Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 februari 2015
Op 25 juni 2014 sprak ik met uw Kamer over de ontwerpconcessie voor het beheer van
de hoofdspoorweginfrastructuur (Handelingen II 2014/15, nr. 98, item 10). Naar aanleiding van dit gesprek heeft het lid De Boer een motie ingediend (Kamerstuk,
29 984, nr. 498), waarin zij de regering verzoekt om jaarlijks de verwachte en gerealiseerde volumegroei
alsmede de kwaliteit van treinpaden op de Nederlandse secties van de corridors terug
te koppelen aan de Kamer. In verband hiermee deel ik u mede dat ProRail is gevraagd
de door uw Kamer gevraagde gegevens voor de periode 2015–2024 te monitoren en daarover
te rapporteren.
Een eerste rapportage treft u hierbij aan1. Het betreft een vergelijking tussen de jaren 2012 en 2013. Bovendien worden de cijfers
in het perspectief van de periode 2002 – 2012 geplaatst. De cijfers voor 2014 komen
in de loop van dit jaar beschikbaar. Eerst dan kan een vergelijking van 2014 met 2013
opgesteld worden.
Ontwikkeling spoorgoederenverkeer in Nederland, 2013 vergeleken met 2012.
In de rapportage wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van het nationale en internationale
spoorgoederenvervoer dat over het Nederlandse spoorwegnet wordt afgewikkeld. Daarbij
gaat het om volumes, aantallen treinen en afgelegde afstanden. Tevens wordt de ontwikkeling
van de herkomst en bestemming van de ladingstromen alsmede van de door de vervoerders
gekozen routes belicht.
Op hoofdlijnen ziet de ontwikkeling van het spoorgoederenvervoer er als volgt uit.
Het aantal goederentreinkilometers is met 1% toegenomen tot 9 miljoen. Daarvan werden
er op de Havenspoorlijn 1,2 miljoen afgelegd (– 3%), op de Betuweroute 2,3 miljoen
(– 4%) en op het gemengde net 5,5 miljoen (+4%). Ook het aantal tonkilometers is toegenomen
en wel met 3% tot 13,1 miljard. Daarvan werden er op de Havenspoorlijn 2 miljard afgewikkeld
(– 1%), op de Betuweroute 4,4 miljard (– 3%) en op het gemengde net 6,7 miljard (+8%).
In 2013 reden er 32.300 treinen van en naar de Rotterdamse haven (– 4% ten opzichte
van 2012, met – 3% tonnage). De Amsterdamse haven kende een toename van treinverkeer
van 23% tot 5.700 treinen (met 22% meer tonnage). In het noorden van het land dalen
de aantallen treinen en het tonnage, in het zuiden stijgen deze. Op de grenzen is
een toename van het aantal goederentreinen waargenomen. Op de oost-west as steeg het
aantal treinen met 4%, op de noord-zuid as met 6%. Zowel in 2012 als in 2013 reed
81% van het internationale goederenverkeer op de oost-west as: het spoorgoederenvervoer
faciliteert voornamelijk de handelsrelatie met Duitsland.
Toelichting op de cijfers
Uit de cijfers blijkt dat, ondanks de economische crisis, het spoorgoederenvervoer
in en vanuit Nederland licht is toegenomen. Met name het vervoer van kolen vanuit
de Amsterdamse haven naar Duitsland neemt, na het afbouwen van de kernenergie in Duitsland,
een vlucht. Het vervoer vanuit de Rotterdamse haven is, door de economische crisis,
licht afgenomen. De verschuiving van de Betuweroute naar het gemengde net is het gevolg
van werkzaamheden aan het spoor in Duitsland tussen Emmerich en Oberhausen in de zomer
van 2013, en van een andere routekeuze door de vervoerder die het kolenvervoer van
Amsterdam naar Duitsland rijdt (Utrecht – Arnhem i.p.v. de Betuweroute).
Beleid ten aanzien van spoorgoederenvervoer
De Nederlandse zeehavens zien een ontwikkeling in goederenstromen richting Midden-
en Oost-Europa. Voor reders is het van belang dat een zeehaven beschikt over een palet
van modaliteiten om goederen landinwaarts te brengen. De Nederlandse zeehavens hebben
baat bij verdere ontwikkeling van de spoorverbindingen met Duitsland en verder. Het
beleid van de regering sluit daarop aan. Conform de doelstelling van de Lange termijn
Spooragenda wordt ingezet op een kwalitatief hoogwaardiger en concurrerend spoorgoederenproduct.
Samen met ProRail en de sectorpartijen werkt mijn ministerie in dit kader aan het
Operationeel Spoorconcept Goederen.
Kwaliteit van de treinpaden
De kwaliteit van de aangeboden paden en voorzieningen wordt jaarlijks beschreven in
de netverklaring. In de beheerconcessie 2015 – 2025 (Bijlagen bij Kamerstuk 29 984, nr. 573) zijn voor de punctualiteit van het goederenverkeer een bodem- en streefwaarde opgenomen.
Verder zijn informatie-indicatoren opgenomen met betrekking tot het aantal goederentreinen
dat op tijd aan de grens met het hoofdspoor komt, de gevraagde dienstregeling versus
de gerealiseerde dienstregeling, de gevraagde route versus gerealiseerde route, het
aantal goederenpaden dat aansluit op het internationale net en het aantal goederenpaden
dat conform planning wordt geleverd. In 2016 wordt gerapporteerd over de in 2015 gerealiseerde
kwaliteit van de treinpaden.
Ik zal u jaarlijks informeren over de ontwikkeling van het spoorgoederenvervoer en
de kwaliteit van treinpaden op de Nederlandse secties van de internationale corridors.
Hiermee heb ik invulling gegeven aan de motie het Lid De Boer van 25 juni 2014.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
W.J. Mansveld