30 139 Veteranenzorg

Nr. 138 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 augustus 2014

Tijdens het notaoverleg over veteranen van 23 juni jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 137) heb ik uw Kamer een brief toegezegd over de procedure voor het aanvragen van het militair invaliditeitspensioen (MIP) en de communicatie met de aanvrager wanneer een aanvraag wordt afgewezen. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.

Sinds de opening op 11 juni jl. komen aanvragen voor een MIP binnen bij het Veteranenloket. Hiervoor kwamen de aanvragen binnen bij het ABP, het centraal aanmeldpunt van het Veteraneninstituut of De Basis.

Na ontvangst van een aanvraag houdt de zorgcoördinator van het Veteranenloket een persoonlijk intakegesprek met de aanvrager. Tijdens dit gesprek worden de volgende onderwerpen besproken en toegelicht: de achtergronden van de aanvraag, het verloop van de aanvraagprocedure, de medische keuringen, de vaststelling van de invaliditeitspercentages, het aanvragen van voorzieningen en verwijzing naar instanties bij immateriële hulpvragen.

De beslissing over het MIP wordt in beginsel in een brief en in een persoonlijk gesprek van de zorgcoördinator en de aanvrager bekendgemaakt. Als de aanvraag is toegekend, komt tijdens het gesprek het vervolgtraject aan de orde. Bij een afwijzing wordt de aanvrager in het gesprek gewezen op de mogelijkheden die hulp- of dienstverlenende instellingen kunnen bieden. Tevens wordt de aanvrager in de brief en in het gesprek attent gemaakt op de bezwaar- en beroepsmogelijkheden en op belangenbehartigers die hem daarbij van dienst kunnen zijn.

Mocht een aanvrager afzien van een persoonlijk gesprek over de beslissing, dan schakelt het Veteranenloket een gespecialiseerd maatschappelijk werker in. Zo wordt geprobeerd de aanvrager toch van persoonlijk advies te voorzien.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven