Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2011-201230143 nr. J

30 143 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces

J VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 4 mei 2012

De leden van de commissie voor Veiligheid en Justitie1 hebben kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 2 april 20122 inzake het rapport «Aanwezigheid Verplicht». De commissie is content dat er eindelijk een antwoord is geformuleerd op de vragen die zij meer dan een jaar geleden aan de staatssecretaris voorlegde. In dat schrijven liet de staatssecretaris weten dat hij de evaluatie van de uitvoering van de verschijningsplicht op 13 maart 2012 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.

De commissie heeft op 20 april 2012 een brief gestuurd aan de staatssecretaris met het verzoek om deze evaluatie ook aan de Eerste Kamer aan te bieden vóór 1 mei 2012.

De staatssecretaris heeft op 1 mei 2012 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Kim van Dooren

BRIEF AAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Den Haag, 20 april 2012

De leden van de commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief d.d. 2 april 2012 inzake het rapport «Aanwezigheid Verplicht». De commissie is content dat er eindelijk een antwoord is geformuleerd op de vragen die zij meer dan een jaar geleden aan u voorlegde. In uw schrijven laat u weten dat u de evaluatie van de uitvoering van de verschijningsplicht op 13 maart jl. aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. De commissie zou graag zien dat u deze evaluatie ook aan de Eerste Kamer aanbiedt en verzoekt u dit vóór 1 mei 2012 te doen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, A. Broekers-Knol

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 april 2012

In uw brief van 20 april jongstleden verzoekt u mij om uw Kamer het rapport Een plicht met zachte hand; evaluatie van de verschijningsplicht voor ouders bij de kinderrechter aan te bieden. Op 2 april jongstleden heb ik uw Kamer een schriftelijke reactie op dit rapport gezonden (kenmerk 245219). Per abuis heb ik toen het rapport en mijn brief van 13 maart jongstleden hierover aan de Tweede Kamer, niet meegezonden. Daarvoor bied ik u mijn excuses aan.

Hierbij bied ik u bovengenoemd rapport3 aan. Tevens zend ik u een kopie van de brief3 waarmee het rapport op 13 maart jongstleden aan de Tweede Kamer is aangeboden.

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Broekers-Knol (VVD), (voorzitter), Kneppers-Heynert (VVD), Kox (SP), Engels (D66), Franken (CDA), Thissen (GL), Nagel (50PLUS), Ruers (SP), Van Bijsterveld (CDA), (vice-voorzitter), Duthler (VVD), Koffeman (PvdD), Quik-Schuijt (SP), Strik (GL), K.G. de Vries (PvdA), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Lokin-Sassen (CDA), Scholten (D66), De Boer (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), Beuving (PvdA), Koole (PvdA), Schrijver (PvdA), Reynaers (PVV), Popken (PVV), Frijters-Klijnen (PVV), Ester (CU) en Swagerman (VVD).

X Noot
2

EK 30 143, I.

X Noot
3

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 147999.04.