Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202030012 nr. 121

30 012 Leven Lang Leren

Nr. 121 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2019

Tijdens het AO Leven Lang Ontwikkelen van 11 juni jl. heb ik met u gesproken over de vormgeving van het STAP-budget.1 Bijgaande stuur ik u, mede namens de Minister van OCW, de conceptregeling zoals deze is uitgezet voor een uitvoeringstoets bij het UWV2. Beoogd is dat deze regeling de fiscale aftrek van scholingsuitgaven vervangt en dient om die reden in samenhang te worden bezien met het wetsvoorstel Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven dat, als onderdeel van het Belastingplanpakket 2020, op 17 september jl. door de Staatssecretaris van Financiën bij uw Kamer is ingediend (Kamerstuk 35 306). Met het STAP-budget wordt iedereen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt in staat gesteld om scholing in te zetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. De ontwikkeling van een publiek leer- en ontwikkelbudget biedt mogelijkheden om een toekomstbestendige regeling neer te zetten, waarmee kan worden ingespeeld op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Mogelijke aanvullende budgetten die in de toekomst beschikbaar komen voor bepaalde doelen of voor bepaalde doelgroepen kunnen eenvoudig worden toegevoegd door aanpassing van de regeling.

Nadere uitwerking van de regeling

Het STAP-budget is in de conceptregeling verder uitgewerkt binnen de contouren van de Kamerbrief van 3 juni jl.3 Het maximum subsidiebedrag is vastgesteld op € 1.000,– om het bereik van de regeling te vergroten en om het prijsopdrijvende effect van scholingsactiviteiten en de risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik te beperken. De eigen bijdrage is niet afhankelijk van het inkomen, zoals bij de fiscale aftrek van scholingsuitgaven, maar afhankelijk van de prijs van de scholingsactiviteit. Voor scholingsactiviteiten die niet duurder zijn dan het gestelde maximumbedrag, is er geen eigen bijdrage.

De scholingsactiviteiten die voor subsidiering vanuit het STAP-budget in aanmerking komen, zoals is beschreven in de eerder genoemde Kamerbrief van 3 juni jl., worden opgenomen in een scholingsregister dat de komende maanden in overleg met OCW en private opleiders verder zal worden uitgewerkt. Bij de uitwerking van het scholingsregister zullen onder meer de scholingsactiviteiten die opleiden tot een branche of sector erkend certificaat verder worden afgebakend. Hierbij zal een evenwicht gevonden moeten worden tussen een breed en arbeidsmarktrelevant aanbod van opleiders en opleidingen, en het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de subsidieregeling.

Om de doeltreffendheid, het bereik van alle doelgroepen en de uitvoeringspraktijk nauwgezet te kunnen volgen zal, mede naar aanleiding van de motie Renkema/Smeulders4, het STAP-budget uitgebreid worden gemonitord en geëvalueerd. De resultaten uit de monitoring van het STAP-budget kunnen ook aanleiding geven tot tussentijdse aanpassing van de regeling, bijvoorbeeld indien blijkt dat de beoogde arbeidsmarkteffecten uitblijven. Er is immers nog weinig ervaring opgedaan met toepassing van dit instrument op grotere schaal. In de toelichting van de conceptregeling ziet u welke informatie hiervoor wordt bijgehouden. Om een gerichte inzet van het STAP-budget te stimuleren is UWV gevraagd om, vanuit de wettelijke taak transparantie te bieden van de arbeidsmarkt, in het aanvraagproces van het STAP-budget arbeidsmarkinformatie te ontsluiten om zo het individu te ondersteunen bij het kiezen van een arbeidsmarktrelevante scholingsactiviteit.

Uitvoeringstoets

Tijdens het AO Leven Lang Ontwikkelen van 11 juni jl. is toegezegd dat uw Kamer na de zomer een brief over de uitkomsten van de uitvoeringstoets van het STAP-budget ontvangt. Gezien de verwachte omvang van de regeling (circa 250.000 toekenningen per jaar) en omwille van de zorgvuldige beoordeling van de regeling, heeft UWV verzocht om meer tijd om de uitvoeringsaspecten in beeld te brengen. Daarbij wordt, mede naar aanleiding van de inbreng van uw Kamer tijdens het AO van 11 juni jl. en de toezegging aan lid Van der Molen (CDA) tijdens het VAO van 27 juni jl. (Handelingen II 2018/19, nr. 99, item 4), uitgebreid stilgestaan bij het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik en wordt bijzondere aandacht besteed aan de uitvoerbaarheid.

Op dit moment is al zichtbaar dat bij implementatie van het STAP-budget rekening gehouden moet worden met een aantal risico’s, die zowel bij de opzet van de regeling als bij de uitvoering, door SZW en UWV blijvend geadresseerd zullen moeten worden. UWV voorziet risico’s, omdat het STAP-budget beschikbaar komt voor iedereen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit kan er toe leiden dat het budget sneller is uitgeput dan beoogd en aanvragers teleurgesteld moeten worden. Daarnaast zal met UWV worden bekeken hoe risico’s van misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel als mogelijk kunnen worden teruggedrongen. In de uitvoeringstoets zal UWV aangeven of er nog resterende risico’s zijn. Ten aanzien van de uitvoerbaarheid komt de implementatie van het STAP-budget naast de reeds bestaande opgaven die UWV heeft. Het UWV zal in de uitvoeringstoets in beeld brengen of en op welke manier dit gevolgen zal hebben voor andere projecten. Net zoals zichtbaar is bij enkele andere uitvoeringsorganisaties, geldt ook voor UWV dat er spanning staat op de combinatie van het waarborgen van de continuïteit, het verbeteren van de dienstverlening en het doorvoeren van nieuw beleid. Dit aspect wordt betrokken bij de opdracht werk aan uitvoering.

De uitvoeringstoets wordt later naar uw Kamer verzonden, maar in ieder geval voor de begrotingsbehandeling van SZW. Mogelijk dat naar aanleiding van de uitvoeringstoets, de internetconsultatie of de regeldruktoets, de regeling voor publicatie nog op uitvoeringsonderdelen wordt aangepast. Uit de uitvoeringstoets zal ook duidelijk worden hoe het implementatietraject eruit komt te zien en wanneer het STAP-budget ingevoerd kan worden. In het wetsvoorstel Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven is de datum waarop het wetsvoorstel in werking treedt, gekoppeld aan de invoeringsdatum van het STAP-budget.

Tot slot

In de Kamerbrief van 3 juni jl. is reeds aangekondigd dat gedurende de implementatie van het STAP-budget de invulling en de organisatie van flankerend scholingsadvies verder wordt uitgewerkt om drempels weg te nemen voor groepen die weinig aan scholing toe komen en om deze groepen te ondersteunen bij het aanvragen van het STAP-budget. Per groep zal worden geïnventariseerd welke organisatie(s) die groep het beste weet te bereiken. Zo ligt het voor kwetsbare groepen met een WW-uitkering voor de hand om het scholingsadvies door het UWV te laten uitvoeren. Bij de uitwerking van de adviesgesprekken betrek ik onder meer de motie van de leden Diertens en Sneller5 en motie van het lid Wiersma c.s.6. Tevens wordt naar aanleiding van de motie van het lid Wiersma c.s. de SER gevraagd om vanuit zijn aanjaagfunctie bij een leven lang ontwikkelen samen met sociale partners te verkennen hoe de aansluiting van private middelen en sectorale regelingen op het STAP-budget vergroot kan worden. Verder ontwikkelen we mede naar aanleiding van de motie van het lid Renkema c.s.7 een voorstel om een leven lang ontwikkelen onder kwetsbare groepen te stimuleren voor de implementatie van het STAP-budget.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Kamerstuk 30 012, nr. 119.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 30 012, nr. 111.

X Noot
4

Kamerstuk 30 012, nr. 116.

X Noot
5

Kamerstuk 30 012, nr. 118.

X Noot
6

Kamerstuk 30 012, nr. 113.

X Noot
7

Kamerstuk 30 012, nr. 117.