30 111 Topinkomens

Nr. 134 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juli 2026

Op 21 mei jongstleden nam uw Kamer de motie van de leden Van Baarle (DENK) en Van Nispen (SP) aan.1 De leden constateren dat de Wet normering topinkomens (WNT) op dit moment uitsluitend van toepassing is op topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector en overwegen dat ook andere werknemers binnen deze sectoren salarissen ontvangen die het wettelijke bezoldigingsmaximum overschrijden, terwijl zij functioneren onder publieke bekostiging of opdracht. De motie verzoekt de regering om een voorstel tot wijziging van de Wet normering topinkomens voor te bereiden dat de personele reikwijdte uitbreidt naar alle werknemers in de publieke en semipublieke sector, met inachtneming van passende uitzonderingsmogelijkheden.

Het kabinet heeft alles afwegende besloten aan de motie geen uitvoering te geven. Ik licht dat besluit graag toe in deze brief. Na het zomerreces 2026 zal ik uw Kamer meer in het algemeen informeren over de onderwerpen rondom de WNT waar op dit moment aan gewerkt wordt en eventuele wijzingen die gaan komen.

Motie uitbreiding reikwijdte WNT naar alle werknemers

Deze motie is inhoudelijk gelijk aan het voorstel van wet uitbreiding personele reikwijdte Wet normering topinkomens (in de praktijk ook wel de WNT-3 genoemd)2 uit 2017 dat uiteindelijk niet bij de Tweede Kamer is ingediend en wordt daarom in deze brief als uitgangspunt genomen. De WNT-3 zou, als die wet zou zijn ingevoerd, de normering van de WNT hebben uitgebreid naar niet-topfunctionarissen met een dienstbetrekking (werknemers). De openbaarmakingsplicht voor niet-topfunctionarissen zou onder de WNT-3 ongewijzigd blijven.3 Overigens waren twee categorieën niet-topfunctionarissen op voorhand uitgesloten van de WNT-3: luchtverkeersleiders en medisch specialisten. Ten aanzien van deze laatste groep is het relevant te melden dat het Ministerie van VWS heeft verkend of wetgeving voorbereid kan worden naar normering van de verdiensten van medisch specialisten. Uit de verkenning is gebleken dat het noodzakelijk is om eerst inzicht te verkrijgen in de hoogte van hun inkomens. Daarom start VWS met de voorbereiding van een wetsvoorstel gericht op het vergroten van de transparantie rondom de inkomens van alle medisch specialisten. Met het doel om met de informatie die daaruit beschikbaar komt, tenzij blijkt dat daartoe geen aanleiding is, over te kunnen gaan tot de voorbereiding van wetgeving die deze inkomsten ook maximeert. VWS zet hierbij in op normering via eigen wetgeving gericht op zowel medisch specialisten in loondienst als vrijgevestigde medisch specialisten in plaats van via de WNT4.

Het indienen van de WNT-3 paste niet bij het beleid dat het kabinet destijds wilde voeren op het gebied van het functioneren van de overheid en heeft dat als volgt toegelicht: «Het kabinet heeft besloten dit wetsvoorstel niet in te dienen. In het regeerakkoord staat vermeld: «Daarnaast is het voor het functioneren van de overheid goed dat deze op belangrijke terreinen voldoende expertise in huis heeft. Het beloningsniveau bij de overheid moet zodanig zijn dat ook hoogwaardige en schaarse specialisten, bijvoorbeeld met expertise op gebied van ICT, financiën of inkoop, in dienst kunnen worden genomen.» Het indienen van de WNT-3 past hier niet bij.»5 Ik zie geen aanleiding om hieromtrent een ander standpunt in te nemen.

Bovendien was het advies van de Raad van State ten aanzien van de uitbreiding van de reikwijdte negatief o.a. omdat nut, noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit van het voorstel niet waren aangetoond. Het dictum van het advies was D en luidde voluit: «Gelet op het vorenstaande adviseert de Afdeling het voorstel niet in te dienen. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft (blijkens het vorenstaande) bezwaar tegen (zowel de vorm als de inhoud van) het voorstel van wet en geeft U in overweging dit niet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.» Dit omdat het aantal werknemers met bezoldiging boven het maximum naar verhouding (zeer) klein was én het voorstel drie grote groepen daarvan op voorhand al uitzonderde van normering (niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking, medisch specialisten en luchtverkeersleiders)6. Wat overbleef, stelde getalsmatig niet of nauwelijks iets voor ten opzichte van het totaal aantal werknemers en bovendien kon niet worden uitgesloten dat ook in verschillende van die gevallen sprake kon zijn van verklaarbare redenen om af te wijken van de bezoldigingsnormen.7 Ook ontbrak volgens de Raad van State een rechtvaardiging voor de beperking die het voorstel meebrengt op het in verschillende internationale verdragen neergelegde recht op vrij en collectief onderhandelen. Ook daarvan waren noodzaak en proportionaliteit niet aangetoond.

Onderzoek BZK naar overschrijdingen WNT-maximum door niet-topfunctionarissen

Mijn ministerie heeft bij wijze van selecte, onderbouwde steekproef in 2025 onderzoek gedaan naar niet-topfunctionarissen met dienstbetrekking die meer verdienen dan het algemeen bezoldigingsmaximum. Daarvoor is gekeken naar de WNT-verantwoording van instellingen die in 2015 opgenomen zijn op de WNT-jaarrapportage8. Op grond hiervan is de kans ingeschat welke instellingen mogelijk op dit moment niet-topfunctionarissen in dienst hebben die meer verdienen dan het algemeen bezoldigingsmaximum. De steekproef is verder aangevuld met onder meer onderwijsinstellingen, instellingen met de hoogste baten of het grootste aantal medewerkers én instellingen die eerder in het nieuws zijn gekomen i.v.m. relatief hoge bezoldiging van niet-topfunctionarissen9. Uit dit onderzoek10 met gegevens over 2023 komen 265 niet-topfunctionarissen met dienstbetrekking naar voren die in dat jaar meer verdienden dan het algemeen bezoldigingsmaximum. Ter vergelijking: in 2015 waren er 388 niet-topfunctionarissen11 die meer verdienden dan de WNT-norm. Op grond van de bevindingen van de genoemde steekproef kan worden geconstateerd dat er sinds 2015 sprake lijkt van een dalende trend in inkomens van niet-topfunctionarissen boven het WNT-maximum, waardoor de nut, noodzaak en proportionaliteit van het invoeren van de WNT-3 verder lijkt te zijn afgenomen.

Het kabinet vindt dan ook dat de nut en noodzaak van het invoeren van een wijziging van de WNT die alle werknemers onder de normering brengt verder is afgenomen. Dit gezien de geconstateerde daling van het aantal niet-topfunctionarissen wiens bezoldiging de normering overschrijdt sinds de invoering van de WNT. Tevens zijn alle overige bezwaren die ertoe hebben geleid dat de WNT-3 in 2017 niet is ingevoerd nog actueel.

Vooruitblik

Na het zomerreces 2026 zal ik uw Kamer informeren over een aantal lopende trajecten. Zo wordt de internetconsultatie van de Tweede Evaluatiewet WNT verwerkt en is de Derde Evaluatie WNT door een extern bureau reeds afgerond. Het is te verwachten dat de door de laatste evaluatie opgedane kennis en inzichten zullen leiden tot voorstellen voor nieuwe wet- en regelgeving.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 490, nr. 377.

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 30 111, nr. 104, met bijlagen.

X Noot
3

Onder de WNT-3 zouden niet-topfunctionarissen in dienstbetrekking alleen op functie en niet op naam openbaar worden gemaakt. De openbaarmakingplicht zou niet gelden voor niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking ofwel interim-werknemers.

X Noot
4

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 247, nr. 358.

X Noot
5

Kamerstuk 30 111, nr. 104.

X Noot
6

Artikel 1.5a WNT.

X Noot
7

Advies van 13 april 2017.

X Noot
8

2015 was het laatste jaar waarin aan de Tweede Kamer is gerapporteerd over bezoldigingsgegevens van topfunctionarissen en niet-topfunctionarissen op basis van aan de Minister van BZK gemelde gegevens; vanaf 2016 worden alleen nog maar overtredingen en handhavingsmaatregelen gerapporteerd.

X Noot
9

Zie voor uitgebreidere uitkomsten en onderzoeksverantwoording bijlage 1 bij deze brief.

X Noot
10

Medisch specialisten zijn voor hun werkzaamheden als medisch specialist uitgezonderd van de openbaarmakingsplicht uit de WNT en zijn dus niet meegenomen in dit onderzoek.

X Noot
11

Zonder de overschrijdingen van de WNT-norm binnen de zorg (Wtzi-instellingen en jeugdzorg).

Naar boven