Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 september 2013
De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft mij verzocht haar nader te
informeren over grensoverschrijdende treinverbindingen. In mijn brief ga ik in op
de drie specifieke onderwerpen waarover de commissie nader geïnformeerd wilde worden
met het oog op het algemeen overleg spoor van 12 september 2013.
1. Vervoerscontracten die horen bij de inspanningsverplichting voor grensoverschrijdende
verbindingen.
Ik heb u tijdens het algemeen overleg spoor van 13 december 2012 (Kamerstuk 29 984, nr. 378) toegezegd dat de Kamer geïnformeerd zal worden over alle vervoerscontracten ten
behoeve van grensoverschrijdende treinverbindingen, die voortvloeien uit inspanningsverplichtingen
maar geen onderdeel uitmaken van de vervoersconcessie van voor het hoofdrailnet. Er
zijn geen nieuwe contracten die horen bij de inspanningsverplichting. Er vinden wel
gesprekken plaats, bijvoorbeeld over Eindhoven–Düsseldorf en Heerlen–Aken. Zodra er
nieuwe contracten zijn gesloten, zal ik de Kamer informeren hoe de treindienst per
grensoverschrijdende verbinding wordt ingevuld.
2. Spoorverbinding Maastricht–Luik
U verzoekt mij u per brief te informeren over de knelpunten die ten grondslag lagen
aan het uit de dienstregeling halen van de intercityverbinding Maastricht–Luik.
Sinds december 2011 rijdt er weer een stoptrein tussen Maastricht en Luik. Hierdoor
wordt grensstation Eijsden weer bediend. NMBS levert het materieel en rijdt de trein
in samenwerking met NS. De regio financieert een deel van de verliezen aan Nederlandse
zijde. Er was geen knelpunt om vanaf december 2011 een intercity te blijven rijden
tussen Maastricht en Luik. Dit had zelfs de voorkeur van NS. Het contract tussen de
regio en NS met NMBS voor de Maastricht Brussel Express liep in december 2011 af.
Gezien de slechte stiptheid, regelmatige uitval en de negatieve rentabiliteit besloot
de NMBS de treindienst in te korten. De regio mocht als vervanger de keuze maken tussen
een stoptrein en een IC. Voor beide treinen was onvoldoende reizigerspotentieel. De
regio koos destijds voor de stoptrein en als toekomstvaste oplossing zodat de reizigers,
met name van en naar station Eijsden, weten waar ze aan toe zijn.
3. Stand van zaken Motie De Vries c.s. over knelpunten in het grensoverschrijdende
spoorvervoer (Kamerstuk 34 400 XII, nr. 25)
Deze motie verzoekt de regering twee spoortoppen te organiseren met onze buurlanden
waarin de knelpunten in het grensoverschrijdende spoorvervoer in samenhang worden
besproken en beslecht. Regelmatig en na zorgvuldige voorbereiding overleg ik met mijn
collega’s in de buurlanden over specifieke grensoverschrijdende verbindingen. Het
is belangrijk om partijen aan beide zijden van de grens mee te nemen in dit proces.
Ik wil me overigens niet beperken tot 2 bijeenkomsten, maar zie het als een continue
proces.
Het afgelopen jaar waren met Duitsland de belangrijkste bijeenkomsten:
-
− Op 10 januari 2013 heb ik de Minister-President van deelstaat Noordrijn Westfalen
(NRW), mevrouw Kraft, mogen ontvangen in Den Haag. Wij hebben gesproken over de Betuweroute,
het «derde spoor» tussen Emmerich en Oberhausen en de door de deelstaat gewenste nieuwe
routering van de IJzeren Rijn langs de A-52. Ook kwamen enkele grensoverschrijdende
spoorverbindingen voor personen kort ter sprake.
-
− Op 13 juni 2013 heb ik mijn collega Groschek van deelstaat NRW in Emmerich (NRW) gesproken.
De heer Groschek en ik deelden de mening dat «het derde spoor» van uitermate groot
belang is voor onze beide landen. Op 20 augustus 2013 heb ik u nader geïnformeerd
over de financieringsovereenkomst die op 26 juli 2013 tussen de Duitse partners is
gesloten. (zie Kamerbrief IenM/BSK-2013/162967). Ook de potentiële verbindingen voor
personentreinen Eindhoven–Düsseldorf en Sittard/Heerlen–Aken zijn besproken. Collega
Groschek en ik spraken af elkaar eerste helft 2014 opnieuw te treffen in het kader
van deze motie.
-
− Met België staan de gesprekken in het teken van de Fyra-problematiek en een volwaardig
alternatief daarvoor. Deze gesprekken vonden afgelopen periode regelmatig plaats.
Hierover wordt u separaat geïnformeerd in het kader van de Fyra.
4. Nieuwe stoptrein Arnhem–Düsseldorf.
Tenslotte, op 13 juni jl. is er een contract gesloten voor een nieuwe stoptrein Arnhem–Düsseldorf,
die zal gaan rijden vanaf 2017. De Provincie Gelderland en het Duitse Verkeersverbond
VRR (Verkehr Rhein Ruhr) zijn een vervoerscontract aangegaan. Samen met Minister Groschek
zette ik een handtekening onder onze cofinanciering voor deze nieuwe grensoverschrijdende
verbinding. Ik heb eenmalig aan de provincie Gelderland een cofinanciering verstrekt
van € 6 mln.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld