30 139 Veteranenzorg

Nr. 139 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2014

Tijdens het notaoverleg veteranen van 23 juni jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 137) maakte uw Kamer melding van een Facebook-bericht waarin staat dat het UWV veteranen zou adviseren het uitzendverleden niet in hun CV te vermelden. Ik heb toegezegd uw Kamer nader te informeren over dit bericht. Met deze brief doe ik, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, deze toezegging gestand.

Navraag bij het UWV leert dat er geen sprake is van negatieve beeldvorming over veteranen bij UWV-medewerkers. Integendeel, het UWV laat weten dat veteranen betrokken mensen zijn die goed te bemiddelen zijn op de arbeidsmarkt.

Nadat het UWV kennis heeft genomen van het Facebook-bericht, is telefonisch contact opgenomen met de veteraan die het bericht naar aanleiding van een gesprek met een UWV-medewerker had geplaatst. Het telefonisch contact was verhelderend, waarbij een aantal ontstane misverstanden uit de weg is geruimd. Wel bleef er sprake van een verschil van inzicht over wat er exact tijdens het oorspronkelijke gesprek is gezegd. De UWV-medewerker heeft verontschuldigingen aangeboden voor de wijze waarop dat gesprek op betrokkene is overgekomen. Het telefonische contact werd op prijs gesteld door de betrokken veteraan.

Op geen enkele wijze is gebleken dat deze kwestie verder gaat dan een incident noch dat er sprake is van beleid bij UWV of werkgevers in het nadeel van veteranen. Ik beschouw uitzendervaring als een aanbeveling voor werkgevers om veteranen in dienst te nemen. Het is goed te constateren dat het UWV dit ondersteunt.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven