Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201530080 nr. 73

30 080 Planologische kernbeslissing Ruimte voor de rivier

Nr. 73 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 12 november 2014

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de brief van 30 september 2014 inzake de vierentwintigste voortgangsrapportage over het programma Ruimte voor de Rivier (Kamerstuk 30 080, nr. 71).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 11 november 2014. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Van Dekken

De griffier van de commissie, Sneep

Vraag 1

Waarom is er nog geen rekening gehouden met klimaatverandering in het vereiste veiligheidsniveau? Had het op de lange termijn kosten bespaard om dit meteen te doen, in plaats van te wachten op het Deltaprogramma? Zo ja, hoeveel zou er bespaard zijn?

Antwoord 1

Ten tijde van besluitvorming over de PKB Ruimte voor de River (2006) heeft het kabinet er rekening meegehouden dat voor de lange termijn door veranderingen in het klimaat de maatgevende rivierafvoeren in de rest van deze eeuw kunnen toenemen tot circa 18.000 m³/s voor de Rijn bij Lobith en tot circa 4.600 m³/s voor de Maas bij Borgharen. Gezien de onzekerheden rond de klimaatontwikkeling en de reactie hierop in andere landen heeft het kabinet toen aangegeven dat op dat moment niet exact te bepalen was, in welke mate en in welk tempo maatregelen na 2015 noodzakelijk zouden zijn.

In de strategische keuzes bij de PBK is opgenomen dat het pakket aan maatregelen dat het kabinet voorstelt voor 2015 ook op de lange termijn zijn nut moet behouden en geen belemmering mag vormen voor maatregelen die later noodzakelijk kunnen zijn. De samenstelling van het maatregelenpakket is te beschouwen als een eerste stap naar een ruimer en robuust riviersysteem, teneinde bij eventuele verdere toename van de maatgevende afvoeren vervolgstappen te kunnen zetten. Op die manier is ervoor gezorgd dat bij klimaatverandering voortgebouwd kan worden op de reeds getroffen maatregelen.

PKB maatregelen zijn gebaseerd op de bestaande normen. De met de PKB bereikte waterstanddaling draagt echter ook bij aan het bereiken van de nieuwe normen. In het Deltaprogramma is een voorkeurstrategie ontwikkeld die voortbouwt op de combinatie van dijkversterking en rivierverruiming.

Vraag 2

Kunt u voorbeelden geven van hoe de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt? Wat zijn de meerkosten daarvan?

Antwoord 2

Door de economische, ecologische en landschappelijke functies van een gebied te versterken wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit, de tweede doelstelling van het programma. Dit gebeurt bijvoorbeeld door te kijken naar de inpassing van architectuur in de historische context van een landschap, het ontwerp van een brug, maar ook het ontsluiten van een bedrijventerrein of het creëren van een natuur- of recreatiegebied.

In veel gevallen is er geen sprake van meerkosten maar van een goede uitvraag naar ontwerpers, architecten en aannemers of is het onderdeel van de inpassing van de maatregel. Daarnaast worden maatregelen ten behoeve van ruimtelijke kwaliteit die niet bijdragen aan de waterveiligheidsopgave gefinancierd door derden. Deze meekoppelkansen zorgen ook voor draagvlak in de omgeving.

Investeringen in ruimtelijke kwaliteit zijn niet los te zien van de primaire doelstelling van het programma. Daardoor is het niet mogelijk separaat meerkosten te onderscheiden.

Vraag 3a

Halen de dijken in Duitsland het veiligheidsniveau van een afvoer van 16.000 m3/s?

Antwoord 3a

De Rijn heeft in Duitsland op het traject bij de grens een vergelijkbare afvoercapaciteit als in Nederland.

Vraag 3b

Wat zijn de Duitse waterveiligheidsnormen in het kader van risicomanagement en in hoeverre hebben deze invloed op de Nederlandse normen?

Antwoord 3b

Duitsland heeft een andere systematiek dan Nederland en gaat uit van iets lagere afvoeren (ca. 15.000 m3). Duitse dijkhoogtes bij de grens wijken niet veel af van de Nederlandse omdat men in Duitsland strengere ontwerpeisen hanteert.

Vraag 3c

Bent u hierover in gesprek met de Duitse regering? Zo ja, wat is er afgesproken over het hoogwaterbeleid in Duitsland?

Antwoord 3c

In het kader van de ICBR (Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn) heb ik afspraken gemaakt over de uitvoering van het Actieplan Hoogwater Rijn. In het door de Duitse milieuminister opgestelde hoogwaterbeleid wordt ingezet op maatregelen die de waterstand verlagen (retentie) in combinatie met maatregelen die de potentiële schade verminderen (dijkversterking).

Vraag 3d

Is in Nederland de afvoer van 16.000 m3/s wel eens bereikt?

Antwoord 3d

Nee, de maximale gemeten afvoer bij Lobith is bereikt op 3 januari 1926. Het ging toen om 12.600 m3/s.

Vraag 4

Waarom wordt voor acht maatregelen de mijlpaal van waterveiligheid in 2015 niet gerealiseerd?

Antwoord 4

De reden dat de acht maatregelen de mijlpaal waterveiligheid niet in 2015 realiseren is wisselend. Het betreft ingrijpende en complexe maatregelen waarbij zorgvuldigheid voorop staat. Over de maatregelen langs de IJssel heb ik in mijn beantwoording van de vragen over de voortgangsrapportage 22 van 6 november 2013 (Kamerstuk 30 080, nr. 68) toelichting gegeven op de redenen van de vertraging. De drie dijkverbeteringsprojecten langs de Neder-Rijn en Lek realiseren de mijlpaal waterveiligheid niet in 2015 doordat deze projecten zich in complex en dichtbebouwd traject bevinden waarvoor bestuurlijke en technische oplossingen gevonden moesten worden. Ook heeft bij delen van de trajecten meer onderzoek moeten plaatsvinden naar onvoorziene stabiliteitsproblemen.

Voor de toelichting op de twee toegevoegde maatregelen in VGR 24 zie mijn antwoord op vraag 5.

Vraag 5

Wat is de reden dat er, in vergelijking met de drieëntwintigste voortgangsrapportage, twee maatregelen zijn bijgekomen die niet voor het einde van 2015 gerealiseerd zullen zijn?

Antwoord 5

De twee maatregelen die (t.o.v. VGR 23) later gerealiseerd worden zijn de Dijkverlegging Westenholte en Uiterwaardvergraving Scheller- en Oldeneler Buitenwaarden. Bij deze maatregelen heeft een discussie gespeeld tussen realisator en opdrachtnemer over de contractinformatie, mede in relatie tot de verleende vergunningen. Met de opdrachtnemer is een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin als realistische datum voor de oplevering waterveiligheid 2016 in plaats van 2015 is bepaald.

Vraag 6

Zullen de maatregelen die niet uiterlijk in 2015 gerealiseerd worden door dit uitstel voor extra kosten zorgen? Zo ja, hoe hoog zijn deze kosten – uitgesplitst per maatregel – dan?

Antwoord 6

Per saldo zijn er geen extra kosten als gevolg van dit uitstel. Door bij deze vertraagde projecten geen versnellingsmaatregelen op te leggen, worden extra kosten vermeden. Hier staat het risico op stijging van apparaatskosten van de realisator tegenover. Hiervoor heeft het programma een risicoreservering opgenomen van € 3 miljoen (zie ook VGR23).

Vraag 7

Waarom is in het nieuwe ontwerp van NURG-maatregel (Nadere uitwerking rivierengebied) Welsumerwaarden en Fortmonderwaarden de waterstand hoger bij Deventer? Heeft dit elders in de keten neveneffecten?

Antwoord 7

Het nieuwe ontwerp heeft een kleinere waterstandsdaling. Rivierverruimende maatregelen hebben vrijwel altijd een effect op de waterstand in bovenstroomse richting. Dit is ook hier het geval en dit is zichtbaar in de waterstand tot aan Deventer. De vermindering van het effect is beperkt tot dit traject. Het gehele ontwerp voldoet aan de waterstandsdaling zoals opgenomen in de PKB.

Vraag 8

Is het verantwoord om de start van de ontgronding bij de Uiterwaardvergraving Rijnwaardense uiterwaarden – vanwege de slechte grondstoffenmarkt – uit te stellen tot naar verwachting 2017? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 8

Voor de veiligheidsopgave is het tijdig ontgronden gewenst. In de Rijnwaardense Uiterwaarden is er vanaf de start, als project in het kader van de Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG), voor gekozen private en publieke partijen op basis van samenwerking de natuur- en veiligheidsdoelstellingen te laten realiseren. Zes deelprojecten realiseren hier samen de taakstelling van 11 centimeter zoals geformuleerd in de PKB Ruimte voor de Rivier. Met deze aanpak worden (kostbare) onteigeningen vermeden.

Door de economische recessie en door een groot aanbod aan grondstoffen staat de prijs onder druk. De Samenwerking Lobberdensewaard B.V. heeft fors in het gebied geïnvesteerd (aankoop, beheer, procedures). De druk om inkomsten te genereren is groot, maar niet tegen de nu geldende prijzen. Voor dit deel van het totale project moet 3 cm aan waterstandsdaling worden gerealiseerd. De Lobberdense Waard B.V. geeft aan vóór eind 2015, door het verwijderen van vegetatie en een deel van de bovengrond (klei), hiervan ca. 2,6 cm te realiseren. Na 2015 volgt de resterende 0,4 cm.

De start van de ontgronding in de Lobberdense waard is uiterlijk in 2017, ongeacht de marktsituatie op dat moment. Overigens zijn in meerdere deelprojecten in de Rijnwaardense uiterwaarden wel eind 2015 de maatregelen ten behoeve de waterstandsdaling afgerond en zullen ook in de Lobberdense waard eerder, voor eind 2015, al werkzaamheden worden uitgevoerd. Gelet op het bovenstaande acht ik het verantwoord de start van de ontgronding uit te stellen.

Vraag 9

Is het uitstellen van ontgronding – vanwege een slechte grondstoffenmarkt – vooraf bedongen? Zo ja, op welk moment en met welke criteria? Zo nee, op welk moment is dit uitstel bedongen en onder welke voorwaarden?

Antwoord 9

Uitstel van de start van de ontgronding is niet vooraf bedongen, maar het resultaat van de gesprekken tussen aanvrager (De Samenwerking Lobberdensewaard B.V.), de vergunningverlenende instantie (provincie Gelderland) en de centrale coördinatie (DLG).

Vraag 10

Maakt het ontgronden onderdeel uit van de beoogde waterstanddaling bij de Uiterwaardvergraving Rijnwaardense uiterwaarden? Hoe kan de beoogde waterstanddaling uiterlijk eind 2015 gerealiseerd worden, terwijl de start van de ontgronding is uitgesteld tot wellicht 2017?

Antwoord 10

Ja, de bijdrage van de Lobberdense waard in de totale taakstelling van 11 cm bedraagt 3 cm. Met de Samenwerking Lobberdensewaard B.V. is recent afgesproken om vooruitlopend op de start van de ontgronding voor uiterlijk eind 2015 een aantal werkzaamheden uit te voeren die bij elkaar maximaal 2,6 cm waterstanddaling opleveren. Zoals gemeld in de VGR 24 wordt het overgrote deel van de beoogde waterstanddaling uiterlijk eind 2015 gerealiseerd, het resterende deel van de Lobberdense waard (0,4 cm) wordt naar verwachting in of vanaf 2017 gerealiseerd.

Vraag 11

Welke afspraken zijn er gemaakt met de Samenwerking Lobberden voor het geval de grondstoffenmarkt zich in 2017 niet heeft verbeterd?

Antwoord 11

In de ontgrondingvergunning is opgenomen dat de ontgronding uiterlijk in 2017 start en maximaal 10 jaar na aanvang wordt opgeleverd.

Vraag 12

Wat bedoelt u met de zin «met de ontgronding zal de volledige bijdrage aan de waterstandsdaling tot stand worden gebracht»? Wat bedoelt u met «de kosteneffectieve maatregelen»?

Antwoord 12

Zie mijn antwoord op vraag 10. Na afronding van de ontgronding heeft de Samenwerking Lobberden B.V. haar bijdrage aan de waterstandsdaling volledig gerealiseerd. Kosteneffectieve maatregelen zijn maatregelen die vanuit de optiek de Samenwerking Lobberden B.V. een economisch rendabele exploitatie binnen de context van de vergunningsvoorwaarden niet in de weg staan. Tegenover te maken kosten moeten (op termijn) ter beoordeling van de Samenwerking Lobberden B.V. voldoende opbrengsten staan. In de bovengrond zit bruikbare klei (dijkversterking, baksteenfabricage). Voor de exploitatie van het gebied is het zaak vraag en aanbod nauw op elkaar te laten aansluiten. Het afgraven van de bovengrond zonder dat er een afzet is, wordt niet kosteneffectief geacht.

Vraag 13

Waaruit bestaan de verschillende risico's die genoemd worden bij de Uiterwaardvergraving Afferdensche en Deestsche waarden? Hoeveel bedragen de genoemde «aanzienlijke meerkosten»? Is het uitstellen van de gestelde doelen tot vóór 2018 verantwoord? Indien er burgers of omwonenden schade oplopen vanwege de vertraging, is die dan te verhalen? Zo ja, bij wie?

Antwoord 13

De risico’s waardoor het halen van eind 2015 onzeker is zijn het opnieuw rivierkundig en geohydrologisch toetsen van de plannen, de vergunbaarheid, inspraakprocedures en de bodemkwaliteit van de versnellingsoptie.

De meerkosten om de doelen alsnog voor eind 2015 te halen zouden 2,1 à 6,8 miljoen euro bedragen, afhankelijk van het deels (3 cm) of geheel (6 cm) realiseren van de rivierkundige taakstelling.

Deze meerkosten zijn dermate groot dat het uitstellen van het behalen van de gestelde doelen tot vóór 2018 mijns inziens verantwoord is. In de beantwoording van de vragen bij VGR 21 op 17 mei 2013 heb ik aangegeven dat het mogelijk tekort door het later gereed komen van de maatregel voor een groot deel opgevangen wordt door een grotere waterstandsdaling van de kribverlagingen, met name de langsdammen benedenstrooms. De resterende 3 centimeter waterstanddaling wordt in 2018 gerealiseerd.

In geval van schade kunnen belanghebbenden zich richten tot het schadeloket. De reguliere schaderegeling is van toepassing. In de individuele gevallen zal moeten worden bezien of de vertraging ook daadwerkelijk tot schade leidt die voor vergoeding in aanmerking komt.

Vraag 14

Met welke andere projecten is de KRW-doelstelling (Kaderrichtlijn Water) van de eerste tranche – ten aanzien van de Uiterwaardvergraving Afferdensche en Deestsche waarden – omgewisseld?

Antwoord 14

De oorspronkelijke KRW doelstelling voor Afferdensche en Deestsche waarden voor 2015 wordt grotendeels overgenomen door de extra KRW doelen van de projecten Munnikenland en Langsdammen.

Vraag 15

Wat zijn de consequenties voor de gestelde KRW- en PKB-doelstelling (Planologische Kernbeslissing) nu de deadline van eind 2015 voor het project «Uiterwaardvergraving Afferdensche en Deestsche waarden» niet wordt gehaald?

Antwoord 15

De KRW doelstelling wordt gehaald, zie ook mijn antwoord op vraag 14. De realisatie van het project draagt door de latere oplevering bij aan de 2de tranche KRW-maatregelen (2016–2021). De PKB doelstelling wordt voor dit deel van de Waal in 2018 volledig gerealiseerd.

Vraag 16

Wat is de volledige benaming van de dijkverbetering bij punt 27 (er staat «dijkverbetering Neder-Rijn/Betuwe/Tieler- en»)?

Antwoord 16

Dijkverbetering Neder-Rijn / Betuwe / Tieler- en Culemborgerwaard

Vraag 17

Hoe is het mogelijk dat het plan voor de dijkverbetering Lek/Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden al onherroepelijk is en de gunning al gereed, terwijl er nog geen SNIP3-beslissing (Spelregels voor Natte Infrastructuur Projecten) genomen is?

Antwoord 17

De gunning heeft inderdaad vooruitlopend op de SNIP3 plaatsgevonden. Ik heb op 17 september 2013 een investeringsbeslissing genomen voor een vervroegde marktbenadering. In deze gunning zit naast de realisatie ook het afronden van de planstudie en het vormgeven van een voorkeursalternatief op basis waarvan ik buiten de verslagperiode, op 29 september 2014, een SNIP3 besluit heb genomen.

Daarnaast ligt het ontwerp Projectplan Waterwet voor de dijkverbetering en aanhangige vergunningen vanaf 13 oktober 2014 tot 24 november 2014 ter inzage en is dus nog niet onherroepelijk. In de tabel is dit per abuis verkeerd weergegeven.

Vraag 18

Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de eerste ervaringen die zijn opgedaan met het openbaar en transparant aanbesteden van het beheer en onderhoud op strategische eigendommen van de Staat?

Antwoord 18

De eerste aanbestedingen staan gepland voor de vier maatregelen langs de Neder-Rijn (Tollewaard, Middelwaard, Doorwerth, Elst) uiterlijk in februari 2015. Ik zal uw Kamer vervolgens informeren over de eerste opgedane ervaringen.

Vraag 19

Hoeveel geld wordt er vrijgemaakt voor fiets- en wandelpaden in het kader van Ruimte voor de Rivier?

Antwoord 19

Er word geen apart budget vrijgemaakt voor fiets- en wandelpaden. Het aanleggen van fiets- en wandelpaden is onderdeel van een integraal ontwerp.

Vraag 20

Welke regionale keringen binnen het beheersgebied van het Waterschap Brabantse Delta moeten mogelijk verhoogd en/of extra versterkt worden, ten einde de waterberging veilig te laten verlopen? Waarom wordt er nu nog niets gemeld over mogelijke uitkomsten en consequenties?

Antwoord 20

Daarover kan ik nog geen uitspraken doen omdat het onderzoek door Deltares nog niet afgerond is. Ik wil hier niet op vooruitlopen. U wordt in VGR 25 geïnformeerd over de uitkomsten.

Vraag 21

Hoe vaak komt het voor dat er een gunning vertraagd wordt door een beroep op de gunningsuitslag? Welke maatregelen worden er genomen om dit te voorkomen?

Antwoord 21

Het is tot nu toe drie keer voorgekomen dat er beroep is ingesteld op de gunningsuitslag. Als beheersmaatregelen om vertragingen te voorkomen worden extra controles uitgevoerd op de aanbestedingsdocumenten, de beoordeling van de inschrijvingen en de onderbouwing van de beoordeling. Ook wordt geleerd van ervaringen die bij eerdere aanbestedingen zijn opgedaan.

Vraag 22

Wie draagt de meerkosten van de vervuiling, zoals puin, olieverontreinigingen en niet gesprongen explosieven (NGE's), bij de Uiterwaardvergravingen Doorwerthse Waarden en de Obstakelverwijdering machinistenschool Elst? Was deze vorm van vervuiling te voorzien? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 22

De kosten worden door het project (in dit geval is RWS initiatiefnemer) opgevangen binnen het budget door een risicoreservering. Er wordt gewerkt op basis van indicatieve bodemonderzoeken. Het kan altijd voorkomen dat er toch onverwachte vervuiling optreedt. Daarom is in een eerder stadium een risicoreservering opgenomen.

Vraag 23

Welke beheersmaatregelen worden er getroffen om te voorkomen dat er opnieuw vertraging optreedt met betrekking tot grondverzet?

Antwoord 23

Er worden in een vroegtijdig stadium bodemonderzoeken uitgevoerd. Dit levert indicatieve informatie op voor de aanbesteding. Echter, in praktijk blijkt dat de werkelijke samenstelling van de bodem af kan wijken van de (op basis van steekproeven gedane) bodemonderzoeken. Binnen het programma wordt het grondverzet uiteraard actief gevolgd om waar mogelijk te leren van opgetreden tegenvallers. Mocht dat het geval zijn, dan schakelen opdrachtnemer, realisator en programma snel om vertraging te voorkomen. Het is aan de opdrachtnemer om waar mogelijk alternatieven aan te dragen, en waar mogelijk faciliteren de realisator en programma.

Vraag 24

Is de uitspraak van de Raad van State over de dijkverleggingen Cortenoever en Voorsterklei (bij Zutphen) al bekend gemaakt? Wat wordt er bedoeld met de zin dat «afhankelijk van de uitkomst, dit kritisch kan zijn voor de voortgang van het project»? Wat wordt in dit geval bedoeld met kritisch?

Antwoord 24

Nee. De Raad van State heeft eind september opnieuw uitstel van de uitspraak aangekondigd. De nieuwe zitting heeft op 30 oktober plaatsgevonden.

Met kritisch wordt in dit geval tijdkritisch gedoeld op de mogelijke gevolgen voor de haalbaarheid van de planning. Als de Raad van State het desbetreffende deel van het bestemmingsplan in Cortenoever vernietigt, zal de gemeente Brummen een nieuw raadsbesluit moeten nemen. Dit heeft gevolgen voor de planning van de werkzaamheden en vastgoedverwerving.

Vraag 25

Hoe kan in het licht van de «kritische voortgang vanwege de uitspraak van de RvS betreffende de dijkverleggingen Cortenoever en Voorsterklei» bij de huidige planning sprake zijn van een mijlpaal waterveiligheid in 2015 in plaats van in 2016?

Antwoord 25

De uitvoering van de dijkverlegging in Voorsterklei verloopt voorspoedig en daar zal naar verwachting de mijlpaal waterveiligheid in december 2015 behaald worden. De beroepen die nog openstaan bij de Raad van State richten zich op delen van de dijkverlegging in Cortenoever. De prognose voor de mijlpaal waterveiligheid in Cortenoever is en blijft daarom 2016.

Vraag 26

Hoe vaak wordt er vertraging opgelopen doordat er beschermde diersoorten worden aangetroffen? Wat zijn de meerkosten als gevolg van deze vertraging?

Antwoord 26

Tot op heden is er nog geen vertraging opgetreden als gevolg van het aantreffen van beschermde diersoorten.

Vraag 27

Wat zijn – naast het niet tijdig beschikbaar zijn van een herplaatsingslocatie – de andere oorzaken voor de stijging van het tijdsrisico vastgoed ten opzichte van de vorige voortgangsrapportage?

Antwoord 27

Het niet tijdig beschikbaar zijn van een herplaatsingslocatie is de enige oorzaak voor de stijging van dit risico.

Vraag 28

  • a. Kan er een schatting gemaakt worden van de extra kosten van het veilig ruimen van NGE’s?

  • b. Hoe worden deze onvoorziene kosten opgevangen?

Antwoord 28a en b

De extra kosten van het veilig ruimen van NGE’s zitten enerzijds in het onschadelijk maken van NGE’s, anderzijds in het beveiligd ontgraven van NGE-verdacht gebied: dit leidt tot kosten als gevolg van lagere productiesnelheden en de inzet van ander materieel.

De inschatting van de extra kosten van het ruimen van (onverwacht aangetroffen) NGE’s bedraagt enkele miljoenen euro’s. Op programmaniveau bestaat er een reservering voor dit risico.

Vraag 29

Wat zijn de andere redenen voor de stijging in de verwachtingswaarde van het risico «Afwijkende (her)bruikbaarheid grond», naast de verplaatsing van grondgerelateerde risico’s van de planfase naar de realisatierisico’s?

Antwoord 29

In de praktijk blijkt de grondsamenstelling vaker af te wijken dan voorzien. Om eventuele toekomstige tegenvallers te kunnen dekken, is de risicoreservering verhoogd.

Vraag 30

Met welke reden is in de kasritmetabel het bedrag van € 23 mln. ingecalculeerd voor 2020, terwijl de laatste maatregelen al in 2019 zou moeten worden afgerond?

Antwoord 30

Na het bereiken van de hoogwaterveiligheid van het Project IJsseldelta in 2018 zullen er nog werkzaamheden worden verricht in het kader van de afronding van het project. De betaling van de laatste termijnen is voorzien in 2020.