages laten certificeren. IOI kan wel duurzame palmolie blijven verkopen van plantages die in de afgelopen jaren reeds gecertificeerd zijn.

Tevens is het van belang om te melden dat er een dialoog is georganiseerd tussen het bedrijf IOI en de dorpelingen om te komen tot een structurele oplossing van de misstanden. Deze dialoog is mede tot stand gekomen door de inzet en betrokkenheid van NGO’s als Oxfam Novib en bedrijven als Unilever.

De plantage die in de uitzending centraal staat valt niet onder de certificering van de RSPO. IOI is lid van de RSPO en heeft een deel van zijn plantages ook succesvol door de RSPO laten certificeren, maar dat geldt niet voor al zijn plantages, zo ook niet voor deze.

Dat kan, omdat het lidmaatschap van de Round Table on Sustainable Palm Oil een bedrijf er niet toe verplicht al haar plantages in een keer te certificeren.

Voor het deel dat niet gecertificeerd is, geldt dus dat er geen garanties zijn dat de RSPO standaard wordt nageleefd. Niet het bedrijf maar specifieke plantages worden gecertificeerd. Dit kan verklaren waarom een bedrijf dat weliswaar lid is van de RSPO niet of nog niet voor zijn gehele productie de standaarden van de RSPO naleeft.

Ik vertrouw erop dat het «RSPO Grievance Panel» op adequate wijze omgaat met de klachten en komt met een constructieve oplossing.

Voor mij geven deze gebeurtenissen en de manier waarop de RSPO en haar leden daarop reageren precies aan, waarom we RSPO juist nu moeten ondersteunen.

Ik sta daarin niet alleen. Deze aanpak wordt ondersteund door een aantal toonaangevende NGO’s en door het aantal bedrijven dat zich aansluit en committeert aan de duurzaamheidsdoelstelling gebaseerd op de RSPO standaard.

Ik verwijs hierbij ook naar het «Manifest Task Force Duurzame Palmolie», dat vorig jaar november is gestart op initiatief van het productschap Margarine Vetten en Oliën (MVO) en waarin alle palmolieverwerkende schakels in Nederland zich gecommitteerd hebben aan de doelstelling dat alle voor de Nederlandse markt geproduceerde palmolie in 2015 duurzaam (RSPO) geproduceerd moet zijn.

Round Table on Sustainable Palm Oil

De Round Table on Sustainable Palm Oil is in 2003 van start gegaan als een privaat initiatief om naar een structurele verduurzaming van de productie en handel in palmolie te gaan. Nederland heeft dit initiatief destijds ondersteund met middelen voor onderzoek en institutionele capaciteitsopbouw.

Aan de ronde tafel zelf nemen enkel private partijen als producenten, handelaren, verwerkers, afnemers, retail, banken en NGO’s deel. Samen hebben zij aan de hand van 8 zogeheten principes en 39 toetsingscriteria de standaard geformuleerd, waaraan de productie van duurzame palmolie moet voldoen. Deze standaard gaat over people (b.v. mensenrechten, arbeidsnormen en de positie van small-holders), planet (b.v. tegengaan van ontbossing, watermanagement en pesticide gebruik) en profit (b.v. landrechten, economische ontwikkeling en leefbaarloon).

Deze standaard wordt erkend door alle leden van de rondetafel. Zij kunnen deze standaard gebruiken voor het formuleren van duurzaamheidsambities. Zo kan een producent bijvoorbeeld aangeven binnen welke termijn hij 100% duurzaam zal produceren (lees: al haar plantages onder RSPO certificering). Een afnemer kan dit op zijn beurt gebruiken om te formuleren op welke termijn hij naar 100% duurzaam inkoop wil (lees: alleen nog RSPO gecertificeerde palmolie inkopen).

Bedrijven die RSPO palmolie inkopen betalen een meerprijs, als tegemoetkoming aan de producenten voor de extra investeringen die zij moeten doen om aan de RSPO standaard te kunnen voldoen.

Nederlands beleid op palmolie

Het kabinet ondersteunt via het Initiatief Duurzame Handel (IDH) de ambitie zoals die is vastgelegd in het Actie Plan Duurzame Handel. In dit actieplan geven bedrijven aan wat hun ambities zijn en hoe zij deze met behulp van het IDH willen bereiken. Het IDH heeft deze ambities vertaald naar een «Programma Palmolie» dat binnenkort van start zal gaan. Dit programma heeft als voornaamste taak om vraag en aanbod van RSPO gecertificeerde palmolie bij elkaar te brengen en op die manier een versnelling aan te brengen in de verduurzaming van de palmolie productie in Maleisië en Indonesië. Het IDH werkt met zijn programma samen met de Task Force Duurzame Palmolie aan de verduurzaming van de palmolieproductie.

Naast de activiteiten van het IDH is er in Nederland het zogeheten tripartite overleg tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld. Hier worden de voortgang en knelpunten die de partijen ondervinden bij hun activiteiten ter verduurzaming van de palmolieketen gezamenlijk besproken.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker