30 096
Wijziging van de Gemeentewet in verband met het afschaffen van het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting (OZB) op woningen en het maximeren van de resterende OZB-tarieven (Afschaffing gebruikersdeel OZB op woningen)

30 800 B
Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2007

nr. 25
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 september 2006

Hierbij stuur ik u een afschrift van mijn brieven aan de gemeenten Leiden, Nijmegen, Blaricum en Leeuwarden.1 Ik bericht ze daarin dat ik thans van opvatting ben dat de maximumtarieven voor de OZB niet hoger worden vastgesteld. Dit in tegenstelling tot mijn standpunt in oktober 2005 naar aanleiding van het voorstel van wet afschaffing OZB gebruikersheffing op woningen. In de brieven aan de gemeenten heb ik uiteraard mijn huidige standpunt onderbouwd. De kern daarvan is dat de gemeenten niet in financiële problemen komen bij naleving van de bij wet gestelde maximumtarieven. Er zijn andere maatregelen voor handen om, eventueel gefaseerd en met een tijdelijke ontheffing van de provincie, tot een sluitende begroting te komen.

Bij nader inzien en met goede argumenten ben ik dus van opvatting dat een correctie van de maximumtarieven naar boven niet gewenst is.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven