Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201830111 nr. 104

30 111 Topinkomens

Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 november 2017

Hierbij zend ik u het ontwerp-wetsvoorstel, alsmede het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het nader rapport behorend bij het wetsvoorstel uitbreiding personele reikwijdte Wet normering topinkomens (WNT-3)1.

Het kabinet heeft besloten dit wetsvoorstel niet in te dienen. In het regeerakkoord staat vermeld:

«Daarnaast is het voor het functioneren van de overheid goed dat deze op belangrijke terreinen voldoende expertise in huis heeft. Het beloningsniveau bij de overheid moet zodanig zijn dat ook hoogwaardige en schaarse specialisten, bijvoorbeeld met expertise op gebied van ICT, financiën of inkoop, in dienst kunnen worden genomen.»

Het indienen van de WNT-3 past hier niet bij. Daarnaast is de afdeling Advisering van de Raad van State, zoals uit bijgaand advies blijkt, uitermate kritisch op het wetsvoorstel. De afdeling vindt het wetsvoorstel prematuur, omdat de effecten nog onvoldoende bekend zijn nu de overgangsperiode nog loopt. Ook plaatst de afdeling vraagtekens bij nut en noodzaak van de WNT-3. De afdeling acht de WNT-3 een te grofmazig instrument in relatie tot het geringe aantal werknemers dat meer verdient dan het WNT-bezoldigingsmaximum. De afdeling adviseert daarom het wetsvoorstel niet in te dienen (dictum 6). Tot slot houdt het kabinet rekening met de weerstand uit het veld tegen het ontwerp-wetsvoorstel, zoals gebleken is tijdens de wetsconsultatie.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl