Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201830175 nr. 256

30 175 Luchtkwaliteit

Nr. 256 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 september 2017

Op 7 september heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in het kortgeding dat Milieudefensie tegen de Staat heeft aangespannen wegens het overschrijden van de luchtkwaliteitsnormen (NO2 en PM10). Hierbij informeer ik u over de wijze waarop het kabinet invulling geeft aan dit vonnis van de rechtbank (Handelingen II 2016/17, nr. 100, item 6).

De rechtbank Den Haag heeft in haar vonnis de Staat opgelegd om binnen twee weken te beginnen met het opstellen van een luchtkwaliteitsplan dat de nodige maatregelen bevat om op een zo kort mogelijke termijn aan de grenswaarden NO2 en PM10 te voldoen. Vooruitlopend op het luchtkwaliteitsplan dient de Staat binnen 2 weken alle locaties te identificeren waar op basis van RIVM inzichten nog sprake is of zal zijn van (te verwachten) overschrijdingen van de grenswaarden.

Een schone lucht is van levensbelang, daarom ben ik direct na de uitspraak gestart uitvoering te geven aan het vonnis. Samen met de decentrale overheden ben ik begonnen om de aanpak van de overschrijdingen van de grenswaarden verder te versnellen en te concretiseren. Dit plan wordt een aanvulling op bestaande maatregelen die Rijk, betrokken gemeenten en provincies al onverminderd nemen voor het aanpakken van de laatste knelpunten. Ook heb ik het RIVM gevraagd een actualisatie te maken van de locaties waar nog sprake is of zal zijn van te verwachten overschrijdingen van de grenswaarden (bijlage1). Hieruit blijkt dat deze overschrijdingen zich nog voordoen in een aantal binnensteden en in sommige regio’s waar veel veehouderijen zijn gevestigd.

Naast de verplichting tot het opstellen van een plan heeft de rechter de Staat verboden elke maatregel te (doen) treffen waarvan in de visie van het RIVM statistisch verwacht moet worden dat deze tot voortgaande dan wel hernieuwde overschrijding van de grenswaarden PM10 en NO2 zal leiden.

Met dit maatregelverbod legt de rechtbank de Staat een extra (bovenwettelijk) beoordelingskader op voor de berekening van een normoverschrijding. Het kabinet heeft zwaarwegende bezwaren tegen deze afwijking van de wettelijk voorgeschreven beoordelingsmethode. Tevens is dit onderdeel van het vonnis voor meerdere uitleg vatbaar en zijn de consequenties daarom moeilijk te overzien.

Vanwege deze aspecten voelt het kabinet zich genoodzaakt om hoger beroep in te stellen tegen dit onderdeel van het vonnis. De instelling van het hoger beroep heeft geen opschortende werking.

Begin november zal ik u nader informeren over het aanvullend luchtkwaliteitsplan en zal ik u de jaarlijkse monitoringsrapportage van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit toesturen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl