30 079 VMBO

Nr. 50 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 september 2014

Inleiding

In april 2013 heb ik u de hoofdlijnenbrief lwoo en pro gestuurd. Daarin heb ik het kabinetsvoornemen uitgewerkt om het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) onder te brengen in passend onderwijs.1 Hiermee worden de samenwerkingsverbanden integraal verantwoordelijk voor alle vormen van ondersteuning die leerlingen extra nodig hebben. Zo kunnen ze zelf het beste afwegen welke ondersteuning bij een leerling past. Op 21 juli jongstleden heb ik het bijbehorende wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.2

In de hoofdlijnenbrief heb ik bovendien toegezegd om u medio 2014 te informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar het mogelijk loslaten van de landelijke criteria en duur van de toewijzing voor lwoo en pro en het loslaten van de voorwaarden om voor lwoo-bekostiging in aanmerking te komen (de zogenaamde lwoo-licentie). In deze brief kom ik mijn toezegging na en licht ik het kabinetsvoornemen naar aanleiding van het onderzoek toe. Bij deze brief ontvangt u het onderzoeksrapport «Passend en zeker»3.

Tot slot heb ik toegezegd een onderzoek uit te voeren naar een mogelijke verevening van de middelen voor lwoo en pro. Daarover informeer ik u in 2016.

Loslaten via een zorgvuldig traject

Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek is het kabinet voornemens de landelijke criteria voor lwoo en pro, de duur van de toewijzing van lwoo en pro, en de lwoo-licenties los te laten in 2018. Hierdoor zullen samenwerkingsverbanden in de toekomst nog beter in staat zijn maatwerk te bieden. Door in de regio te bepalen op welke school een leerling het best op zijn plek is, krijgt elk kind dat extra ondersteuning nodig heeft de best passende plek in het onderwijs. Een belangrijke aanbeveling uit het rapport is dat er voldoende tijd gegeven moet worden voor het loslaten van de criteria en de lwoo-licenties. De betrokken partijen hebben tijd nodig om het gesprek te voeren, vertrouwen op te bouwen, visies uit te wisselen en eventueel nieuwe vormen uit te proberen.

Andere aanbevelingen uit het rapport zijn:

  • Communiceer duidelijk over de beleidsvoornemens, inclusief het tijdstip van loslaten.

  • Stimuleer kennisuitwisseling en creëer ruimte voor het opdoen van ervaring.

  • Monitor de ontwikkelingen en stuur eventueel bij.

  • Biedt duidelijkheid over de budgetten, en kort er niet op.

Dat advies neem ik ter harte. In nauw overleg met de VO-raad en de AOC Raad ben ik gekomen tot de volgende invulling van een zorgvuldig traject:

  • 1. Met ingang van 1 januari 2016 worden lwoo en pro ingepast in passend onderwijs. Dan gelden nog de landelijke criteria en krijgen leerlingen een ondersteuningstoewijzing voor de duur van hun schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs. Individuele samenwerkingsverbanden die daar aan toe zijn, kunnen, als alle besturen daarmee instemmen, kiezen voor een opting out. Dat betekent dat zij zelf de criteria, de duur en/of de lwoo-licenties mogen bepalen. Daarmee geef ik samenwerkingsverbanden, conform de aanbeveling uit het onderzoek, de ruimte vooruit te lopen en te experimenteren met het loslaten van de criteria en/of de lwoo-licenties. Deze eerste fase wordt geregeld in het wetsvoorstel dat op 21 juli jongstleden aan u is toegestuurd.

  • 2. Met ingang van 1 augustus 2018 worden de landelijke criteria voor lwoo en pro en de lwoo-licenties losgelaten. Elk samenwerkingsverband bepaalt, net als in cluster 3 en 4 van het (v)so, zelf volgens welke criteria leerlingen worden toegelaten tot lwoo of pro, en hoe lang deze ondersteuningstoewijzing geldig is. Dit nemen ze op in hun ondersteuningsplan. Samenwerkingsverbanden kunnen daarbij gebruik maken van de leerervaringen die de opting out-samenwerkings-verbanden hebben opgedaan. Met deze constructie is al ervaring opgedaan tijdens de invoering van passend onderwijs. Toen is een aantal regio’s als pionier een jaar eerder gestart met passend onderwijs, daar konden andere samenwerkingsverbanden weer van leren. In de periode tot 2018 is er voldoende tijd voor de voorbereiding van deze tweede stap.

Het gekozen traject sluit daarmee aan bij de aanbevelingen in het onderzoeksrapport.

Besluit over verevening lwoo en pro en monitoring

Zoals aangekondigd in de hoofdlijnenbrief, wordt ook een onderzoek uitgevoerd naar een eventuele verevening van de middelen voor lwoo en pro. De uitkomsten van dat onderzoek worden verwacht in 2016, waarna ook een besluit wordt genomen over de vraag hoe het budget voor lwoo en pro verdeeld zal worden tussen regio’s. Op dit moment is er sprake van een ongelijke verdeling: de ene regio heeft een hoger percentage lwoo- en pro-leerlingen dan de andere regio. Voor de zware ondersteuning (de middelen voor (v)so en de oude rugzakmiddelen) is geregeld dat deze middelen gelijk worden verdeeld over het land.

De uitkomsten van het onderzoek naar de verevening van de middelen voor lwoo en pro kunnen relevant zijn voor de uitvoering van het besluit om de criteria voor lwoo en pro en de lwoo-licenties los te laten. Ook zal ik monitoren hoe de leerlingenstromen van lwoo en pro veranderen en monitor ik de positie van kleine scholen zoals agrarische opleidingscentra (aoc) binnen samenwerkingsverbanden. In 2016 zal ik nader bezien of het voornemen onverkort kan worden doorgevoerd of dat er nadere acties moeten worden genomen, voordat de criteria, duur van de ondersteuningstoewijzing van lwoo en pro en lwoo-licenties worden losgelaten.

Ondersteuningstraject

Volgend uit de aanbevelingen uit het onderzoek zal in het vervolgtraject worden ingezet op duidelijke communicatie over deze beleidsvoornemens en op kennisuitwisseling tussen de samenwerkingsverbanden. Hiertoe biedt het Steunpunt Passend Onderwijs, onder de hoede van de VO-raad, een ondersteuningstraject aan. Zo worden er informatiebijeenkomsten georganiseerd voor de scholen, worden goede voorbeelden verspreid en zijn experts inzetbaar voor hulp aan samenwerkingsverbanden. Daarnaast blijven de komende periode accountmanagers vanuit het ministerie beschikbaar ter ondersteuning van de samenwerkingsverbanden.

Tot slot

Het kabinetsvoornemen om de landelijke criteria voor lwoo en pro, de duur van de toewijzing van lwoo en pro en de lwoo-licenties los te laten in 2018, zal ik de komende periode uitwerken in wet- en regelgeving. Het wetsvoorstel zal ik binnen deze kabinetsperiode aan u aanbieden.

Met het hiervoor beschreven gefaseerde traject geef ik de samenwerkingsverbanden voldoende tijd om zich voor te bereiden en te leren van elkaar en van de ervaringen met de toewijzing van onderwijsondersteuning.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Hoofdlijnenbrief lwoo en pro (5 april 2013, Kamerstuk 30 079, nr. 39).

X Noot
2

Wetsvoorstel integratie lwoo en pro in passend onderwijs (21 juli 2014, Kamerstuk 33 993, nr. 2).

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven