30 131
Nieuwe regels betreffende maatschappelijke ondersteuning (Wet maatschappelijke ondersteuning)

nr. 97
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 januari 2006

1. Inleiding

Hierbij bied ik u naar aanleiding van het wetgevingsoverleg van 23 januari jl. op een aantal punten een nadere toelichting aan.

Het betreft hier allereerst mijn reactie op een aantal juridische punten:

• de brief van de Raad van de rechtspraak;

• amendement 14 (inspraak cliënten);

• amendement 9 en 42 (persoonsgebonden budget);

• amendement 62 (klachtrecht);

• privacywetgeving in de samenwerking tussen gemeenten en het CIZ;

• mijn visie op de mogelijkheden voor een uitruil binnen het pgb tussen Wmo-AWBZ.

Tevens geef ik weer wat in een algemene maatregel van bestuur (amvb) zal worden uitgewerkt en bied ik u in bijlage 1 mijn reactie op de diverse amendementen aan.

2. Juridische punten

Brief van Raad voor de rechtspraak

Naar aanleiding van de brief van de Raad voor de rechtspraak die ik op de valreep ontving, het volgende.

De Raad deed het dringend verzoek om het wetsvoorstel nog zo aan te passen dat de rechtsmacht in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep komt te berusten, zoals dat ook voor de Wet voorzieningen gehandicapten en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten het geval is.

Over het wetsvoorstel is het advies van de Raad voor de rechtspraak gevraagd. De Raad liet weten wegens de beperkte adviestermijn van advisering af te zien. Ook de Raad van State maakte in zijn advies geen opmerkingen over de rechtsbescherming.

Nu de Raad voor de rechtspraak alsnog erop aandringt de Wmo-zaken in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep te laten behandelen en ook de Raad van State in een brief van 18 januari daarop aandringt, ben ik bereid het wetsvoorstel op dit punt aan te passen.

In de vierde nota van wijziging, die ik voor de stemmingen naar u zal verzenden, is het voorstel van de Raad voor de rechtspraak overgenomen.

Amendement 14 van mevrouw Verbeet

Bij mijn reactie op amendement stuk nr. 14 heb ik uitgesproken het van belang te achten dat cliënten inspraak hebben. Mevrouw Verbeet vervangt de huidige tekst van artikel 26 van het wetsvoorstel door een algemene formulering die alle door de gemeente gefinancierde organisaties die maatschappelijke ondersteuning aanbieden, omvat. Daarmee neemt zij het risico weg dat ten aanzien van eventuele nieuwe werksoorten discussie zou kunnen ontstaan over de toepasselijkheid van de Wmcz. Dat lijkt mij een verbetering. Ik kan mij in het amendement vinden.

Wel is het wenselijk dat onderdeel 1 van het amendement komt te vervallen (artikel 25 is komen te vervallen bij Nota van wijziging).

Amendement 9 Van Miltenburg/Verbeet en amendement 42 Van der Vlies

De heer Van der Vlies heeft een amendement ingediend over het verplichten van gemeenten om burgers de keuze te geven tussen een voorziening in natura en een persoonsgebonden budget (pgb). Ook mevrouw Van Miltenburg en mevrouw Verbeet hebben met amendement 9 gevraagd een keuze te regelen tussen het ontvangen van een voorziening in natura, het ontvangen van een financiële tegemoetkoming en een pgb. In het debat heb ik de leden Van der Vlies, Verbeet en van Miltenburg gevraagd de handen in een te slaan en te komen tot in elkaarschuiving van de amendementen cq één amendement. Ik heb in mijn antwoord in eerste termijn reeds aangegeven positief te staan ten opzichte van deze amendementen. Als het gaat om de verbreding van de voorziening die daarmee onder het pgb komen, moeten gemeenten echter wel de mogelijkheid krijgen uitzonderingen te maken. Een pgb moet kunnen worden geweigerd als dat in het belang van de cliënt is (bijv drugsverslaafden, psychoten). Als deze uitzondering wordt opgenomen in de amendering, laat ik het oordeel over dit amendement cq deze amendementen over aan de Kamer. Bovendien dient in verband met artikel 16 tweede lid van de wet Maatschappelijke Ondersteuning te worden opgenomen dat een pgb niet van toepassing kan zijn indien individuele voorzieningen een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte betreft.

Amendement 62 van mevrouw Verbeet

Zoals ik afgelopen maandag al gezegd heb, heb ik sympathie voor de bedoeling van amendement, dat ertoe strekt om iedere aanbieder van maatschappelijke ondersteuning ook onder de Wet klachtrecht cliënten zorgsector te laten vallen. Mijn enige probleem is dat de formulering ook gemeentelijke diensten zou insluiten. Dat lijkt mij niet gewenst. Voor gemeenten geldt de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien gelden er voor gemeenten meer regels. Zo wordt in de Gemeentewet (artikel 84) uitdrukkelijk de mogelijkheid gecreëerd om een klachtencommissie in te stellen. En ook de rol van de gemeentelijke ombudsman is in de Gemeentewet (artikel 81) geregeld.

Door in de tekst de woorden «op basis van» te wijzigen in «door derden als bedoeld in artikel 10 van» en dan gaat de tekst weer verder «de Wet maatschappelijke ondersteuning», wordt dit bezwaar ondervangen.

Voor de volledigheid zou dan in de toelichting onder het amendement eenzelfde passage moeten worden toegevoegd, dus achter «Dit amendement beoogt zeker te stellen dat iedere aanbieder als bedoeld in artikel 10 van de WMO onder de Wkcz valt ...».

Privacywetgeving

Mevrouw Van Miltenburg vraagt of de privacywetgeving samenwerking tussen gemeente en CIZ wel toelaat. Uitwisseling van gegevens in de backoffice is in ieder geval mogelijk als de cliënt bij de intake hiervoor zijn uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven. Het is derhalve noodzakelijk dat de cliënt bij de indicatiestelling afdoende wordt voorgelicht en deze vraag expliciet wordt meegenomen. Als daarbij het belang voor de cliënt in verband met een goede afstemming van de zorg wordt aangegeven lijkt het mij dat cliënten daartegen geen bezwaar zullen hebben.

3. Uitruil Wmo-AWBZ

Mevrouw Azough, mevrouw Verbeet en de heer Van der Vlies hebben gevraagd naar de mogelijkheden voor uitruil tussen AWBZ en Wmo-voorzieningen. In de AWBZ kan dat. Binnen de AWBZ is het uiteraard niet mogelijk om zorg te verlenen die niet tot het AWBZ-domein behoort. Uitruil tussen functies zoals binnen de AWBZ is tussen AWBZ en Wmo of tussen AWBZ en ZVW niet mogelijk. In voorkomende gevallen – en dan denk ik aan de casus van mevrouw Verbeet – is het juist een taak van de gemeente om te bezien wat er nodig is ter ondersteuning van de mantelzorger. Dat kán betekenen dat de gemeente huishoudelijke verzorging inzet om te voorkomen dat de mantelzorger overbelast raakt. Juist in dit soort situaties is het van belang dat in het backoffice een goede afstemming plaatsvindt.

4. Algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling

In het wetsvoorstel Wmo wordt in verschillende artikelen bepaald dat uitwerking bij (of krachtens) amvb kan plaatsvinden. Het voornemen bestaat om zoveel mogelijk alles in één besluit, het Besluit Wmo, te regelen.

In het besluit zullen regels worden opgenomen:

• Over de aanvraag, de verlening, de vaststelling, intrekking of wijziging, de betaling, etc. van specifieke uitkeringen en stimuleringsuitkeringen (artikelen 17 en 18),

• Met betrekking tot eigen bijdrage en financiële tegemoetkomingen (artikelen 15 en 16).

Bij amvb kunnen gevallen worden genoemd waarin ook niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen in aanmerking komen voor bij die amvb aangegeven individuele voorzieningen.

Bij amvb aan te wijzen personen en instellingen kunnen het sofi-nummer gebruiken in de zin van artikel 15c.

Op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, kunnen bij amvb gemeenten worden aangewezen die een specifieke uitkering kunnen krijgen ten behoeve van openbare geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid en vrouwenopvang.

Op grond van artikel 19 kunnen bij amvb nadere regels worden gesteld over gegevensverstrekking aan de minister door het college van burgemeester en wethouders.

Tot slot, het tweede en de volgende leden van artikel 1 zijn leden die in vele wetten (in het bijzonder de sociale verzekeringswetten) staan en uniform zijn. De in het zesde en zevende lid van artikel 1 genoemde amvb wordt voor al die wetten gezamenlijk gemaakt.

Uitwerking in ministeriële regeling wordt genoemd in artikel 9. Bij ministeriële regeling worden de gegevens aangewezen die het college van burgemeester en wethouders dient te publiceren over de prestaties van de gemeente.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

C. I. J. M. Ross-van Dorp

Overzicht amendementen Wmo (nr. 30 131)

 Van Strekking amendementenOordeelOpmerkingen
9Van Miltenburg VerbeetGewijzigd amendement over keuze tussen ontvangen van voorziening in natura of ontvangen van financiële tegemoetkoming of een PGB.Zie toelichting in de brief 
10VerbeetVan MiltenburgAmendement over het toevoegen van de aanpak van huiselijk geweld aan het prestatieveld maatschappelijk opvang.Overbodig 
11VerbeetAmendement om organisaties die de vragers van maatschappelijke ondersteuning vertegenwoordigen, structureel te betrekken bij de uitvoering van deze wet.Ontraden 
12VerbeetAmendement om de gemeente jaarlijks de tevredenheid te laten toetsen van vragers van maatschappelijke ondersteuning over de uitvoering van de wet.Ontraden 
14VerbeetAmendement inzake uitbreiding van de reikwijdte van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Oordeel aan de TKZie toelichting in de brief
15AzoughAmendement beoogt de tijdelijkheid van de zorgplicht op te heffenOntradenDit in het licht van oordeel over amendement 65
16KantAmendement beoogt de tijdelijke aard van de zorgplicht om te zetten in gegarandeerd recht ongeacht termijn en zonder beperktheid van voorzieningenOntradenDit in het licht van oordeel over amendement 65
17KantAmendement over het verplicht besteden van de eigen bijdrage aan de uitvoering van de wetOntraden 
18Van der VliesAmendement over een heldere afbakening in het gemeentelijk plan met andere terreinen van zorg.Ontraden 
19KantAmendement om te voorkomen dat vanuit de WMO geen zorg verleend wordt.Ontraden 
20KantAmendement om normen en kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning niet op gemeentelijk maar op landelijk niveau vast te leggen.Ontraden 
21KantAmendement t.b.v. permanente zorgplicht voor alle voorzieningen die onder de maatschappelijke ondersteuning vallen. OntradenDit in het licht van oordeel over amendement 65
22KantAmendement om ervoor te zorgen dat het recht op huishoudelijke verzorging gewaarborgd blijft.OntradenDit in het licht van oordeel over amendement 65
23KantAmendement dat ertoe strekt dat de thuiszorg vanuit de AWBZ geregeld blijft.Ontraden 
24KantAmendement om ervoor te zorgen dat gemeenten zelf kunnen bepalen of zij de werkzaamheden aan derden uitbesteden.Ontraden 
26KantAmendement dat ertoe strekt de overgangstermijn van 1 jaar om te zetten naar een termijn van 2 jaar.Ontraden 
37AzoughAmendement om te bewerkstelligen dat gemeenten eerst hun visie en beleid moeten uitwerken, voordat er nieuwe taken in kader WMO worden overgeheveld.Ontraden 
38KantAmendement inzake een AMVB voor de eigen bijdragen en vaststelling maximale eigen bijdrage op basis van inkomsten. Overbodig 
39KantAmendement inzake vaststelling van een AMVB met betrekking tot een financiële tegemoetkoming.Overbodig 
41VerbeetAmendement over het compensatiebeginselOntraden 
42Van der VliesDit amendement beoogt te regelen dat de gemeenteraad voorwaarden vaststelt waaronder personen die aanspraak hebben op een individuele voorziening recht hebben op het ontvangen van die voorziening in natura, het ontvangen van een financiële tegemoetkoming of de mogelijkheid hebben om voor een pgb te kiezen. Tevens beoogt dit amendement te regelen dat de pgb-verplichting gaat gelden voor alle individuele voorzieningen.Zie toelichting in de brief 
43KantAmendement om bij aanbestedingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning, Europese aanbesteding niet verplicht te stellen.Ontraden 
44KantAmendement over landelijke regels voor voorzieningen voor gehandicapten, waarbij het Wvg-protocol de leidraad is. Ontraden 
45Van der VliesAmendement over het ondersteunen van mantelzorgers bij het zoeken van oplossingen indien zij hun taken tijdelijk niet kunnen waarnemen.Oordeel aan de TK 
51KantVervangt nr. 25. Betreft wijziging art. 17. Amendement over oormerking van de financiële middelen t.b.v. voorzieningen die onder de maatschappelijke ondersteuning vallen.Ontraden 
52KantAmendement over een specifieke uitkering aan aangewezen gemeenten t.b.v. huishoudelijke verzorging.Ontraden 
53Van Miltenburg Bakker Mosterd Verbeet Azough Kraneveldt Kant Van der Vlies RouvoetAmendement over o.a. de invloed van belanghebbenden op de beleidsontwikkelingOordeel aan de TK 
54Mosterd, Bakker, Van Miltenburg, Verbeet, Azough, Kraneveldt, Kant, Van der Vlies, Rouvoet Amendement over bevordering overzichtelijkheid van toegang tot samenhangende voorzieningenOordeel aan de TK 
57Verbeet, BakkerAmendement van de leden Verbeet en Bakker over het instellen van een ombudscommissie.Ontraden 
59Van der Vlies, Rouvoet, Wilders Amendement ter vervanging van nr. 46 over het bieden van keuzevrijheid. Oordeel aan de TK  
60Rouvoet, Verbeet, Van MiltenburgAmendement van het lid Rouvoet c.s. ter vervanging van nr. 47 dat ertoe strekt de rechtsbescherming van de aanvrager van voorzieningen op grond van de WMO te versterken.Overbodig 
61Verbeet, Van Miltenburg, Mosterd, Bakker, Rouvoet, Kraneveldt, Van der Vlies, AzoughAmendement van het lid Verbeet c.s. ter vervanging van nr. 56 dat ertoe strekt de wet in werking te laten treden op 1 januari 2007Oordeel aan de TK 
62Verbeet, Mosterd, Van Miltenburg, Bakker, Azough, Kant, Van der Vlies, Kraneveldt, RouvoetAmendement van het lid Verbeet c.s. ter vervanging van nr. 13 dat ertoe strekt zeker te stellen dat iedere aanbieder van maatschappelijke ondersteuning onder de Wkcz valt. Oordeel aan de TK, indien gewijzigdZie toelichting in de brief.
63Verbeet, Kraneveldt, Rouvoet, Van der Vlies, Azough KantAmendement van het lid Verbeet c.s. dat ertoe strekt dat cliënten de bestaande hulpverlenerrelatie in stand kunnen houden voor wat betreft de door gemeenten in natura geleverde huishoudelijke verzorging.Ontraden 
64Kant Verbeet, Kraneveldt, Rouvoet, Van der Vlies, AzoughAmendement van het lid Kant c.s. ter vervanging van nr. 26 dat ertoe strekt dat de overgangstermijn van 1 jaar wordt omgezet in een termijn van 2 jaar.Ontraden 
65Van Miltenburg Mosterd Bakker Azough Kraneveldt Kant Rouvoet Van der Vlies Verbeet Gewijzigd amendement van het lid Van Miltenburg c.s. ter vervanging van nr. 58 dat ertoe strekt aan gemeenten de algemene compensatieverplichting op te leggen om beperkingen in de zelfredzaamheid weg te nemen. Oordeel aan de TK 
66Kraneveldt Azough Kant Verbeet RouvoetVijf gemeentelijke functies t.a.v. opvoedings- en gezinsondersteuningOntraden 
Naar boven